Basisprincipes: vier meditaties

Wisdom comes from experience and from the wise words of those before you

Bijna alle meditatietechnieken zijn ontstaan uit de volgende vier. Houd in gedachten dat bij elk meditatietechniek twee principes continu een belangrijke rol spelen: stoppen en observeren. Met stoppenbedoelen we het bereiken van een kalme geest. Je hoofd is leeg en rustig, zonder al te veel ronddwalende gedachten. Het hoogtepunt van dit stoppen noemen we samadhi (een extreem kalme geest). Met observeren bedoelen we een staat waarin je continu scherp en alert bent. Je bent je bewust van gedachten, sensaties, intenties en neigingen, maar zonder erin weg te zakken of ermee weg te lopen. Het hoogtepunt van dit soort observeren noemen we prajna. Correct mediteren betekent dus niet spelen met fantasie, wegslippen in een trance of het imiteren van een kasplantje. Je doet je best om alert en bewust te blijven, zonder mee te gaan met allerlei verleidingen (en afleidingen).

De vier technieken waarop alle andere technieken berusten zijn:

1. Woordgebruik (gebed/mantra/japa)
De bedoeling achter het in- of uitwendig herhalen van woorden (zoals bij mantra of langdurige gebedsherhalingen, zoals Tarawih) is het ontwikkelen van meditatieve concentratie, zodat we kunnen stoppen en vanuit daar samadhi kunnen ontwikkelen. Vanuit een kalme geest (samadhi), kunnen we ophouden met het herhalen van woorden en beginnen met alert observeren (introspectie) en het ontwikkelen van diep inzicht. Dit diepe inzicht noemen we prajna. Als het menselijke structuur en systeem met een handleiding kwam, dan was samadhi een techniek om te leren lezen en prajna het moment waarop we daadwerkelijk lezen.

2. Ademhaling (anapana/pranayama)
Een andere basistechniek om samadhi te bereiken is het observeren van de ademhaling (anapana). De voordelen van deze techniek zijn enorm en daarom zie je anapana en pranayama terugkomen in bijna elke traditie. Naast het observeren van de ademhaling, bestaan ook ademhalingsoefeningen. Die oefeningen noemen we pranayama. Onze voorgangers merkten op dat elke lichamelijke en emotionele reactie gepaard gaat met een bepaalde reactie in het ritme van de ademhaling. Maar de vergelijking werkt ook andersom. Door het beheersen van de ritme van je ademhaling, kun je je emoties en lichamelijke reacties beheersen.

3. Visualiseren
Elke visualisatie heeft als hoofddoel het ontwikkelen van een kalme geest (stoppen/samadhi). Een visualisatie kan simpel zijn, maar ook ingewikkeld en met veel details. Uiteindelijk is het doel gediend als je met je techniek samadhi kunt bereiken. Dat betekent dat je op een bepaald moment je visualisatie moet loslaten en beginnen met het alert observeren van een (relatief) kalme geest.

4. Naar binnen kijken (vipassana/introspectie)
Naar binnen kijken is hetzelfde als observeren (ook wel vipassana genoemd). De aandacht wordt gevestigd op informatie dat zich van binnen afspeelt. Dat kan betekenen dat je je lichaamssensaties observeert, maar het kan ook betekenen dat je het geluid dat je hoort observeert, het uitzicht dat je ziet observeert, de adem die je haalt observeert of je mentale gedachtegang observeert. Je kunt meteen beginnen met deze techniek, maar zonder een kalme geest (zonder samadhi) raak je snel afgeleid en zink je weg in allerlei gedachten. Maar dat hoort erbij, want we leren met vallen en opstaan en oefening baart kunst. Practice makes perfect. Langdurige introspectie leidt tot diep inzicht. Vipassana leidt tot prajna en om Socrates te herhalen: Ken U Zelve.

“He who knows himself knows his Lord” — Prophet Muhammad