Ellis en het lelijke eendje

door Kirsten Wybouw

Ellis zit. Ze wacht, haar knieën opgetrokken, haar beide armpjes eromheen, omringd door duizenden fijne korreltjes die elk afzonderlijk niet veel voorstellen, maar samen een zee van zand zijn.

Ellis tuurt. Haar ogen dwalen langs de horizon, heen en weer, heen en weer, zoals oma’s pendule maar dan veel trager. Net als ze van plan is recht te springen en rechtsomkeer te maken, ziet ze in de verte een stipje. Het stipje wordt een stip, de stip een bootje, het bootje een schip. Een zielschip …

Kapitein Blue Eyes staat op de boeg te zwaaien, hij ziet er vrolijk en vriendelijk uit, maar lijkt haar niet meteen uit te nodigen om aan boord te komen. Teleurgesteld en met een slap handje wuift ze terug. Helemaal niet zoals ze het zich had voorgesteld: geen brugje dat neergelaten wordt, geen sloep om haar op te pikken.

Ellis trekt haar laarzen uit, haar stoute schoenen aan en springt. Ze slaagt erin een touw te grijpen en hangt er een tijdje aan te bengelen als lokaas voor de haaien die haar deze reis niet lijken te gunnen tot, tegen alle verwachtingen in, iemand het touw omhoogtrekt.

Wat vreemd, denkt Ellis als ze op het schip komt, er is helemaal niemand te zien. Moedige Ellis is moe en zoekt een plaatsje waar ze zich ongestoord kan neervlijen.

Hey, wat is dat daar in de hoek, een wit donsje met droevige ogen. ‘Hallo wie ben jij?’ vraagt Ellis.
‘Ik ben het lelijke eendje.’
‘Hoezo,’ zegt Ellis, ‘ik vind jou helemaal niet lelijk, hoe kom je daar nu bij?’

Ze knielt neer, legt de rug van haar hand op de houten planken, laat het eendje op haar arm naar boven lopen en stopt het in de linkerbinnenzak van haar jas.

Die nacht dwaalt Ellis op halve kracht rond en leert ze een overenthousiaste wandelende tak en twee lieve biggetjes kennen die haar wegwijs maken in de wirwar van zielen en touwen. Van de kapitein geen spoor. Het wordt al snel duidelijk dat ieder hier zijn eigen koers vaart en omdat Ellis niet wil achterblijven doet ze hetzelfde: ze stippelt haar reis uit. Een grijzende ster zal haar, samen met het lelijke eendje dat ze onder haar vleugels nam, gidsen door het avonduur.

Benieuwd naar de reis van Ellis? Kijk binnenkort op:

https://www.bestuurszaken.be/ateliers-waarden

https://www.linkedin.com/in/kirsten-wybouw

Twitter: @Wybouwki


Kirsten Wybouw

Kirsten Wybouw (11 keer de leeftijd van haar dochter) werkt sinds kort als beleidsmedewerker bij het Agentschap Overheidspersoneel. Voorheen werkte ze acht jaar bij het Departement Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid (het huidige Departement Kanselarij en Bestuur) en vijf jaar bij het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

Kirsten balanceert voortdurend tussen personeel en organisatie, psychologie en economie, taal en wiskunde, schrijven en werken. Kortom: tussen hoofd en hart.

In ‘Ellis en het lelijke eendje’ vertelt ze het verhaal van een daadkrachtig meisje dat op zoek gaat naar wendbaarheid. De reis die Ellis zal maken, is geïnspireerd op een aantal interviews met leidend ambtenaren van de Vlaamse overheid. Kirsten schotelde hen de volgende metafoor voor: ‘De Vlaamse overheid is een stoomboot die een zeilschip wil zijn.’


Dit is een van de literaire verhalen die negen collega’s begin 2016 schreven over de vier waarden van de Vlaamse overheid: openheid, wendbaarheid, daadkracht en vertrouwen. Lees hier alle verhalen: