Papa

door Roosje Galle

Lore staat recht van de nog niet afgeruimde tafel, gaat op kousenvoeten naar het gele bijzettafeltje aan het raam en neemt de telefoon. Achter haar het geluid van borden die de afwasmachine in gaan. Met de telefoon in de hand drentelt ze door de kamer: een hoog nonchalant staartje en kleurig jurkje doen haar meisjesachtig stralen in het strakke interieur. Ze gaat in de fauteuil zitten, één been onder zich, klaar om weer op te staan. 0–9–5, ze duwt met haar voet de stapel cadeautjes onder de kerstboom om. 3–9–9–2, het gerinkel van servies in de keuken is gestopt. 5–1- .., de verbinding is gemaakt.

“Dag papa, ik ben het, Lore”

Elias, met ipad in de hand, is bijna even groot als zijn mama. Hij laat zich kort knuffelen en maakt dan een gebaar dat hij naar boven gaat. Lores aandacht gaat van haar zoon naar haar vader die aan de telefoon onmiddellijk over zijn kachel begint.

“Er is een probleem met de buis die naar de schouw gaat. Ik zou dat stuk moeten vervangen, maar de man van de winkel heeft zo geen onderdeel meer.”
“Ge kunt dat wel op internet vinden,” zegt Lore. Ze staat langzaam recht.
“Ik heb nog naar een andere winkel gebeld, waar ik mijn kachel gekocht heb, maar hij zegt dat ze die onderdelen niet meer maken.”
“Op internet kunt ge dat misschien nog wel vinden.”

Haar voeten schuiven zacht over het parket, en zo naar de tegels in de keuken.

“Ja. Ik zal een nieuwe kachel moeten kopen.”

Geen spoor meer van het avondmaal. Matteo, dezelfde lange wimpers als Elias, kijkt op van de krant en knipoogt.

“En mijn kippen leggen niet meer.”
“Dat kan wel met die kou.”
“Leggen uw kippen nog?”
“Ik weet het niet, Matteo geeft ze altijd eten en raapt de eieren.” Matteo kijkt op, speelse kuiltjes in zijn wangen, en grinnikt. Lore gooit een handdoek, mist. Ze steekt haar tong uit en draait zich om.

“Ik hoorde dat Sofie en Jana op kerstavond naar u komen, papa. Jullie mogen ook bij ons komen, nog eens met uw drie dochters samen. We hebben dat een paar jaar geleden ook gedaan, ik vond dat wel gezellig.”
“Ik zou liever …”
“Denk er anders eens over na. Ge moet nu niet beslissen.”
“Ik ga het laten zoals het is. Jana en Sofie kunnen later eens bij u komen hé.” Haar vingers glijden langs het schap met de kerstkaarten.
“Oke, … tot nog eens dan.” Ze legt de telefoon tussen de kaartjes. Matteo komt de kamer binnen.
“En?”
“Hij wil thuis blijven, met Jana en Sofie vieren.”

Matteo gaat even met zijn hand over haar rug, neemt de telefoon en legt hem in de houder op het gele tafeltje.

“Hij vroeg niet eens of wij wilden komen.”

Ze zet de thermostaat op 22°.

Zijn kippen leggen niet. Hij vroeg niet naar Elias. Een probleem met zijn kachel. Hij vroeg niet hoe Elias het doet in de middelbare school, zijn eerste keer examens.

Ze schuift een kaart met een rendier meer naar voor. Hun eigen kaartje zet ze recht: Elias die tussen hen in een zandberg afrent. Dromen en zien in 2016.

Zijn kippen leggen niet.

***

De rook hangt nog in de kleine woonkamer, zoekt langzaam zijn weg naar het open raam. Tussen een oude sofa en een eenzame kast brengt kleine Lore leven in de grijze omgeving. Ze heeft een deken om zich heen geslagen.

“Kijk papa, zoals Batman.”

Papa waait rustig de rook weg van de kachel en legt een wafelijzer op de grond.

“Of een herder bij de kerststal,” zegt hij.
“Nee!”, giechelt ze. “Een van de drie koningen. Kunnen we nu geen wafels bakken?”
“Niet met het wafelijzer, meis, die heeft de hitte van een kachel nodig. Ik kan ze in een pan bakken?” probeert hij voorzichtig.
“Zou dat lekker zijn?” Ze zet zich aan de tafel, duwt de stiften en chocotoffpapiertjes bij de kranten. Papa stapt met het beslag uit de kamer.

Lore legt een rijtje speelkaarten beslist voor zich neer. Haar deken is van haar afgegleden en op de stoel gezakt. Achter haar een zoet gesis.

“Wafelpannekoeken papa,” roept ze in de richting van de deur. Ze neemt twee borden uit de kast en maakt een leeg plekje op de tafel.

“De pannenwafels!” Papa komt binnen met een dampende stapel en legt een pannenkoek op Lores bord. Ze neemt lachend de slagroom, laat geen enkel stukje onbesmeerd.

Haar mond vol en witte vegen rond haar lippen: “Een beetje raar.” Een volgende hap. “Maar wel lekker. Dat is een uitvinding van ons hé papa? Papa?” Ze zoekt zijn antwoord en vindt tranen.

“Papa, wat is er?” Ze gaat op zijn schoot zitten, legt haar hoofd op zijn borst. “Zij ge triest omdat de kachel kapot is?”
“Nee meisje.” Hij trekt haar tegen zich aan, hoort een zacht gesnik.
“Hé meis, waarom weent gij nu?” Ze trekt de plooien uit zijn trui. “Omdat gij weent.” Hij legt haar hoofd op zijn borst. “Gij zult altijd mijn liefste meisje zijn.” Ze blijft nog even liggen. De laatste rook is verdwenen.

Lore springt recht en neemt de kaarten.

“Manillen?”

Papa knikt: “Goed idee”. Hij doet het raam dicht. De borden worden op elkaar gestapeld, Lore neemt nog een laatste hap en deelt de kaarten uit.


Roosje Galle

Roosje Galle is 43. Ze werkte 10 jaar als instructeur NT2 bij VDAB en is er nu de didactisch ondersteuner van Oost-Vlaanderen.

Ze schreef dit verhaal omdat achter een beperkte wendbaarheid of minimale daadkracht vaak een gebrek aan vertrouwen zit. Ook op de werkvloer.

Als er wantrouwen is tussen collega’s, tussen leidinggevenden en mensen uit hun team, tussen verschillende diensten, dan wordt de creativiteit en het harde werken van de mensen niet weerspiegeld in hun resultaten. Dan blijven frustratie en verdriet in de weg zitten.

De ateliers zijn een mooi voorbeeld van hoe vertrouwen tot pareltjes kan leiden.


Dit is een van de literaire verhalen die negen collega’s begin 2016 schreven over de vier waarden van de Vlaamse overheid: openheid, wendbaarheid, daadkracht en vertrouwen. Lees hier alle verhalen: