Nederland als oorlogseconomie
In mei 1940 gaf het Nederlandse leger zich over. Veel bedrijven werkten daarna samen met de Duitsers, ook om spullen te leveren die ze voor de oorlog konden gebruiken. Indirect werkten veel Nederlanders zo voor de Duitsers. Wat zou jij hebben gedaan?
De Nederlandse economie bloeide in de eerste oorlogsjaren op. In de jaren ’30 had Nazi-Duitsland geprobeerd buitenlandse producten te weren. Voor Nederland waren de gevolgen rampzalig geweest. Duitsland was van oudsher een belangrijke handelspartner.
Vanaf 1940 konden Nederlandse bedrijven weer makkelijk spullen verkopen aan Duitsland. De werkeloosheid daalde sterk, de economie begon eindelijk uit het dal van de depressie te klimmen. Veel Nederlanders dachten dat Duitsland de oorlog zou winnen. In de zomer van 1940 vocht alleen het Verenigd Koninkrijk nog door.
Pas na een paar jaar begon de Nederlandse economie schade te lijden. Geallieerde bombardementen op wegen en bruggen zorgden ervoor dat transport moeilijker werd, en de Duitsers zelf begonnen, toen hun kansen keerden, steeds zwaardere eisen aan de Nederlandse economie te stellen. Jonge Nederlandse mannen werden in Duitsland te werk gesteld, steeds meer spullen werden door de Duitsers mee geroofd. In 1945, vlak voor de Duitse capitulatie, bliezen Duitse troepen bruggen en havens op om de geallieerde opmars richting Duitsland te stoppen. Nederland kwam verwoest uit de oorlog.
Na de oorlog besloot de Nederlandse regering dat het nauwelijks zin had om bedrijven te straffen die met de Duitsers hadden samengewerkt. Het waren er veel te veel.
