Week 3

In het college van vrijdag 23 september werd genoemd hoe drie filosofen — Avicenna, Al-Gazari en Alvaroë — op elkaars werken reageren en vooral ook elkaar bekritiseren. Deze drie denkers zijn slechts een fractie van het grote aantal dat telkens als reactie op een voorganger opnieuw het wiel uitvindt. Deze gedachte heeft mij pessimistisch gestemd; als het gedachtegoed van elke filosoof in twijfel wordt getrokken, wat zegt dat dan over de filosofie? Is zij nog wel nuttig als blijkt dat we er vooral achter komen wat allemaal niet klopt aan elkaars theorieën? Oftewel, raken we steeds een traptrede verder in de filosofie of blijven we rondcirkelen in stilstand?

Het is een vraag vergelijkbaar met één die Kuhn zichzelf waarschijnlijk stelde toen hij het wetenschapshistorische boek The Structure of Scientific Revolutions schreef: wat betekenen al die nieuwe ontdekkingen in de wetenschap eigenlijk? Is kennis cumulatief? Kuhn stelde in zijn conclusie een trend vast, waarbij allereerst een lange periode ‘normale wetenschap’ wordt bedreven, waar een algemeen consensus heerst over de belangrijkste zaken in de wetenschap. Vervolgens, als blijkt dat bepaalde significante zaken niet binnen de algemeen aanvaarde theorieën passen, raakt de boel in opschudding en ontstaat er crisis. Er wordt heftig gezocht naar een nieuw paradigma waarin de anomalieën op hun plek vallen; een proces dat Kuhn een wetenschappelijke revolutie noemt.

Wellicht valt de door Kuhn omschreven trend ook wel om te buigen naar de filosofie. Wellicht heeft de geschiedenis van de filosofie ook duidelijk afgebakende wereldbeelden waarbinnen het filosofisch gedachtegoed van die tijd passend en — wie weet — kloppend is. Het is aanlokkelijk dit te geloven, daar het een optimistische insteek heeft: filosofie is helemaal geen uitzichtloos bewegen-zonder-vooruitgang, maar per paradigma vervult het haar eigen specifieke nut. Toch denk ik dat het ombuigen van Kuhn’s trend naar ons vak een probleem biedt. Waar ‘de wetenschap’ zich voornamelijk bezighoudt met empirische kennis, wil de filosofie juist ‘achter de schermen’ kijken van de waarneming. Laten we aannemen dat een fenomeen an sich altijd geïnterpreteerd wordt door een waarnemer (wat op één lijn zit met in de geest van een paradigma de werkelijkheid interpreteren); zodra een fenomeen zelfs voor de waarnemer te gek is, verschuiven de kaders van het denken. Maar kan hetzelfde gezegd worden van een filosofisch idee? Als een filosofisch idee buiten de grenzen van het paradigma valt, kan het dan nog wel gedacht worden?

Like what you read? Give 5619033 a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.