Een inspirerende dinsdag: van Wob tot Wob
Om klokslag vier uur sluit ik met een tik het telefoongesprek met Christophe Meeussen af. Hij is de gedreven journalist achter de website ‘doorlichter.be’. Een klein half uur babbelden we over de Wob, voluit ‘Wet Openbaarheid van Bestuur’. Hoewel die wet in ons land op 11 april al 22 kaarsjes uitblies, is het principe vandaag helemaal nog niet ingeburgerd bij journalisten.
Wat de Wob dan precies betekent? Die wet schrijft voor dat iedere burger het recht heeft om bestuursdocumenten te raadplegen. Alle overheidsinformatie is in principe openbaar, tenzij er een gegrond argument is om het niet publiek te maken. Ik geef toe: het klinkt best officieel, maar een vriendelijke e-mail kan al volstaan als Wob-verzoek.
Al is het typisch Belgisch om alles ingewikkelder te maken dan nodig. Er liggen namelijk heel wat juridische obstakels op de weg naar transparantie. Het duurt weken om informatie vast te krijgen en dat vloekt met de snelle berichtgeving vandaag. Daarnaast zijn ambtenaren vaak niet voldoende op de hoogte van die wetgeving. Toch blijft de Wob een krachtig wapen op de redactievloer. Persoonlijk vind ik het dan ook de taak van een journalist om zich niet te laten ontmoedigen door die tergend trage procedure.
Met dat interview in het achterhoofd trek ik twee uur later richting een mediacafé in Kortrijk. Samen met Leenke De Donder mag ik er vertellen over ‘de kracht van data binnen de journalistiek’. Het duurt niet lang voor de eerste vraag over de Panama Papers valt. Het staat vast dat het ICIJ (International Consortium of Investigative Journalists) buitengewoon knap onderzoek heeft verricht. Internationale samenwerking tussen honderden getalenteerde journalisten en programmeurs werpt zijn vruchten af. Toch is het niet realistisch om de lat voor datajournalistiek op die hoogte te leggen. Met ‘Tes Azuu’, onze Gentse nieuwswebsite met oog voor lokale data- en onderzoeksjournalistiek, proberen we te tonen hoe het zelfs op kleine schaal al meerwaarde oplevert. En met succes.

Met knikkende knieën vertrokken we naar Kortrijk, maar voldaan door positieve reacties keren we iets voor middernacht terug naar Gent. Ik hoop dat we de aanwezige West-Vlaamse collega-studenten toch een beetje hebben geïnspireerd om meer met data te experimenteren. Wie weet spitten we over enkele jaren samen wel onze eigen Panama Papers uit.