Hoe transparant is België?

Passieve openbaarheid: Wobbing

Een vriendelijke vraag om informatie over SMS-parkeren. Dat moet het eerste Wob-verzoek van Christoph Meeussen geweest zijn. De afkorting Wob staat voor ‘Wet Openbaarheid van Bestuur’, die voorschrijft dat iedere burger bestuursdocumenten mag raadplegen. Hoewel die wet al 22 jaar bestaat, wordt ze amper gebruikt. Zelfs op een redactievloer is ‘wobbing’ vandaag nog steeds uitzonderlijk. “Nochtans is het een krachtig wapen om relevant nieuws te garen”, vertelt Meeussen overtuigd. Hij is de gedreven journalist achter de website ‘Doorlichter.be’ en een Facebookpagina in het teken van de Wob.

Drempels

“Wat de grootste drempel om te wobben voor journalisten is? Ik denk dat een combinatie van factoren meespeelt. Om te beginnen is er over het algemeen een gebrek aan juridische kennis. En dat komt in ons land toch wel van pas. België telt bijvoorbeeld een tiental openbaarheidswetten, Nederland slechts een. In principe is het niet moeilijk om een Wob-verzoek in te dienen, een e-mail volstaat. Toch is het bij een weigering belangrijk om de strikte regels van het spel te kennen”, legt Meeussen uit, “Je moet echt wel op je strepen durven staan. Gesteund door de VVJ, voluit Vlaamse Vereniging van Journalisten, stapte ik zelfs al eens naar de rechtbank. Dat was in een dossier tussen de vorige federale regering en energiebedrijf Electrabel over de kerncentrale in Tihange. Omdat mijn verzoek geweigerd werd, ging ik in beroep. Normaal gezien moeten alle stukken dan overgemaakt worden aan een beroepscommissie. Die beslist op haar beurt of die weigering gegrond is of niet. Bevoegd minister Marghem (MR) legde die regel gewoon naast zich neer. Door een lek naar de pers is die zaak snel gesloten, maar het niet-bindend karakter van de Wob is misschien wel de zwaarste hindernis op de weg naar de transparantie.”

“Het kan weken duren om informatie te pakken te krijgen en dat vloekt met de snelle berichtgeving vandaag”

“Bovendien duurt het weken om informatie te pakken te krijgen. Dat vloekt met de snelle berichtgeving vandaag. De procedure moet efficiënter en sneller. De Commisie Toegang Bestuursdocumenten (CTB) schreef onlangs nog een rapport, waarin die nood aan vereenvoudiging centraal stond”, vervolgt Meeussen, “Al heb ik niet het gevoel dat het hoog op de politieke agenda staat. Het mandaat voor de ‘Commissie Toegang tot Milieu-informatie’ is al maandenlang verlopen, maar nog niet hernieuwd. Zonder die commissie is de drempel torenhoog om milieugegevens op te vragen. België is daarvoor trouwens al op stevig op de vingers getikt.”

Juridisch kluwen

Meeussen twijfelt even bij de vraag of België transparant is of niet: “In ons land kennen we verschillende bestuursniveaus met elk een specifieke openbaarheidscultuur. Het hoeft dus niet te verwonderen dat een Wob-verzoek al snel verwikkelt in een juridisch kluwen. Naar mijn gevoel is het in Vlaanderen wel het best geregeld. Zij sturen steeds een bevestigingsmail bij ontvangst en verwijzen duidelijk naar de beroepsmogelijkheden. Op federaal niveau mag je vaak al blij zijn met een kort antwoord.”

Het Nieuwsblad nam in hun ‘Grote Gemeententest’ de transparantie van elke gemeente onder de loep. Journalisten Simon Andries en Stephanie Demasure vroegen overal de verslagen van het schepencollege op. Ondanks dat het wettelijk verplicht is om die documenten beschikbaar te stellen, dulden twee op de drie gemeenten geen pottenkijkers. “Ik was niet verbaasd over dat resultaat. Op lokaal niveau zijn ze waarschijnlijk het minst vertrouwd met openbaarheid van bestuur”, reageert Meeussen, “Dat zou in ieder geval geen excuus mogen zijn. Niet voldoende op de hoogte zijn van de wetgeving ontdoet hen nog niet van hun verplichting.

Door die verschillen per bestuursniveau is het moeilijk om een algemeen oordeel te vellen over de openbaarheid in ons land. Laten we zeggen dat onze noorderburen het beter doen. Nederlandse journalisten maken ook veel meer gebruik van het principe. Misschien omdat hun overheid vlotter meewerkt? Wat transparantie betreft is in België nog heel wat marge voor verbetering.”


Actieve openbaarheid: Open data

‘See how data can change the world’, met die hoopgevende slogan promoot Open Knowledge International open data en kennis wereldwijd. Onder hun vleugels huizen ongeveer veertig vrijwilligersgroepen en een tiental chapters of non-profits, zoals de Belgische tak. “We discrimineren niet op insteek: van journalistiek tot wetenschap en de commerciële sector, iedereen mag open data gebruiken. Onze belangrijkste missie is om simpelweg veel publieke gegevens open te stellen”, vertelt Pieter-Jan Pauwels, community manager bij Open Knowledge Belgium.

“Omdat we nerds zijn, hebben we nauwkeurig neergeschreven wat open data precies is. We noemen dat ook wel de ‘open definition’, waarvan de meest korte versie ‘open data and content can be freely used, modified and shared by anyone for any purpose’ is.” Volgens hem mogen er slechts twee voorwaarden zijn om die gegevens te gebruiken: de bron vermelden en de licentie behouden. “Wanneer je een programma ontwikkelt met open data, moet die toepassing ook gratis aangeboden worden”, verduidelijkt Pauwels, “In werkelijkheid is het vaak genuanceerder, maar dat is het principe in een notendop. Als er nog andere beperkingen zijn, zoals een registratieprocedure of een prijskaartje, spreken we niet meer van open data.”

“Pas wanneer verschillende data aan elkaar worden getoetst, gebeurt er iets magisch”

Magisch

“Het is op zich niet zo interessant om een gegevens simpelweg te visualiseren. Pas wanneer verschillende data aan elkaar worden getoetst, gebeurt er iets magisch. Je zou bijvoorbeeld weersinformatie kunnen combineren met lokale geografische data. Dat klinkt misschien abstract, maar als je die gegevens samensmelt in een handige tool zou een landbouwer kunnen inschatten of zijn grond veel opbrengt of niet. Dat is een fictief voorbeeld, maar in Engeland hebben ze een vergelijkbare applicatie ontwikkeld voor de plaatselijke boeren. Die slimme toepassingen zijn een antwoord op de vraag waarom open data belangrijk is.”

Datawijs

“Je zou het misschien niet verwachten, maar ik blink niet uit in technologie. Bepaalde datasets zijn ook Chinees voor mij. Het is niet omdat de computer het bestand kan lezen, dat ik het ook begrijp. Je moet soms echt een expert zijn om iets met de gegevens te kunnen aanvangen, maar dat is zeker niet altijd zo. Om mensen, vooral jongeren, wegwijs te maken in de datawereld, hebben we samen met Mediaraven de website ‘Datawijs’ gelanceerd. Aan de hand van een interactieve videoreeks leggen we stapsgewijs uit hoe je zonder ervaring toch met open data kan experimenteren.”

Slagkracht

“Waarom datagebruik nog niet is ingeburgerd op een redactievloer? Ik denk wel dat ze weten dat er veel informatie beschikbaar is, maar de mogelijkheden niet altijd zien. Ze hebben dan ook andere noden dan pakweg een start-up. Een onderneming kan een programma ontwikkelen met open data, maar die gegevens zijn daarom nog niet nieuwswaardig. Al is datajournalistiek wel een meerwaarde voor de lezer. Er is steeds een duidelijke link naar de bron, waardoor iedereen de conclusie van het artikel kan nagaan”, Pauwels werpt het idee op dat Belgisch datajournalisten zich beter zouden verenigen: “Samen hebben ze meer slagkracht en krijgen ze waarschijnlijk ook sneller gegevens los. Het is trouwens belangrijk om af en toe eens aan de mouw van data-eigenaars te trekken. Vaak weten zij zelf niet eens dat hun informatie interessant kan zijn voor hergebruik. Als organisatie proberen wij die twee groepen alvast dichter bij elkaar te brengen.”

Werk van lange adem

“Mocht België een transparant land zijn, zou onze organisatie overbodig zijn. Ik voel echter wel dat er veel goesting is om rond open data te werken. Overheden, op elk bestuursniveau, beseffen meer en meer dat het een belangrijk thema is. De meeste gegevens zitten echter nog opgesloten in logge structuren. Er wordt gezocht naar een manier om ze toch open te stellen en toegankelijk te maken voor een breed publiek. Helaas staan we qua mankracht, ervaring en technologie nog in onze kinderschoenen. Het zal een werk van lange adem worden. We zijn op de juiste weg, maar het einde is nog lang niet in zicht.”

Fragment uit mijn bachelorproef ‘De kracht van data binnen de journalistiek’.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.