Agile versus conservatieve trainingsmethodes

De laatste maanden is veel geschreven over het Nederlandse voetbal en over het feit dat vooral jeugdtrainers conservatief zouden zijn. Trainers zouden de creativiteit en individuele ontwikkeling van spelers tegen houden, wat uiteindelijk resulteert in de recente uitschakeling van het Nederlands elftal in de WK kwalificatie. Het conservatieve zit hem vooral in dat trainers altijd maar vasthouden aan één en dezelfde manier van werken. De Agile methode, toegepast in allerlei commerciële organisaties, is een methode die erg succesvol lijkt te zijn voor het coachen van teams. In de komende maanden beschrijf ik stap voor stap hoe de Agile methode toe te passen als voetbalcoach met als resultaat: spelers en jezelf ontwikkelen.

Wat is Agile eigenlijk?

Agile is eigenlijk niets meer dan een zekere mindset. De letterlijke vertaling is dan ook “Behendig/lenig/flexibel”. Door middel van de Agile mindset leer je stapsgewijs op jezelf, het team, het ontwikkelingsproces en de doelstellingen te reflecteren en bij te sturen. Hierdoor ben je dus flexibeler en blijf je weg van oude traditionele methodes, welke het gros van de trainers vandaag de dag nog altijd hanteren.

Doelstellingen

Elk team heeft doelstellingen en elke coach heeft een visie om deze doelstellingen te realiseren. In commerciële organisaties is dit vaak gekoppeld aan bijvoorbeeld omzet. Bij voetbalteams spreek je veelal over posities op de ranglijst, aantal winstpartijen of een mate van ontwikkeling van jeugdspelers. Bij de Agile methode probeer je deze doelstellingen op te knippen in realistische subdoelen en deze te prioriteren op basis van belangrijkheid. Door vaak te toetsen of subdoelen wel of niet gehaald zijn, kun je snel leren of de gekozen visie de juiste is om jouw uiteindelijke doelstelling te realiseren.

Coachen van voetbalteams

Als je in het woordenboek zoekt naar de definitie van coachen, kom je het volgende tegen:

“Coachen is het systematisch beinvloeden van spelers met als doel prestatie te ontwikkelen.”

Het woord systematisch stappen veel trainers overheen. Jeugdtrainers komen vaak het veld op met het idee spelers te verbeteren, maar wijden bijvoorbeeld de ene training aan ‘Verdedigen Eigen helft’ en de andere training aan ‘Aanvallen Helft tegenpartij’. Puur omdat er problemen geanalyseerd worden tijdens de voorgaande wedstrijd. Ze werken in de waan van de dag en spelers weten na 3 weken niet meer wat ze daarvoor geleerd hebben.

Systematisch werken is noodzakelijk voor voetbalcoaches. Het betekent dat je planmatig te werk moet gaan. Dat je van te voren een visie moet hebben over hoe het spel gespeeld wordt. Dit betekent uiteraard niet dat je elk detail in elke situatie moet voorkauwen voor spelers, maar wel dat voetballen een teamsport blijft. Er is afstemming nodig over hoe spelers met elkaar verdedigen en aanvallen. Veel trainers hebben een visie, maar trappen vaak in de valkuil dat binnen hun visie er maar 1 speelwijze bestaat die de juiste is. Door middel van de Agile mindset stel je jezelf open om deze visie aan te passen indien nodig en te leren van foutieve keuzes.

Om dit concreet te maken: Het aloude 1:4:3:3 systeem wordt in ons land als heilig beschouwd, terwijl in andere vooruitstrevende landen vele andere systemen worden gespeeld die zijn afgestemd op de spelers, tegenstanders en de coach. Pep Guardiola heeft een duidelijk beeld van hoe hij voetbal wilt spelen, maar varieert bij elke ploeg die hij coacht. Wij roepen nog steeds dat we buitenspelers missen om ons geliefde 1:4:3:3 te spelen, puur omdat we vasthouden aan één visie welke in het verleden succesvol was.

Visie verwerken in een Backlog

Vanaf de UEFA B cursus van de KNVB wordt geleerd om een visie / speelwijze te creëren en deze een plek te geven in een jaarplan. In het jaarplan wordt de speelwijze binnen aanvallen, verdedigen en omschakelen opgeknipt in fases, het team-tactische periodiseren. Er wordt echter niet rekening gehouden met het feit dat jouw visie wellicht niet de meeste geschikte is voor jouw spelers, jouw staf en om jouw doelstellingen te halen. Binnen Agile krijgt deze periodisering ook een plek, met als grote verschil dat deze alles behalve vast staat. Elke periode heeft als doel een klein onderdeel van jouw visie te testen gekoppeld aan een probleemstelling. Bijvoorbeeld: “Jouw team is niet in staat om de speelruimte dusdanig klein te houden om vervolgens druk te krijgen op helft tegenpartij bij opbouw vanaf 3/4.” Als coach heb je een bepaalde visie over hoe je dit probleem wilt oplossen en krijgt dit plek tijdens trainingen in een periode van enkele weken. In plaats van elk probleem op voorhand in te plannen in een jaarplan, prioriteren we binnen Agile deze problemen in een lijst. Deze lijst wordt een Backlog genoemd. Het belangrijkste probleem staat bovenaan en wordt gepland in de eerste periode.

De sprints: Build, measure, learn cyclus

In Agile teams wordt vaak gesproken over een korte Build, measure, learn cyclus, ook wel sprint genoemd. Een sprint is de korte tijdperiode waarin een oplossing voor een probleemstelling gerealiseerd en getest wordt met als doel zo snel mogelijk te leren of de gekozen overkoepelende visie de juiste is (de speelwijze). Binnen elke sprint probeer je als team een probleem op te lossen. In voetbal kun je bijvoorbeeld wekelijkse sprints hebben. De trainingen zijn dan de momenten waarin je (voetbal)problemen probeert te verbeteren en de wedstrijden zijn de test-momenten. Je kunt hier ook enkele weken voor uittrekken, daar spelers ook herhaling nodig hebben. Na elke sprint reflecteer je of de doelstelling gehaald is, of jouw visie de juiste is en of je het plan (backlog) moet bijstellen.

Van Gaal en Agile methode

Om af te sluiten wil ik jullie onderstaande video laten zien over hoe Louis van Gaal Agile toepast als Coach. Zo reflecteert hij zijn visie en laat hij deze aansluiten op zijn spelers. Hij past de build, measure, learn cyclus toe als Training, Analyse en Evaluatie (+ voorbereiding)

Hoe geef je exact jouw visie vorm in een backlog? Hoe reflecteer je? Hoe ziet een sprint er werkelijk uit? Al deze vragen zal ik stuk voor stuk behandelen in volgende blogposts. Heb je zelf nog vragen? Aarzel dan niet om ze te stellen, want wellicht kan ik ook daar antwoord op geven in een van de komende posts.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.