Profiteer van een vluchteling

Gratis lekker eten? Handig, al die vluchtelingen. De Syrische keuken is beroemd in de regio en daarbuiten. Zo kwam ik aan mijn favoriete Syrische gerecht.

Foto: Paul Josephs / Wikimedia

Ik word om halftien ‘s avonds gebeld. Waar ik ben. Nou eh, wat denk je van op weg naar huis, moe van een lange dag werken en sporten? Oh. De vraag was of ik misschien kon helpen. Het is best dringend ja. Nee, morgenochtend is te laat. Ik zucht en neem een taxi terug naar waar ik vandaan kwam.

In de tuin van de kennis die mij belde zitten ze klaar, moeder en zoon. Het engelengelaat van de negentienjarige zoon staat gespannen. Moeder lacht vriendelijk en put zich bij voorbaat al uit in dankbetuigingen. Het probleem is de stapel papieren voor haar neus. Vóór morgenochtend vroeg moet de inhoud daarvan terecht komen in een serie elektronische formulieren. Het Engels van zoonlief — laten we hem Gabriël noemen, wegens dat engelengezichtje — is best aardig, maar de ingewikkelde overheidsterminologie gaat ze boven de pet.

Het doel: de hele familie naar Canada krijgen. Ze leggen me uit dat een kerkelijke organisatie in Amman een steunprogramma heeft opgezet waarbij Canadese gezinnen Syrische vluchtelingen wegwijs maken. De kerk ondersteunt de aanvraag, maar de formele procedure gaat via de ambassade. Dus moet er voor elk gezinslid een aantal formulieren worden ingevuld, en dat moet vóór morgenochtend tien uur, want dan hebben ze een afspraak en de aanvraagtermijn sluit de dag erna. Ze durfden niet eerder hulp te vragen, vandaar. Vader, moeder en minderjarige jongste zoon gaan samen op een aanvraag, Gabriël en zijn zus moeten een aparte aanvraag doen.

De uren erna probeer ik samen met hen alle vragen te beantwoorden. Dat is niet altijd makkelijk. “De naam én geboortedatum van mijn vaders vader? Waarom moeten ze dat weten?” “Ons huis heeft geen huisnummer. Laat staan een postcode…” Bij persoonlijke en pijnlijke details zoals hun vluchtverhaal slik ik en vraag net zo droog door als bij het invullen van moeders werkervaring: “Dus er vielen granaten in bij de buren? Kreeg je zoon op dat moment een granaatscherf in zijn been of was dat op een andere dag?” En hoe vertaal je de vraag: “Waarom heeft u geen bescherming gezocht bij de autoriteiten van uw land?” voor iemand die achtervolgd werd door milities — waarom denkt u zélf, meneer de immigratieambtenaar? Maar ze beantwoorden alles kalm en helder.

Om twee uur ‘s nachts rol ik een bed in de kamer van de dochter in; Gabriël gaat vannacht nog door met de vragen die hij zelf kan beantwoorden, morgenochtend om halfacht zal ik weer voor zijn deur staan voor een laatste check en met wat detailinformatie die van zijn vader moet komen.

Als ik ‘s ochtends om zeven uur de kamer uitkom, zie ik het gezicht van moeder op radeloos staan. Ze wilde haar man om de ontbrekende informatie vragen, maar die heeft ineens besloten dat hij toch niet meegaat. Ze hadden het erover gehad, ze hadden samen besloten, en toch krabbelt hij nu terug. Waarom? Hij wil niet. Ik laat haar achter en ga toch naar Gabriël toe om het zo goed mogelijk af te maken. We werken stug door, in afwachting van een besluit. Na veel heen en weer gebel en gepraat besluiten ze de aanvraag dan maar zonder vader te doen. Hij is niet om te praten. Om kwart over tien is alles eindelijk compleet, ik ren de deur uit naar mijn werk en zij gaan richting ambassade.

Als ik ‘s middags vraag of alles gelukt is, blijkt dat ze toch niet zijn gegaan: ze hebben het nagevraagd bij de kerk en die blijkt geen gezinnen te willen splitsen. Dus met het afhaken van vader valt hun hele aanvraag in duigen. Ik ben geneigd net zo verontwaardigd te zijn als zij. Lekkere echtgenoot! Maar ik realiseer me ook weer eens hoe ingewikkeld het is om vluchteling te zijn. Keer op keer moet je levensomvattende besluiten nemen, en soms lukt dat kennelijk even niet. Het leven hier in Jordanië biedt geen perspectief, teruggaan naar Syrië is — zeker weten, ik ken nu hun vluchtverhaal — geen optie. Toch leidt dat niet automatisch tot dan maar helemaal opnieuw beginnen. Voor haar vervalt nu alle hoop op een nieuw leven, maar voor hem was deze volgende stap in het onbekende te groot.

‘s Avonds kom ik weer naar ze toe. Moeder heeft de hele dag niet met haar echtgenoot gesproken. De radeloosheid is niet van haar gezicht verdwenen. Maar ze heeft haar oudste zoon overtuigd dat hij zijn eigen aanvraag moet doorzetten: hij kan zich best alleen in Canada redden. We maken de formulieren samen af, nu met wat minder hoge tijdsdruk dan de dag ervoor. Moeder blijft me omhelzen en bedanken voor mijn hulp. Dat ze net haar hele toekomst in het water heeft zien vallen is niet relevant, ik heb haar geholpen dus ik moet bedankt worden. Ik krijg ondanks mijn gesputter een plastic zak in handen geduwd. Dit moet ik aannemen als bedankje. Stiekem kan ik niet wachten de zak thuis open te maken, want ik vermoed wat erin zit: een pot met makdous, ingemaakte aubergines met notenvulling. Voor haar een vanzelfsprekende vaardigheid, voor mij vrijwel onmogelijk na te maken (voor wie de uitdaging aan wil gaan: hier is een recept. En anders: zoek eens een Syrische vluchtelinge op).

De volgende dag in de buurtsuper word ik spontaan omhelsd: Gabriël heeft de aanvraag ingediend en maakt grote kans om toch te gaan. Ik ben vanaf nu “onze grote zus”. Ik ben mogelijk nog dankbaarder dan zij en dat vertel ik ze ook: de komende weken eet ik mijn favoriete Syrische eten. Zo hebben we effectief elkaars vaardigheden gedeeld. Wie profiteert er nou van wie?

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.