Nederland als lavatrice van de maffia

De maffia is allang niet meer een Italiaans probleem. Ook in Nederland zijn de grote maffiaorganisaties actief. Maffiakopstukken wonen zelfs in Nederland. Onlangs werden de daders achter een maffia-afrekening in Duisburg opgepakt in Amsterdam. Volgens spijtoptanten van de maffia draait de witwasmachine in Nederland op volle toeren.

The Godfather, Goodfellas, Donnie Brasco, Scarface en The Soprano’s. Zo kennen we de maffia. Opvliegende mannen, behangen met goud, die hun hand niet omkeren voor een moord meer of minder. Spannend en lekker ver van ons bed. Dat er in onze Europese Unie ook daadwerkelijk dergelijke brute types als Totò Riina en Bernardo Provenzano rondlopen, is minder leuk. Gelukkig zijn die inmiddels op Sicilië in de kraag gevat. Maar de maffia is allang geen Siciliaans probleem meer. Het is een Europees probleem en een groot probleem ook. Dat werd duidelijk toen eind 2007 in een pizzeria in Duisburg zes mannen in koelen bloede werden neergeschoten bij een mafia-afrekening. Een van de schutters, Giovanni Strangio, werd in Diemen opgepakt. Strangio woonde met zijn familie in Nederland en is helaas geen uitzondering. Ook Giuseppe Nirta, baas van Strangio’s clan, werd al in Amsterdam opgepakt. Nederland is een geliefde verblijfplaats voor de Italiaanse maffia. Zo blijkt uit boeken die recent zijn verschenen over de activiteiten van de maffia. Boeken zoals het verfilmde Gomorra van Roberto Saviano, Maffia van Petra Reski, Bloedbroeders van Nicola Gratteri en Antonio Nicaso of Het Engelengezicht van Andreas Ulrich.

De maffia is breder dan de Cosa Nostra op Sicilië, die we zo goed kennen uit de films. De ‘Ndrangheta uit Calabrië en de Camorra uit Napels zijn tegenwoordig bijzonder actief in Europa. Vooral de ‘Ndrangheta is oppermachtig. Met een jaaromzet van 44 miljard euro hebben ze de hele cocaïnehandel in Europa in handen. Geen enkele andere misdaadorganisatie beschikt over zo veel cash. In Duitsland wordt het geld wit gewassen. In Brussel is ooit een hele straat opgekocht door de ‘Ndrangheta. In Nederland verblijven de maffioso omdat ze hier met rust gelaten worden.

De Italiaanse maffia noemt onze landen de lavatrice; de wasmachine die alles wit wast.

Nederlandse bank

“Nederland was het trefpunt voor ons in het buitenland. En dan doel ik op alle maffiaorganisaties. (….) Je hoefde geen angst te hebben te worden opgepakt door de politie. Er wás ook weinig politie. Het leven was hier makkelijk. We konden doen wat we wilden. Nederland was een vrijstaat.” Aldus Giorgio Basile tegen weekblad Revu. De Duitse journalist Andreas Ulrich schreef met Het Engelengezicht een biografie van Basile die zich opwerkte tot kopstuk rond de ‘Ndrangheta. Basile groeide op in het Duitse Ruhrgebied en op het hoogtepunt van zijn carrière pendelde hij bijna continu tussen Nederland, Duitsland en Italië. In Nederland kocht hij wapens en drugs, rustte hij uit en pleegde zelfs een moord, in Duitsland had hij zijn witwasprojecten en in Italië droeg hij een deel van zijn flinke winsten af aan de ‘Ndrangheta.

“Natuurlijk zitten ze in Nederland”, zegt Petra Reski, schrijfster van Maffia.

“Ze investeren hun geld hier en waar ze investeren daar willen ze macht uitoefenen. Dat doen ze via politici. Die nodigen ze uit in hun restaurant, ze regelen misschien coke of vrouwen voor die politici zonder er iets voor terug te vragen. Tot het moment komt dat ze een wederdienst nodig hebben. Dat gebeurt ook in Duitsland en Nederland.”

Roberto Saviano beschrijft in Gomorra hoe Augusto La Torre, leider van de La Torre-clan binnen de Camorra, op een gegeven ogenblik in Nederland zit ondergedoken bij een schietvereniging. “Zo kon de boss op kleiduiven schieten om in vorm te blijven”, schrijft Saviano. Volgens de schrijver bevindt een gedeelte van het vermogen van de grotendeels opgerolde La Torre-clan zich nog in de kluis van een Nederlandse bank. Het gaat om miljoenen euro’s. In Mondragone, de thuisbasis van de La Torres is het inmiddels een gevleugelde uitdrukking om grote rijkdom mee aan te duiden. “Ik ben de Nederlandse bank niet”, zegt men daar geregeld.

De lijst van gearresteerde maffioso in Nederland wordt alleen maar groter. In 2003 werd de schietgrage Filippo Cerfeda, lid van de Sacra Corona Unita uit Apulië, gearresteerd in Ridderkerk. Net als de eerder genoemde Giorgio Basile en Augusto la Torre wordt ook Cerfeda spijtoptant en bekent vele moorden. Dat zijn de mensen die de omerta (zwijgplicht) van de maffia doorbreken. Ongetwijfeld zullen er nog meer maffioso in de anonimiteit verblijven in Nederland. Vanwege de redenen die Giorgio Basile in Revu opnoemde: “In Nederland kon je gaan en staan waar je wilde, in hotels had je geen paspoort nodig om in te checken, je kon in het geheim op bungalowparken verblijven. Natuurlijk, ook het liberale drugsbeleid, de coffeeshops waren fantastisch voor ons. (….) Toen de interne grenzen in de Europese Unie wegvielen hebben we dat letterlijk gevierd. Nu kon je helemaal in en uit lopen zonder controle.”

Totò Riina

Remko Tekke woont zes jaar in Reggio Calabria, de stad waar de ‘Ndrangheta heerst. Hij geeft er Engelse les, vertaalt voor de antimaffiadienst en schrijft uiteindelijk het boek Dansen op Vulkanen over de regio. “Als toerist merk je helemaal niks van de maffia”, zegt hij. “Als je er woont, merk je dat alles met de maffia te maken heeft. Je ziet het aan de mentaliteit van de mensen. Italië is nog niet zo lang één land. Doen wat de landelijke overheid vraagt, wordt vaak nog gezien als landverraad. Zo worden er nauwelijks belastingen betaald, zijn de regels vaak erg flexibel en let iedereen heel goed op elkaar. In al die jaren dat ik Engelse les gaf, heb ik nooit een cent belasting betaald. De schooldirectrice betaalde me rechtstreeks uit haar portemonnee. Het is zo schimmig. Als iemand voor de zoon van zijn buurman een baantje regelt, is dat dan nepotisme, burenliefde of werk van de maffia? En die schimmige lijn wordt overal op toegepast, van vriendendiensten tot de grootste criminaliteit.”

De afrekening in Duisburg heeft tot de nodige commotie geleid in Duitsland en Nederland. In het zuiden van Italië kijkt men er niet van op. De zes doden vallen in het niet bij de honderden moorden die er jaarlijks worden gepleegd onderin ‘De Laars’. In 1992 leert de wereld de meedogenloosheid van de Cosa Nostra kennen wanneer Totò Riina, de grote baas van de Siciliaanse maffia, met een enorme autobom onderzoeksrechter Giovanni Falcone uit de weg ruimt. Het is ook de doodsteek voor de leidende positie van de Cosa Nostra. Riina wordt opgejaagd, opgepakt en met de klap van de autobom verdwijnt ook de zo geliefde anonimiteit van de Cosa Nostra. De streng hiërarchisch georganiseerde Cosa Nostra blijkt zwakke punten te hebben zodra er op de bazen wordt gejaagd. Iets waar de horizontaal opererende clans van de ‘Ndrangheta minder last van hebben. Ook de keuze van de ‘Ndrangheta voor de cokehandel blijkt veel lucratiever dan de heroïnehandel van de Cosa Nostra.

Maffiamaatje

De maffioso trekken niet alleen Europa in, ook geld van de Europese Unie trekken ze naar zich toe. Vooral van de subsidies voor bouwprojecten eten ze goed. “De snelweg tussen Salerno en Reggio Calabria, daar zijn ze nu al twaalf jaar mee bezig”, zegt Remko Tekke. “Dat is een project dat flink gesubsidieerd is en de maffia beheerst de bouwwereld dus dan snap je wel waar dat geld heengaat. Er moet ook nog steeds een brug komen over de straat van Messina, dat Reggio Calabria met Sicilië verbindt. Het is geen makkelijk project, maar in Nederland had die brug er allang gelegen. In Italië duurt het al jaren en zal het nog wel twintig jaar duren voor die brug er eindelijk ligt.”

De bouw van de brug in Messina is door Silvio Berlusconi nieuw leven in geblazen. In haar boek Maffia laat Petra Reski er geen twijfel over bestaan dat Berlusconi goede banden heeft met mensen die dikke vrienden met de maffia zijn. “Het gaat om stemmen”, zegt ze. “Zuid-Italië is inmiddels Forza Italia-gebied. De maffia weet dat hun toekomst in goede handen is bij de partij van Berlusconi. De politici zouden moeten zorgen dat het geld voor de bouw van die brug in goede handen komt, maar ja, de vorige president van Sicilië is notabene veroordeeld voor zijn hulp aan de maffia. Het is de maffia er alles aan gelegen om de regio waar ze zitten onderontwikkeld te houden. Dat is de enige reden om geld te blijven krijgen. Ze bouwen er ook geen paleizen voor zichzelf. Dat zou de omgeving maar jaloers kunnen maken. Misschien hebben ze een luxe inrichting, hoogstens een Rolex, maar het meeste geld investeren ze in het buitenland of het noorden van Italië.”

Lavatrice

Er is een aantal redenen waarom de Italiaanse maffia zo graag naar Nederland en Duitsland trekt. In Italië kan men goederen confisqueren als het vermoeden bestaat dat ze aan de maffia toebehoren, hier niet. Lidmaatschap van de maffia is er al strafbaar. In Italië moet bewezen worden dat het bezit rechtmatig is verworven. En in Duitsland mag justitie in de openbare ruimte niemand afluisteren.

“Het probleem wordt onderschat in Duitsland”, vindt Petra Reski.

“We hebben hier het principe dat je onschuldig bent tot schuld bewezen is. Maar maffioso zijn gewoon schuldig, ook al drinken ze ergens een cola in een bar. Dat betalen ze namelijk wel met geld dat is verkregen via afpersing, moord, illegale handel of andere duistere manieren. De politie in Duitsland weet dat het een probleem is, helaas kunnen ze er met de huidige wetten niks aan doen. Totdat politici er iets aan gaan doen, kunnen de maffioso hun gang gaan.”

Navraag bij zijn Calabrese vrienden leverde Remko Tekke tegenstrijdige informatie op over de voorkeur van de maffia voor Nederland als verblijfplaats. “Ze zeggen dat de ‘Ndrangheta er graag zit omdat Nederland een kruispunt van de cokehandel is. Er wordt ook gezegd dat ze Nederland uitkiezen omdat ze hier met rust gelaten worden. Het is trouwens opvallend hoe veel grote kopstukken van de ‘Ndrangheta in Nederland verblijven. Het zou goed kunnen dat ze zich daarom zo rustig houden in Nederland, dat merk je in Calabrië ook, er wordt geen tasje gepikt. Ze willen geen rumoer.”

Restaurants, pizzeria’s en ijssalons in handen van Italianen afkomstig uit het zuiden van hun land zijn sinds de maffiaboeken plotseling verdacht als witwaswinkels. Zeker die zaken die ondanks gebrekkige klandizie zogenaamd een stevige omzet draaien. Remko Tekke: “Onder de maffioso is een enorme diaspora ontstaan. Ze zijn overal heengetrokken om met pizzeria’s, hotels en ijssalons het geld wit te wassen. En dan gaat het vooral over zaken waar nooit iemand zit. Een lavatrice noemen ze dat in Italië. Een wasmachine om geld wit te wassen.”

Giorgio Basile stelt het als volgt: “Er werd hier wel flink geïnvesteerd, in de bouw, in huizen, in restaurants. Kijk, we hadden in feite te veel geld, we moesten het ergens investeren, het ergens witwassen.”

Overleven

Het lijkt een onbegonnen strijd tegen de maffia. Voor ieder opgepakt kopstuk staat een nieuwe generatie opvolgers klaar. Zolang de politici het spel meespelen en de bevolking het allemaal wel best vindt, zal er weinig veranderen.

Remko Tekke: “De laatste tijd zijn er grote successen geboekt in de strijd tegen de maffia. Maar de maffia is een overlevingsmechanisme. Ze zijn nu heel anders dan tien jaar geleden en zullen over tien jaar weer heel anders zijn.”

Petra Reski: “Ze bewegen zich zo snel. Het zit in hun bloed om veranderingen aan te voelen. Ze zijn justitie bijna altijd een stap voor. Ze hebben zich nu bijvoorbeeld op het internet gestort. Ze willen heel graag dat de publieke opinie hen gunstig gezind is. Dus nu maken ze Facebook-accounts en blogs waarop de maffia wordt verdedigd. Maar ook de economische crisis biedt ze veel kansen. Ze willen maar twee dingen: geld en macht. En de macht krijgen ze via het geld. Daarom zullen ze altijd met politici blijven optrekken. Dat is de manier om invloed uit te kunnen oefenen.”