Duurzame inspiratie!

Lezing voor de Nieuwe Kerk vrouwen over mijn reis, plezier en twijfels op weg naar een duurzamer leven

Alles begon voor mij met een baan bij de gemeente Den Haag als projectleider “Participatie & Schoon”. De opdracht was om met allerlei projecten mensen in beweging krijgen voor een schonere stad. Ok, dacht ik, maar hoe kom ik zelf in beweging? Waardoor laat ik me inspireren? Wanneer ga ik zelf dingen daadwerkelijk (anders) doen? In de loop van de tijd heb ik heel wat dingen uitgeprobeerd en is mijn kijk op hoe ik leef en wat ik koop echt veranderd. Toch knaagt er ook iets. Is het geen druppel op de gloeiende plaat wat ik doe? Ik leid je in dit verhaal langs mijn zoektocht naar een duurzamer leven.

Bijeenkomst 28 november met de Nieuwe Kerk vrouwen

De eerste dagen als projectleider stuitte ik op het #zwerfie initiatief, ooit begonnen door Henk de Vrugt. Hij raapte een stuk zwerfafval af, maakte er een selfie van en noemde het een #zwerfie. De gedachte was dat als iedereen 1 stukje zwerfafval per dag zou oprapen en dat dus zichtbaar zou maken, Nederland in drie dagen schoon zou kunnen zijn. De plastic soep zou niet meteen opgelost zijn, maar de kraan zou wel dicht gedraaid kunnen worden.

Toen ik daaraan ging mee doen en over ging schrijven kwam ik met heel veel meer mensen in contact die geloofde dat ook al doe je weinig, dat kleine toch ook iets betekent. Uiteindelijk is de Dirk Groot, de “zwerfinator” zoals hij zichzelf noemt in de duurzame top 100 terecht gekomen vanwege zijn nauwkeurige metingen van zwerfafval en de afkomst ervan en de exposure hiermee in menig landelijke krant. Het statiegeld op kleine flesjes en blikjes is er nog niet, maar op Europees niveau wil het parlement alvast een verbod op plastic rietjes en bestek.

Dit was denk ik mijn eerste ervaring met een duurzame beweging van onderaf waarvan ik nu zie dat het landelijk en Europees impact begint te hebben.

Onderweg ontdekte ik steeds meer de urgentie. De documentaire van VPRO Tegenlicht over de Donuteconomie die ik getipt kreeg door een collega liet me onthutst achter. In deze documentaire vertelt Kate Raworth, Britse econome, dat het model van continue economische groei z’n tol eist. Maar niet bij ons, bij de ander. Zij schetst dat o.a. aan de hand van de kledingindustrie.

Een tijdje later keek ik een aantal afleveringen over de baby-industrie. In Nederland mag je niet anoniem een ei-cel doneren en mag je ook niet verdienen aan het dragen van een andermans kind. Wensouders zoeken hun heil dus in landen waar dat wel kan. De documentaire laat zien dat de toenemende commercialisering van dit draagmoederschap en eiceldonatie gevolgen heeft dat sterk op uitbuiting lijkt. Er komen vrouwen aan het woord die minder geld krijgen dan toegezegd, die te vaak hun lichaam belasten en slecht worden behandeld in de kliniek.

Toen ik deze documentaire keek was de maat bij mij vol. Ik was woest. Dit mocht niet kunnen. Gelukkig had ik net een week ervoor een boek over woede gelezen en dat dat de enige emotie is die leidt tot verandering, mits je jezelf hierbij goed in ogenschouw neemt en het niet meteen botviert op de ander. Dat in mijn acherhoofd hebbende ging ik min of meer reflecteren: waarom ben ik nu boos en op wie? Het ging mij niet om die babies, het ging mij niet om de wensouders, het ging hier over mij. Wat had ik hierin nagelaten? Al die spullen die ik had aangeschaft en dat mooie huis, wie was daarvoor uitgebuit? Was het altijd een faire deal geweest, mijn geld t.o.v. de inzet en de verdienste van de ander? En hoe kwam ik hierachter? Ik vreesde dat ik op veel punten een antwoord zou moeten geven dat het inderdaad niet fair was geweest.

Ik nam mij vanaf dat moment voor om 1 ding in mijn leven te veranderen, op weg naar een eerlijke uitruil en minder uitbuiting. Ik keek letterlijk om mij heen, toen naar mezelf en dacht: dat moeten dan mijn kleren worden. Vanaf dat moment begon mijn zoektocht naar duurzame kleren. Onder faire omstandigheden gemaakt, met oog voor het milieu en de gebruikte grondstoffen. Ik schreef daar deze blog over. Ik kwam erachter welke merken zich hebben aangesloten bij bijvoorbeeld de Fair Wear Organisation en welke merken een GOTS certificaat hebben. Ik kwam er zelfs achter dat je je eigen favoriete merk kunt opzoeken en checken op duurzaam beleid toen ik mijn zoektocht naar duurzame zwangerschapskleding deed.

Wat deed ik de afgelopen jaren nog meer en waar ben ik nu mee bezig?

Toen ik verhuisde keek ik in de aanschaf van nieuwe vloeren, gordijnen en andere materialen naar de grondstoffen van dat materiaal, de mate waarin het recyclebaar en van natuurlijke oorsprong was. 
Voor verzorgingsproducten ben ik ooit overgestapt op deodorant zonder aluminum en hervulbare verpakking, op make-up pads die uitwasbaar zijn en katoenen billendoekjes voor de kids. 
Op dit moment ben ik bezig met een blog over duurzame voeding. Maar dan is zijn totaliteit. Wat is goed voor mij als zwangere vrouw (bijvoorbeeld veel vezels) en welke producten koop ik dan die zowel goed voor mij zijn als voor de natuur. Die zoektocht leverde de duurzame voedingsdriehoek op die gezond eten combineert met duurzame productie van dat eten. Tevens heb ik mezelf weer eens verdiept in biologisch voedsel. Is dat nu echt duurzaam? 
Als je je er eenmaal in verdiept kun je werkelijk op alles wat je koopt een duurzame variant achterhalen. Het kost even moeite om het uit te zoeken maar internet is super behulpzaam. En als dat niet lukt kun je altijd besluiten tot het kopen van minder of tweedehands. Oftewel: voor elk wat wils!

Al met al heb ik dus best wat initiatieven ondernomen om stukjes van mijn leven te verduurzamen. Maar na een tijdje begint het dan toch te wringen als je artikelen leest over dat 1x vliegen al je duurzame initiatieven binnenshuis teniet doet. Of dat de overheid er gewoon niet aan wil en het bedrijfsleven de grootste veroorzaker is van de CO2 uitstoot die al tijden omlaag moet.

Niet voor niets was mijn eerste reactie toen ik werd gevraagd om deze sessie te leiden eentje van verbazing. Ik, over duurzaamheid? Ik ben helemaal niet duurzaam! Ik denk dat ik bedoelde: ik heb met al mijn goede bedoelingen en huiskameractivistische trekjes maar minimaal tot geen impact op de teloorgang van moeder aarde. En dat is niet echt hoopgevend. Maar dan kijk ik naar de afscheidsspeech van Wubbo Ockels.

Mooi, dit perspectief van een astronaut die de aarde in z’n geheel heeft bekeken en heeft gedacht: wow, wat een briljante schepping (oh nee, daar gelooft ie niet in :)), die mogen we niet kwijtraken.

Tot slot. Hoe dan? Een betere wereld begint bij jezelf. Dus: jij moet echt zelf beginnen. En het liefst op de thema’s die jouw interesse hebben, dan houd je het het langst vol. Je raakt vanzelf enthousiast om dan ook met meer aan de slag te gaan. Om vervolgens meer impact te hebben reikte Eva Rovers mij in haar boek “Practivisme” wat tips aan. Zij legt uit dat ze altijd huiskameractivist was, online petities tekende, maar nu eens wilde onderzoeken hoe je echt de wereld kunt veranderen. Ze heeft 5 tips voor jou en voor mij:

  1. Erken het belang van collectiviteit! Een opstand is zowel individueel als collectief. Je moet datgene wat jij wilt beschermen ook voor een ander willen beschermen. En je moet daar met elkaar voor willen gaan. Overeen komen over wat je doelen en je strategie is.
  2. Heb geduld. Een groep mensen het eens laten worden over hun gezamenlijk doel en strategie kost tijd. Neem die tijd. De belangrijkste maatschappelijke veranderingen kwamen nooit door 1 spontane actie.
  3. Doe moeite! Moedeloosheid vermindert op het moment dat je echt ergens aandacht voor hebt. En de vluchtigheid verdwijnt daarmee ook. Onderzoek hoe jij dingen kunt veranderen, verdiep je erin.
  4. Ben geweldloos. Ook in je taal. En dat zit ‘em ook in formuleren waar je voor bent en niet alleen waar je ‘tegen’ bent.
  5. Denk kritisch na. Bedenk dat het anders kan. Fantaseer over een wereld die er anders uit ziet.

Ok, nu ben jij echt aan zet. Welk element van jouw dagelijkse leven en/of aankopen wil jij eens onder de loep nemen om te kijken of het eerlijker en duurzamer kan? Waar maak je je echt kwaad over? Kijk eens of je hier met een aantal mensen mee aan de slag kunt, zodat je elkaar kunt inspireren en motiveren. Praat erover wat je wilt bereiken en hoe je dat denkt aan te pakken. Formuleer waar je ‘voor’ bent en het belangrijkste: begin gewoon.

Even a small thing is something.