Automatisering & Werkgelegenheid

Voor een schoolopdracht van Hogeschool Rotterdam heb ik een essay geschreven over technologische ontwikkelingen en de impact hiervan op de samenleving. Ik ben mij toen gaan verdiepen in automatisering en de invloed hiervan op de werkgelegenheid. Onderstaand artikel is een aangepaste (kortere) versie van mijn essay. Mijn volledige essay is hier te downloaden als pdf, waarin ik dieper in ga op de wetenschappelijke onderzoeken die zijn gedaan naar dit onderwerp.

Introductie 
We leven in een tijdperk waarin technologische ontwikkelingen zo snel gaan, dat we 20 jaar geleden de technologieën van nu als science fiction bestempelden. Denk hierbij aan mobiele telefoons met touchscreen, virtual reality, technologie in de geneeskunde, en nog ontelbare andere innovatieve ontwikkelingen. In de eerste instantie zien mensen vooral positieve gevolgen in technologische ontwikkelingen. Een tool zoals een smartphone die ons het leven makkelijker maakt, of nanotechnologie die in de toekomst misschien kanker kan genezen. Maar er zijn ook een aantal negatieve gevolgen van deze technologische vooruitgang, met name op de werkgelegenheid.

In deze tekst worden een aantal onderwerpen besproken met betrekking tot de invloed van automatisering/robotisering op de werkgelegenheid. Het is een heel breed onderwerp en daarom heb ik een onderzoekende houding aangenomen die antwoorden zoekt op de vraag:

“Wat zijn de gevolgen en voorspellingen van automatisering op de werkgelegenheid in verschillende sectoren?”

Het is voor mij als student zijnde een erg relevant onderwerp. Ik wil mijzelf onderwijzen voor de banen van de toekomst, en niet die van nu. Want wie weet bestaan die banen over 10 jaar niet meer, omdat een computer of robot deze heeft overgenomen. Verder vind ik het interessant om te speculeren over de toekomst en welk pad de technologische ontwikkeling gaat nemen.

Eerste machinetijdperk
Vanaf 1800 spreken we van het eerste machinetijdperk. Dit was een ontwikkeling waarin spierkracht van machines centraal stond. Automatisering zorgde er toen voor dat vooral taken van laagopgeleiden overgenomen werd door machines. Dit was vaak ongeschoold (routinematig en manueel) werk met veel herhaling van fysieke aard.

Tweede machinetijdperk
Het tweede machinetijdperk begon nog niet zo lang geleden, maar vanaf 1980. Dit is het tijdperk waar wij nu in leven en waarin machines niet alleen spierkracht leveren, maar juist steeds meer denkkracht leveren. Sinds de jaren tachtig treft de toenemende automatisering niet meer alleen laagopgeleiden, maar vooral middelbaar geschoolden. Het gaat om ‘cognitief routinewerk’. Dit is het soort werk dat goed in regels is te vangen en te automatiseren, bijvoorbeeld administratief werk. Sommige experts denken dat in de toekomst ook niet-routinewerk door computers kan worden overgenomen, bijvoorbeeld laaggeschoold werk als schoonmaken, of hooggeschoold werk als taxateur of laborant.

Nieuw (derde) machinetijdperk? 
In 1930 gebruikte John Maynard Keynes als eerst in de geschiedenis de term ‘technologische werkloosheid’: “Unemployment due to our discovery of means of economising the use of labour outrunning the pace at which we can find new uses for labour.” Hij geloofde dat het slechts een tijdelijke aanpassingsperiode zou zijn, waarbij er weer nieuwe banen zouden ontstaan. Sinds de eerste industriële revolutie gingen mensen ervan uit dat technologische ontwikkeling ervoor zorgt dat banen in oude sectoren verdwijnen, maar er ook nieuwe banen ontstaan in nieuwe sectoren. Zo is de kolenboer verdwenen, maar bracht de technische ontwikkeling nieuwe banen als webdesigner of datascientist.

De vraag is of dat ook deze keer gaat gebeuren, in het tijdperk van slimme machines. Met de exponentieel toenemende ontwikkeling in kunstmatige intelligentie krijgen de machines niet alleen meer denkkracht, maar worden ze ook steeds slimmer. Welke taken kunnen slimme machines overnemen, en waar vullen mensen en machines elkaar aan?

Verdwijnen en ontstaan van banen. 
Er zijn twee verschillende visies over de relatie tussen technologie en werkgelegenheid. In de ene visie leidt technologische innovatie tot economische groei, meer banen, hogere arbeidsproductiviteit en goedkopere producten.

In de andere visie ontstaat er ook hogere arbeidsproductiviteit, maar wordt deze arbeid vervangen door machines, en ontstaat er dus meer werkloosheid. Deze werkloosheid zal uiteindelijk leiden tot een lagere koopkracht en consumptie, met een slechtere economische groei als gevolg.

“No one goes to Paris to eat at McDonald’s (…). But I was just one person in a long queue. To avoid waiting, people could opt to order their food using a touchscreen, pay for it with a credit card, and collect it from the counter — but they did not. Like me they preferred to wait and speak to the polite assistant (probably an undergraduate) at the cash till. Fastfood restaurants no longer need people at the counter, just as supermarkets don’t need people to operate their checkouts. Technology can do these tasks. But these jobs still exist, largely because people need other people.” (Bainbridge, 2015)

De citaat hierboven suggereert dat er altijd banen zullen blijven bestaan die een persoonlijke dienst leveren, omdat sommige mensen interactie willen met andere mensen in plaats van een machine.

Welke banen verdwijnen? 
Momenteel nemen computers voornamelijk middelbaar geschoold werk over. Echter verwachten we dat computers steeds meer routinewerk kunnen overnemen. Op basis van het routinemodel zal de toekomst van werk bestaan uit drie niet-routinematige, cognitieve taken:

  1. het oplossen van ongestructureerde problemen,
  2. het werken met nieuwe informatie en
  3. het uitvoeren van niet-routineus fysiek werk.

In deze taken zal de mens samenwerken met de computer en vullen zij zoveel mogelijk elkaar aan. Bijvoorbeeld een dokter die geholpen wordt door een softwareprogramma bij het stellen van een diagnose. Andere studies geloven ook dat er verschillende vormen van samenwerking tussen mens en machine zullen ontstaan. Bijvoorbeeld waar een mens de machine instrueert, maar ook andersom. Daar is ook de term “robot als collega” in af te leiden.

Voorspellingen 
Doordat er geen consistente gevolgen zijn als we kijken naar de invloed van technologische ontwikkeling van het verleden en nu, is het lastig om een voorspelling hierover te doen. Het is onzeker hoe de vraag naar arbeid zich onder invloed van technologische ontwikkelingen in de toekomst ontwikkelt. Wel bestaan er verschillende visies, of speculaties, over de toekomst en over de vraag of, en in hoeverre, machines het werk van mensen zullen overnemen. Brynjolfsson en McAfee (2014) stellen dat machines veel meer dan in het verleden mensen zullen vervangen. Volgens hen is de balans tussen baancreatie en baanverlies nu verschoven naar het laatste.

Echter zien we een verdeling van meningen onder experts. Miller & Atkinson (2013) denken dat Brynjolfsson en McAfee de snelheid van de technologische ontwikkelingen overschatten. Denk bijvoorbeeld aan de Wet van Moore: Tot hoe lang kan elke anderhalf jaar de rekenkracht worden verdubbeld, en wanneer vindt een overstap plaats naar andere technologieën, zoals quantum computing?

“Handelingen die op regels zijn gebaseerd, zullen in steeds verdergaande mate geautomatiseerd kunnen worden maar communicatie en complexe probleemoplossing zal voorlopig nog wel mensenwerk blijven.” (WRR, 2013)

Nawoord 
Tijdens mijn zoektocht naar informatie over dit onderwerp ben ik op paar nuttige wetenschappelijke bronnen uitgekomen. Het is een breed onderwerp en er zijn veel verschillende deelonderwerpen. Het was daarom lastig om specifieke antwoorden te vinden op mijn onderzoeksvraag in een zee van informatie. Er is geprobeerd om de meeste relevante en nuttige informatie te verzamelen. Het is lastig om mijn eigen mening te uiten op een onderwerp waar ik nog niet alles over weet. Ik zal daarom mijn mening geven op de informatie die in deze tekst behandeld is.

Ik heb gekozen voor een technische en creatieve opleiding, omdat ik denk dat hier in de toekomst vraag naar is. Mijn opleiding vind ik daarom goed in het kader passen van dit onderwerp. “Ik wil niet opgeleid worden tot een robot.”, zeg ik vaak tegen mensen die vragen wat ik later wil gaan doen. Echter ben ik er na dit onderzoek achter gekomen dat dit antwoord waarschijnlijk nog letterlijk waar is ook. Ik denk dat er in de toekomst steeds meer banen gaan verdwijnen, maar er ook totaal nieuwe banen voor in de plaats komen. Ik ben het ermee eens dat persoonlijke diensten altijd blijven bestaan, omdat de mens behoefte heeft aan sociale interactie met andere mensen. En dat er in de toekomst steeds meer banen ontstaan in de technische branche.