Een tweede adem.

Pizzaoilo
Pizzaoilo
Sep 7, 2018 · 8 min read

Soms moet je gewoon durven toegeven dat er na enkele decennia wat mot in je relatie zit. Je bent op elkaar wat uitgekeken. Je durft zelfs al eens rondkijken. Je ziet elkaar nog graag, maar eerder platonisch. En je vindt steeds gemakkelijker een excuus om geen tijd samen te moeten doorbrengen.
Zoals zovelen voor mij heb ik dan maar geprobeerd onze relatie te redden met een weekendje Parijs.

Zonder kinderen. Zonder zorgen. Zonder vrouw.
Wij tweetjes. Mijn fiets en ik.

Zoveel jaren geleden had het lot ons samengebracht. Eerst was er een boze meneer met een hamertje die vond dat ik beter enkele maanden niet meer met de auto reed. Dan een bezorgde, doch strenge, mevrouw die vond dat mijn inventieve manier om een vangnet als hangmat te gebruiken geen toekomstperspectief bood aan de gemeenschap. Het lot (het kon ook een andere cosmische kracht geweest zijn, ik ken niets van yoga) had die gebeurtenissen dubbel geboekt in mijn Google Calendar. Het gevolg was dat ik gedurende maanden dagelijks met de fiets een stiel mocht gaan leren in een school voor grote mensen.

De fiets waar ik toen mee reed was een oude koersvelo van mijn vader. Paars aluminium, anorexische bandjes en ne grote plateau die ik alleen rondkreeg in de steilste afdalingen. Er stonden nog Look klikpedalen op, een merk van sluitingen voor skibotinnen, zo groot en lomp dat ik de onderkant kon gebruiken om te fietsen met de veiligheidsschoenen die bij mijn nieuwe stiel hoorden.

Ik had het eerst niet door, gevoelloze mansmens dat ik ben, maar ergens tijdens die maanden is er tussen ons iets gegroeid. Al snel begonnen we elkaar te zien buiten de kantooruren.

Voor ik het wist reed ik op zondagochtend met een ploeg mee. Ondertussen ook al met een koersklak, helemaal uitgedost in lycra en met de voetjes stevig vastgeklikt.
Het was de tijd van Mapei en Musseeuw en Bartoli en Tchmil. Waarmee ik niet wil zeggen dat ik aan de pot Belge zat, maar wil ik je bijsturen moest je nu een mentaal beeld hebben van een roedel Raphaards die na een “Epic Ride” een espresso drinken. Het waren andere tijden. We dronken bier, de overheersende fysiek was Tweedledee, en op onze truitjes stond reclame voor afbraakwerken en kantelpoorten. Het was geen zicht, allez.
Legendarische momenten werden er beleefd op uitstapjes met de ploeg. Wanneer we hetzelfde deden als op zondag, maar op verplaatsing: de Ardennen, de Vogezen, de Eifel, en zonder uur van madame: ne Chouffe, ne Riesling, en doe nog maar nen Hefeweizen voor iedereen zusammen Helga! Het loste tijdelijk het minpunt van het hele clubgebeuren op: elke zondag hetzelfde start-en-aankomstuur en start-en-aankomstplaats maken dat je na een jaar de toertjes wel kent.

Verhuizen, 2.3 kinderen, verbouwingen, een grasmachien: het leven van iemand die er nooit goed over heeft nagedacht, maakten dat de fiets vaker op stal bleef. Eerst omdat ik geen tijd had om met een ploegje mee te rijden, na een tijd omdat ik er de conditie niet meer voor had. Ondertussen, omdat het me niets meer zegt.
Mijn straat begint waar een jaagpad eindigt. Elke zondag zie ik ze dus, de caféploegen. Vooraan een dertiger die zijn conditie wil tentoonspreiden, dan de rest. Naargelang de conditie van het haantje vooraan al dan niet op een lang lint getrokken. Alsof het koers is. Een WorldTour ploeg: flitsende fietsen en matching outfits. Sport. Competitie. Niet met een winnaar, maar met machtsverhoudingen en stoefrechten. Tenzij je die eerste was heb je een hele voormiddag naar de kont moeten kijken van de ploegmaat met een nét betere conditie.
Andere ploegjes zijn gezapiger. Wat oudere renners in een breder peletonnetje of omgekeerd. Ze kunnen onderweg een klapke doen. Ik zie mezelf er nog mee meerijden moest ik niet wekelijks dezelfde ploegjes zien en dus een donkerbruin vermoeden hebben over hoe beperkt hun actieradius is.
Neen, het is niets meer voor mij. Ik heb het ooit gedaan, omdat dat nu eenmaal is wat je doet als je fietst omdat je graag fietst.
Dat dacht ik toch.

De sporadische solotocht. Mezelf inschrijven voor cyclosportieven. In een vlaag van zinsverbijstering investeren in een 10-beurtenkaart “spinnen”. Een onderdeel vervangen door hetzelfde in carbon. Een fietstenue van een hipstermerk. Niets kon baten. Ik moest het uiteindelijk gewoon toegeven: onze relatie zat in het slop.

Maar het leven kabbelt verder. En zo geschiedde het dat ik deze zomer in het bezit kwam van het enige goed waar er in deze tijden van overvloed een tekort aan is: tijd.
Zeeën van tijd. Lieve, prachtige, zeemzoete tijd.
Tijd om eens te doen waar ik al jaren zin in had: terug naar Parijs gaan, ik heb er ooit nog gewoond, en de dingen bezoeken waar ik toen geen tijd voor had: La Sainte Chapelle, Le Musee des arts et métiers, un os à moelle in Le Bistro du Peintre.
Nu, ik ken weinig van quantum fysica, maar loop al lang genoeg rond op deze aardkloot om te weten dat tijd en geld twee tegenwerkende krachten zijn. Een Thalys, Ryanair of Concorde ticket kon er niet af. Maar ik had tijd. Tijd om een fiets in elkaar te steken met wat ik in m’n schuur vond. Tijd om ermee naar Parijs te fietsen. Tijd om tijd te maken.

Toen mijn stalen ros klaar was deed het elke zichzelf respecterende coureur steigeren. Om te beginnen was mijn ros ook écht van staal: een jaren 80 mountainbike van Panasonic. Vanderaerden tenminste zou trots zijn. Een baanmodel Shimano groep die eigenlijk niet past waardoor ik vooraan maar één tandwiel kan steken en er gelijk de derailleur ook maar af laat. Een koersstuur hoger dan het zadel. 26 inch moutainbike wielen, maar met gladde banden. Een porte-bagage! Sacochen! Burgerpedalen! Zoveel fout en not-done was niet meer gezien sinds Nicky Vankets instond voor de styling op het trouwfeest van een Pfaff dochter.
Mijn kampeergerief -ik ging natuurlijk niet in één ruk naar Parijs rijden- la mème chose: het beste gerief is wat je al hebt. Een tentje dat een onverlaat had achtergelaten op de wei van Werchter. Een matras van Al Qaida: één die zichzelf opblaast. (Ik ben ook inhuurbaar voor voor Bingo-avonden en braderieën.) Een dekbedovertrek, want de slaapzak stonk naar tiener.
Ook over mijn outfit was nagedacht. Ik ben al heel mijn leven een trendsetter geweest, en in Parijs, Capitale Mondiale de La Mode, moet ik oppassen. Voor ik het weet lopen over heel de wereld fashionistas rond met een truitje van Afbraquewèrken & Kantélpoorten. Ik heb me dan maar onopvallend gekleed in een loszittend hemd, een short en basketsloefkes. Dat je om te fietsen spannende lycra moet dragen is een waanidee waar ik ondertussen ook al af ben.

Parijs was alles wat ik er van verwachtte.

Doch verdwijnt het in het niets bij de drie dagen die we onderweg waren.

In de lichtstad zijn we onze eigen weg gegaan. Ik heb mijn reispartner zelfs meer dan eens vastgeketend aan een stuk middeleeuwen en achtergelaten.
Maar onderweg hebben we elkaar van een andere kant leren kennen.

Wanneer je uren fietst met opgeheven hoofd staan je zintuigen op scherp. Ik heb everzwijnen gezien, hertenkalfjes, eekhoorns en bospoepers. Ik ben voorbijgestoken door een Renault 21 waarvan de bestuurster hetzelfde parfum droeg als mijn juf Nederlands uit het 4de. Ik voelde hoe een dorpskern de zomerwarmte vasthield tot na valavond. Ik wist dat het acht uur was toen ik de begingeneriek van le JT door openstaande ramen hoorde.

Mijn fiets had twee versnellingen: rouler en flâner. Rouler wanneer het landschap uitgestrekt en mooi was. Flâner door dorpjes, tussen kastelen en wanneer het landschap uitgestrekt en adembenemend mooi was.
Flâner.
Een zonnehoed opzetten en met de handen achter de rug doelloos rondwandelen. Zoals de â dat doet tussen de letters van het woord zelf.

Ravitaillement, om bij Molière te blijven, is wanneer in de koers renners aan een rotvaart een musette uit de handen van hun soigneur trekken. Een musette vol drinkbussen met elektrolyten, energierepen, gels en ander voedsel ontdaan van elk epicurisch genot. Wat overblijft is brandstof voor de tot biomechanisch ecosysteem gereduceerde mens. Niet gehinderd door tijdsdruk ravitailleerde ik elke middag in de lokale Bistro. Een uur. Soms twee. Driegangenmenus voor een prijs waar je geen drie energierepen voor kunt kopen. Voorafgegaan door mijn favoriet Frans instituut, l’apero. Met een half oor opvangen wat er leeft in het dorp. Vragen beantwoorden. Van waar kom je? Naar waar ga je? Zal ik je drinkbus nog eens vullen? Toen de Tour de France hier voorbijkwam in ’62 is Jaques Anquetil hier nog komen pissen. Volgens de bazin was het in ’63. Ik hoop dat ze er nooit uit geraken.

Slapen deed ik in het wild. Men had mij verteld te fietsen tot een uur voor zonsondergang. Net lang genoeg licht om je tent op te zetten. Het is me nooit gelukt. Fietsen bij zonsondergang is nu eenmaal een der geneugten des levens. In het donker een tent opzetten lukt ook. Je potje koken ook. Ik had trouwens nooit gedacht dat er zo veel voldoening zat in het bereiden van een courgette omdat je ze 250 km hebt meegesleurd in een fietstas. Het leven zit vol verrassingen. ‘s Ochtends warmde ik een gamelle water op voor mijn oploskoffie. Tot zover mijn survival skills. Meer heb je er niet nodig. Een écht goede nachtrust heb ik nooit gehad. Moest ik een zachte matras en enorm hoofdkussen willen had ik een gîte of hotelletje geboekt. Dat hoeft geen stukken van mensen te kosten. Maar heelder dagen rondfietsen zonder zorgen over een incheck uur zoveel kilometers verder, dat is onbetaalbaar.

Ik merkte dat ik de laatste dag trager fietste. Vermoeidheid zou kunnen maar verdenk evenzeer dat ik gewoon niet wou dat er een eind aan kwam. Uiteindelijk dook La Dame de Fer toch op en ben ik er gedwee naartoe gefietst. Voor fotografisch bewijs dat ik het gehaald had. De eindmeet. De anti-climax, maar dat wist het thuisfront toen nog niet.

We kunnen er weer tegen, de fiets en ik. Terug grote liefde, maar dan anders. Niet meer dat snel ding van vroeger, maar de perfecte metgezel voor nu ik over de col van van het leven heen ben. Er zijn plots zoveel dingen zijn die we samen kunnen doen buiten ‘s weekends strak in het pak en en danseuse zich in het zweet werken. Reizen, uitstapjes, avondwandelingen. Gaan eten nét ver genoeg weg. Grote en kleine avonturen. Domweg samen naar den Aldi.

Toen ik vanochtend aan de afwas stond en uitkeek op de Kapelleweg was er nog iets veranderd. Vroeger ging die rechts naar het jaagpad en links naar het dorp. Sinds kort gaat die rechts naar Amsterdam, Copenhagen en de Noordpool, links naar Rome, Ulaanbataar en Kaapstad.

    Pizzaoilo

    Written by

    Pizzaoilo

    Welcome to a place where words matter. On Medium, smart voices and original ideas take center stage - with no ads in sight. Watch
    Follow all the topics you care about, and we’ll deliver the best stories for you to your homepage and inbox. Explore
    Get unlimited access to the best stories on Medium — and support writers while you’re at it. Just $5/month. Upgrade