Schoppen en salto’s

Brief aan mijn kind #3

10 april 2016

Hoi kleine,

Ik schrijf dit terwijl je moeder de toetsen van haar leerlingen aan het nakijken is. Ze zit aan de eettafel. Af en toe gaat haar hand naar haar buik. En aait ze er over. Je zal wel weer aan het schoppen zijn. Want dat is sinds een tijdje je favoriete hobby. Schoppen en salto’s maken.

Je moeder voelde je natuurlijk al veel eerder dan dat ik dat kon. Ik zal niet ontkennen dat ik daar jaloers op was. Niet op het geschop in mijn buik natuurlijk, maar meer op het échte bewijs dat je daar bent. De echo’s blijven wonderlijk, maar jou vóelen bewegen… dat is echt bewijs. Een paar weken geleden was het zover. ‘Kom eens met je hand. Ik denk dat je haar nu wel kunt voelen.’ Met deze woorden begeleidde je moeder me naar wéér een moment dat ik nooit zal vergeten. Want inderdaad, toen ik mijn hand op je moeders buik legde, voelde ik het voor het eerst: zachte duwtjes. Ik denk dat het onze eerste high five was.

En nu is de beer los. In de avonden spelen we samen. Althans, dat maak ik mezelf wijs. Ik tik op je moeders buik en jij schopt terug. Misschien vind je me wel waanzinnig irritant met dat getik, maar dat moet je me dan later nog maar eens vertellen. Ondertussen zijn we al ruim zes maanden onderweg en groei je ontzettend hard. Dat is ook aan de buik van je moeder te zien. In het begin maakte het haar wat onzeker. Kleren pasten niet meer en fysieke ongemakjes kwamen om de hoek kijken. Ze kon minutenlang voor de spiegel staan draaien om balend de volgende outfit uit de kast te trekken. Ik hoop dat ze me altijd heeft geloofd wanneer ik haar verzekerde dat ze er prachtig uitzag. Ze draagt jou. Hoe kan dat nou niet mooi zijn? Die onzekerheid heeft allang plaats gemaakt voor trots. Met stralende ogen staat ze nu voor diezelfde spiegel. Nog steeds te draaien. Maar nu anders.

Het is hartverwarmend om te merken dat de mensen om ons heen zo betrokken zijn. Je grootouders die niet kunnen wachten om je te vertroetelen, al je ooms en tantes die trouw blijven vragen of alles goed gaat en hoe je moeder zicht voelt, cadeautjes die we voor jou in ontvangst mogen nemen van mensen waar we het niet van hadden verwacht en de peetmoeder die je sinds kort hebt. We gaan je niet dopen, maar we wilden graag iemand waar je altijd bij terecht kan voor wijze raad, een knuffel of een hart onder de riem wanneer je ouders daar nét niet de juiste personen voor zijn.

Ondertussen probeer ik me voor te bereiden op dat wat komen gaat. Ik lees boeken, ik vraag veel en in de sportschool blijft mijn blik hangen op de tv-schermen met bevallingsprogramma’s van TLC. En toch weet ik eigenlijk nog steeds niks. Maar het komt wel goed. Sinds kort zie ik bij Jay en Merel, je oom en tante die je straks gaat ontmoeten, hoe ze beginnen te glimmen wanneer ze over hun kleine praten. Ik kijk uit naar dat moment. Dat ik over je kan vertellen. Of een foto van je kan laten zien. Dat ik belachelijk trots kan zijn op iets volslagen normaals wat je hebt gedaan.

Soms, als je moeder en ik samen thuis zijn, missen we je al. We hebben al zo’n duidelijk beeld van je. Wat gek is want we moeten het tot dusver doen met korrelige zwart-wit beelden op een computerscherm. Maar toch zien we je al bij ons. Lachend. En spelend. In ons huis. En dat plaatje maakt me blij. Heel blij.

Tot snel, kleine.

Liefs,

Je papa.

Like what you read? Give Demian a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.