Ni dieu, ni maître: over The Master van Paul Thomas Anderson

Laurent Durieux

In The Master komt marinier Freddie Quelle, die de oorlog eigenlijk niet nodig had om getraumatiseerd door het leven te gaan, na moeizame omzwervingen bij Lancaster Dodd terecht. De welbespraakte Lancaster vindt in Freddie een fascinerend studieobject.
Bovendien voorziet Freddie hem van vreemde brouwsels op basis van ethanol en verfverdunner.

Lancaster noemt zichzelf schrijver, dokter, atoomgeleerde en filosoof, maar is volgens critici een ordinaire sekteleider. Gebruikmakend van regressietherapie keert hij met zijn patiënten terug naar vorige levens om problemen van het heden op te lossen.
Deze patiënten zijn vooral voorname dames die wel eens een collier van paarlemoer durven te dragen en in hun stijfburgerlijke herenhuizen op zoek gaan naar zingeving.

Geen wonder dat Lancaster misschien een lichte vorm van ennui ervaart en wordt aangetrokken tot de dierlijke Freddie, een man die vooral lijkt te bestaan uit eros en thanatos. Op de vraag waarom de oorlogsveteraan seks had met zijn eigen tante, antwoordt hij bijvoorbeeld: “Ik was dronken en ze zag er goed uit.”

Freddie en Lancaster ontwikkelen een band die nogal sterk lijkt op die van een huisdier en een baasje. Lancaster spreekt hem vaak toe alsof hij het tegen zijn hond heeft: “stoute jongen” en “gek dier”. Op een bepaald moment zegt hij: “Je gedraagt je als een dier. Een vies dier dat zijn eigen uitwerpselen opeet wanneer het honger heeft.”
Wanneer Freddie wordt vrijgelaten uit de gevangenis, stoeien ze in de tuin zoals een hondenbezitter met zijn geliefde huisdier zou doen.
Freddie van zijn kant beschermt Lancaster als een waakhond. Een scheef woord is voldoende om een paar klappen te krijgen.

Thomas Ehretsmann

De film gaat over veel, het is een rijk verhaal dat meesterlijk wordt vertolkt, maar het hoofdthema is macht. Op het einde zegt Lancaster: “Als jij een manier vindt om te leven zonder een meester boven je, laat het me dan weten, want je zou de eerste zijn.”
Want ook de Master heeft verantwoording af te leggen: hij leeft van de giften van zijn volgelingen, hij komt in onzacht contact met de arm der wet en dan is er vooral zijn vrouw Peggy Dodd. Zij houdt op de achtergrond de touwtjes in handen en wil alles op alles zetten om te domineren.

Sommigen zien in de driehoeksverhouding Freddie-Lancaster-Peggy het structuurmodel van de psyche van Freud, waarbij Freddie staat voor “Es”, Lancaster “ego” en Peggy “superego”.

Maar van wiens persoonlijkheid dan? Die van de regisseur, Paul Thomas Anderson?
En wat haalt uiteindelijk de bovenhand? Is het Freddie die zijn neus richting vrijheid volgt? Of Lancaster die in een buitenissig groot bureel zijn school leidt? En wat te zeggen over Peggy die in de schaduw nog altijd de boventoon voert en Freddie kleineert?

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Drrries’s story.