De juiste taal, het juiste woord, was het maar zo simpel…

Eén verkeerd woord en weg is de aandacht voor uw boodschap… en wie weet ook uw imago.

Het is deze week de Week van het Nederlands. Als freelancevertaalster vertaal ik uitsluitend naar mijn moedertaal, het Nederlands. Met je moedertaal heb je immers het meeste voeling. Maar het is niet omdat je die taal van kindsbeen af spreekt, dat je ze daarom in haar huidige vorm perfect beheerst. Taal evolueert en voor het Nederlands in België is die (r)evolutie nog lang niet voorbij haar hoogtepunt.

Dat de Nederlandse taal in België leeft, dat heeft De Standaard met zijn Gele Boekje wel bewezen in januari 2015. Kort samengevat kan je stellen dat de Belgen zich steeds meer bewust worden dat hun taal — het Belgisch-Nederlands — er ook mag zijn, dat het Noord-Nederlands niet langer dé norm, niet langer het enige ‘Algemeen Nederlands’ is, zoals dat vroeger heette. Maar in mijn praktijkervaring gaat het veel verder.

Wat voor mij correct is, is dat misschien niet voor u

Sommige woorden (begroting in evenwicht, schriftvervalsing) zijn voor Vlamingen zo vanzelfsprekend/zodanig ingeburgerd dat ze er niet eens meer bij stilstaan dat ze misschien niet tot de ‘standaardtaal van het gehele taalgebied’, zoals Taaladvies het stelt, behoren. Dat ze die dus met andere woorden beter(*) vermijden in een communicatie met onze Nederlandse buren.

Maar een aantal van hen is lang nog niet door iedereen in Vlaanderen aanvaard, vaak omdat de meeste mensen — zoals ik — op school hebben ingehamerd gekregen dat ze niet juist waren en die ‘indoctrinatie’ laat ook nu nog steeds zijn sporen achter.

Laat ik het met een voorbeeldzinnetje demonstreren: “Telkens ik vroeger op het examen schreef “vermits jij altijd te laat komt, geef ik je volgende raad mee: zorg dat we niet op je moeten wachten” was ik gebuisd.
Wat onderstreept is, was in mijn studietijd (1997–2001) aan de Mercator Hogeschool Gent volkomen fout (Klik op de onderstreepte woorden om te zien wat de huidige status is.)

En daar komen we op een heikel punt op de wankele koord: vindt u zelf als Vlaming dat deze zin in geschreven taal 100% correct Nederlands is? Kans is groot van niet, en toch is het wel zo.

Als vertaalster moet ik dus steeds een afweging maken of hoe ‘taalgevoelig’ mijn publiek is. Als ik u vertel dat ‘mits betaling’ in uw algemene voorwaarden, geen correct Nederlands is, schuift u mij misschien gewoon aan de kant omdat ik volgens u onzin zit te verkopen. Gevolg: ik ben u als klant misschien kwijt, ook al vertel ik gewoon de feiten.

Voeg daar ook nog aan toe dat Taaladvies enkel een adviesfunctie heeft (en dus geen normerende instelling is) en dat uit onderzoek van voormalig docent Nederlands, Johan De Schryver, is gebleken dat de schoolboeken Nederlands dan eens A, dan eens B en dan eens ‘ik weet het niet’ verkondigen, en u begrijpt dat een vertaler keuzes moet maken:

a) de klant vertellen wat wordt geadviseerd, met de nodige referenties als argumentatie;
b) braaf zwijgen en de ‘fouten’ in de Nederlandse tekst laten passeren.

Omdat taal mijn vak en mijn passie is, vind ik het mijn plicht om de klant op fouten in het Nederlandse materiaal te wijzen, met alle risico’s vandien. Klanten wijzen op een d/t-fout, daar zijn ze je meestal dankbaar voor, hen wijzen op een niet-correcte (Belgisch-)Nederlandse correctie, dat is een ander paar mouwen.

(*) aldus mijn corrector: “Gebruik beter niet “best + inifinitief”want dat heeft een twijfelachtige officiële status, zie http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/107.”

Verkeerd woordgebruik en de boodschap gaat de mist in

Als uw communicatie (ook) bedoeld is voor de Nederlandse markt, dan is het al helemaal opletten geblazen. Om nog even terug te komen op het bovenstaande voorbeeld: Een Nederlander zal deze zin nog wel begrijpen, tot het laatste woord ‘gebuisd’. Daar gaat hij — en dus de boodschap — de mist in. In het beste geval blijft de schade beperkt tot een kleine ‘bliksemafleider’ en snapt de Nederlandse lezer uit de context nog wel wat er bedoeld wordt (zoals dat ook het geval is met bijv. onrechtstreeks, sensibiliseren).

Hiermee wordt een ander belangrijk probleem blootgelegd waar ik in de praktijk — als vertaler voor Nederland en België — vaak mee te maken heb: hoeverre is mijn lezer ‘flexibel’ en in hoeverre stoort hij zich aan ‘Vlaamse’ woorden/zinsconstructies? En wat als de tekst voor beide landen bedoeld is en er geen ‘neutraal’ woord bestaat?

Een praktijkvoorbeeld:
Tijdens de zomermaanden kreeg ik van een collega-vertaalster uit Frankrijk de vraag of ik een brochure voor Rapido kon vertalen ‘vers le néerlandais’. Uit ervaring weet ik dat het in het buitenland heel moeilijk ligt om uit te leggen wat er nu precies met de Nederlandse taal aan de hand is (in het Frans/Waals/Canadees speelt die taalproblematiek/dat taalbewustzijn veel minder), dus probeer ik meestal uit de context af te leiden voor welk publiek het bedoeld is als ik merk dat ze mijn vraag “Welk Nederlands?” niet begrijpen. Omdat Rapido over luxueuze kampeerwagens gaat, koos ik zo veel mogelijk de neutrale variant Nederlands (als Belg vertaal ik ofwel Belgisch-Nederlands ofwel Nederlands dat in beide landen wordt begrepen). Maar meteen al het onderwerp van de brochure dwong mij tot het maken van een keuze: voor de Nederlandse informele ‘sleurhut’ bestaat er immers geen ‘neutrale variant’: het is ofwel ‘camper’ (Nederland), ofwel ‘mobilhome’ (België) ofwel het Engelse in Nederland ook wel gebruikte woord ‘van’. En om het nog ingewikkelder te maken: ook in Nederland bestaat het woord mobilhome maar daar heeft het nog de typisch Franse betekenis van stacaravan.

Zo ziet u maar, het is als vertaler naar het Nederlands echt niet zo eenvoudig om voor iedereen goed te doen.

In dit geval stuurde de klant een maand later nog één zinnetje waarin alles duidelijk werd, maar toen was het helaas al in druk: ‘Uniquement valable en France et en Belgique’.

Dringend advies: denk heel goed na voor wie uw tekst bestemd is en vraag eventueel advies aan uw vertaler. Hij/zij zal u kunnen zeggen of het raadzaam is om een aparte versie voor België en Nederland te drukken.

Standaardtaal — tussentaal — dialect: de koord wordt steeds dunner

Dat het Nederlands uit verschillende lagen bestaat, is op zich niets vreemds. Elke taal heeft daar wel mee te maken. Zo is er een verschil tussen gesproken en geschreven taal, tussen formeel en informeel taalgebruik, maar ook algemeen taalgebruik, vakjargon en zelfs pubertaal.

Maar lang niet alle talen hebben naast de dialecten ook een ‘tussentaal’ waarin wordt gezwierd met woorden zoals ‘chauffage’ en ‘smossen’ , en al helemaal geen standaardtaal die ook nog eens kan verschillen per taalgebied. Het is als Belgisch-Nederlands vertaalster soms erg moeilijk om uit te maken wat nu wel of niet standaardtaal/tussentaal is. Je kan nu eenmaal niet alles weten (zie maar naar de opmerking bij ‘beter vermijden’) en bovendien is de taal — zoals wat ik hierboven al zei — constant in beweging. Er zijn verschuivingen gaande die ik alleen maar toejuich maar wanneer die precies hun officiële intrede gaan doen, is een groot raadsel. Zoiets kost jaren, misschien zelfs wel een decennium of langer. Wat vandaag juist is, kan morgen al weer afgekeurd worden, en wat voor mij als correct (Belgisch-)Nederlands aanvoelt, is dat misschien lang niet voor iedereen.

Johan De Schryver, afscheidsnemend docent Nederlandse taalkunde, verwoordde het in Nagelaten bekentenissen als volgt:

“Mensen ergeren zich aan wat indruist tegen hun verwachtingen, hun normen. Nu hebben de meesten onrealistische verwachtingen aangeleerd gekregen. Ze hebben geleerd dat er één goed Nederlands bestaat, dat ergens beschreven staat en vastligt. Dat noemen ze dan meestal standaardtaal. Als ze zich daarvan nog iets herinneren (van op school ) en een andere taalgebruiker doet het anders, dan beschouwen ze dat als fout en ergeren zich eraan. Als je nu begrijpt dat de term taal een abstractie is, dat we in werkelijkheid de beschikking hebben over een groot aantal taalelementen met een verschillende gebruikswaarde afhankelijk van de situatie, dan begrijp je dat het er alleen op aankomt de voor een specifieke situatie gepaste elementen ter kiezen, d.w.z. de elementen die mensen verwachten in die situatie. In informelere situaties, ga je geen of weinig formele woorden gebruiken, in Vlaanderen kun je gerust Belgisch-Nederlands gebruiken, in Vlaamse informelere situaties is er dus geen bezwaar tegen zogenaamde ‘tussentaal’ (een afschuwelijke, stomme term waarmee gewoon Vlaams informeel taalgebruik wordt bedoeld).”

Conclusie: De Nederlandse taal — zeker het Belgisch-Nederlands — is volop in beweging. Wat voor u correct is, is dat misschien niet voor uw doelpubliek. Laat daarom uw teksten in het Nederlands opstellen/nalezen door een professionele vertaler. Alleen zij weten waar de valkuilen zitten, welke woorden, zinswendingen de wenkbrauwen kunnen doen fronsen bij de lezer en bijgevolg zijn aandacht afleiden van de daadwerkelijke boodschap.

Mijn bronnen:
- Taaladvies
- Van Dale
- Taaldatabank Gent Vertaalt
- Typisch Vlaams (Ludo Permentier en Rik Schutz)
- Gele Boekje: Hoe Vlaams mag uw Nederlands zijn? (De Standaard)

Deze tekst is nagelezen door een collega-vertaalster die een jaar lang heeft gewerkt bij de Taalunie. Op deze manier beantwoordt deze tekst geheel aan de Belgisch-Nederlandse standaardtaal van dit moment (oktober 2015).

Els Peleman
EP Vertalingen