Wat hebben een politieagent, een advocaat en een tekstschrijver/vertaler gemeen?

Het antwoord is: regels (en achterpoortjes).

Hoe je het ook draait of keert, regels zijn noodzakelijk. Regels voorkomen chaos, zorgen voor orde en regelmaat: een rood licht is om te stoppen; verkeersborden geven aan wat mag, moet en niet mag. Wetten zijn er om nageleefd te worden, en zo dus ook de officiële spelling.

De agent is er om erop toe te zien dat die regels worden gehanteerd (verkeersagent) en dat iedereen zich er ook bewust van blijft (snelheidscontroles, bob-campagnes, …). Zonder duidelijke verkeersregels zou het nogal een soepje worden…

En zo gaat dat ook voor alle andere wetgevingen, verordeningen, voorschriften, … Maar omdat wetten en regels nogal vaak wijzigen — we hebben de zesde staatshervorming nog niet helemaal verteerd — hebt u hulp nodig om de regels correct– lees: zo veel mogelijk in uw voordeel — toe te passen. Daarvoor doet u een beroep op een advocaat. Hij weet wat de bepalingen voorschrijven, maar meer nog — hij weet waar de achterpoortjes zitten.

Een vertaler/tekstschrijver doet het allebei

En de vertaler/tekstschrijver — maar eigenlijk iedereen met een taalkundige functie (dus ook leerkrachten, docenten, …) — verenigt beide functies:

· Enerzijds ziet een professioneel taalgebruiker erop toe dat de taal correct wordt toegepast;
· Anderzijds helpt hij de niet-professionele taalgebruiker om de regels correct toe te passen, eventueel met de nodige achterpoortjes.

Want ook taal is gebonden aan regels, enerzijds om te voorkomen dat het een rommeltje wordt maar anderzijds ook om het anderstaligen mogelijk te maken uw taal te leren. We kunnen eigenlijk een onderscheid maken tussen drie soorten regels:

- grammatica
- spelling
- idiomatiek (d.w.z.: wat is correct in deze taal?)

Als gepassioneerd en professioneel taalgebruiker van het Nederlands vind ik het niet meer dan mijn plicht om mijn klanten te attenderen op fouten in hun officiële communicatie — d.w.z. alles wat buiten de kantoormuren gepubliceerd wordt. Met andere woorden, geen mailtjes onder collega’s of sms’jes naar vrienden. Hierbij hanteer ik de officiële spelling en niet de officieuze spellingregels uit het vroegere Witte Boekje, waarvan op 7 oktober een heruitgave is verschenen onder een nieuwe naam: Spellingwijzer Onze Taal.

De officiële spelling die niemand kent

Sinds in 2005 de officiële spelling is gewijzigd, zijn veel niet-professionele taalgebruikers afgehaakt. “Is het nu pannenkoek of pannekoek? Kippesoep of kippensoep?” was bij de lancering een vaak gestelde vraag. En precies omdat zo’n simpele woorden al een hersenbreker vormden, lieten velen de andere regels — die vaak nog complexer of in hun ogen onlogisch waren — gewoon aan zich voorbijgaan zonder ze zich eigen te maken. Denk maar aan ‘aan-uitschakelaar’, ‘particuliere (fondsen) en verzekeringsfondsen’, ‘correcteverwerkingsvoorschriften’ (regels die trouwens helemaal niet nieuw zijn, en al van voor 2005 dateren). En precies doordat geen enkele niet-professionele taalgebruiker de officiële taalregels volledig hanteert zoals het hoort, kan het voormalige Witte Boekje zijn alternatieve bestaan voortzetten, zij het gelukkig wel onder het toeziend oog van de spellingscommissie die ook over de officiële spelling gaat. Zelfs ik geef toe dat ik maar wat graag ‘24-urenwerkweek’ zou willen schrijven zoals het Witte Boekje voorschrijft, maar uit principe — wat officieel is, heeft meer bestaansrecht — schrijf ik toch ’24 urenwerkweek’. Maar hoe rechtvaardig ik deze schrijfwijze tegenover mijn klanten zonder ze te verliezen?

De meeste regels houden voor mij als professionele taalgebruiker wel steek, maar dat is puur omdat ik de logica erachter begrijp. Voor de gewone mens ligt dat helemaal anders: over grootbeeldtelevisie en heetwaterkraan twijfelt niemand, maar wettelijkeaansprakelijkheidsverzekering en intellectuele-eigendomsrechten moet ik nog voor de eerste keer correct geschreven zien worden . Ook hier geldt: hoe rechtvaardig ik tegenover mijn klanten de stelling dat het hier om exact dezelfde regel — de regel van de langeafstandsloper — gaat zonder ze te verliezen?

Dansen op een wankele koord

Hoe kan ik mijn klanten attenderen op fouten, hen wegwijs maken in de regels, zonder daarbij mijn commerciële doelstelling — ik ben en blijf ten slotte ook een ondernemer die haar brood moet verdienen — in gevaar te brengen? Dat is lang geen eenvoudige taak: veel klanten kijken je heel raar aan als je hen de regels uitlegt, vinden je een zeurpiet of — in het ergste geval — vatten het als kritiek op en weg zijn ze. Gedaan met vervolgopdrachten.

Dit is echt een kwestie van dansen op een wankele koord: je hebt regels waaraan je je moet houden — als je klanten wijst op dt-fouten en typfouten, zijn ze je daar meestal dankbaar voor, maar al de rest is vaak een groot risico. Het feit dat je — net als de advocaat uit mijn vergelijking hierboven — over een aantal achterpoortjes beschikt, kan handig zijn maar heel vaak is het feit dat je hen eerst op hun fout moet wijzen, al nefast voor het verdere verloop van de handelsrelatie.

Het is lang niet zo uitzonderlijk om een klant te verliezen omdat je hen hebt gewezen op een fout in hun Nederlandse (zelfgeschreven) materiaal…

En nochtans doe ik het alleen voor hun eigen goed: een fout in uw communicatie kan schadelijk of zelfs nefast zijn voor uw imago. Volgende voorbeelden spreken voor zich:

Wilt u een kleine opfrissing van uw Nederlands, zowel qua grammatica, spelling als correct woordgebruik (Belgisch-Nederlands versus standaard Nederlands)? In de loop van oktober breng ik een kleine folder uit met handige weetjes en veel voorkomende fouten/voorbeelden. Wilt u die ook ontvangen? Schrijf u dan nu in op mijn Nieuwsbrief of stuur — indien u alleen het boekje wenst te ontvangen maar verder geen nieuwsbrieven — een mailtje (e-mailadres zie website).

Els Peleman
EP Vertalingen