Parachutespringen

Thomas Abelshausen

Vrijwilligerswerk bij Formaat is als parachutespringen. Je hijst jezelf aan boord en wordt meegenomen naar een onbekende plek, hoog in het ijle. Daar laat je alles los en tuimel je naar beneden. Tijdens die vrije val heb je geen tijd om na te denken. Het is té overweldigend. Na zo’n intense vrije val volgt een zweefvlucht, waarin je nageniet van de ervaring en het uitzicht bewondert. En na een elegante landing, sta je te popelen om opnieuw te kunnen opstijgen. Formaat stuurt nu een nieuwe lichting uit. Vluchtnummer? De RaaT van Formaat. Missie? Het beleid van Formaat uitstippelen en mee de standpunten van de organisatie bepalen. Bestemming voor de landing? Aan jou de keuze.

Mijn verhaal als vrijwilliger bij Formaat begint — hoe kan het ook anders? — in een jeugdhuis. En mijn jeugdhuis, dat was luidruchtige, donkere kelder, in de Stille Kempen. Daar zette ik mijn eerste stappen in het vrijwilligerswerk. Ik engageerde me als vijftienjarige na de feestjes — waar ik zelf nog niet naartoe mocht — voor de opkuis na het feestgedruis. Daarna doorliep ik het klassieke traject: ik nam praktische en organisatorische taken op, ging mee vergaderen en engageerde me voor de Raad van Bestuur. Zo kwam Formaat in beeld. Al snel werd ik ook daar vrijwilliger. En dat voelde als een vrije val.


“Formaat is een goede luisteraar , die je een spiegel kan voorhouden om te tonen wie je bent, en wat je goed doet — maar ook wat je worden kan. Een eerlijke vriend, die je talenten naar waarde schat — maar ook je tekortkomingen kent.”

VRIJE VAL

Het is alsof Formaat een zesde zintuig heeft om te detecteren wat je graag doet. Mijn schreeuwerige honger naar verhalen en mijn zin om de wereld met vragen te bestormen werd opgepikt door een alerte communicatiemedewerker. Ze stuurde me heel Vlaanderen rond om mijn honger te stillen. Ze bood me een week kost en inwoon aan op een internationaal bootcamp rond eventmanagement en creativiteit, in ruil voor woorden en zinnen. Ze nodigde me uit op een studiedag rond jeugdwerk bij etnisch culturele minderheden en moedigde me daar aan om twee Marokkaanse meisjes voorzichtig aan de puntjes van hun hoofddoek te trekken. Ze stuurde een driegeslacht van jeugdhuisvrijwilligers op me af, en die schetsten me een rijkgeschakeerd beeld van vijftig jaar jongerencultuur.

“Het leek alsof iemand me onder mijn kerktoren wegplukte, me achterin een klein sportvliegtuigje duwde, opsteeg, en me het jeugdhuislandschap toonde.”

En dat alles verruimde mijn blik: jeugdhuizen bestaan in alle vormen, maten en gewichten. In de stad en op het platteland. Groot en klein. Schreeuwerig, of net intiem. Door mij uit de comfortzone van mijn eigen jeugdhuis te lokken, opende Formaat mijn wereld. Het leek alsof iemand me onder mijn kerktoren wegplukte, me achterin een klein sportvliegtuigje duwde, opsteeg, en me het jeugdhuislandschap toonde.

Uitdagen

Na die artikels en interviews voor Formaat Magazine, kwam me een nieuwe oproep van Formaat ter ore: jonge schrijvers, fotografen en grafisch vormgevers gezocht! Niet voor het magazine, maar voor een boek. Een boek? Stel je voor. Een boek! Het deed me duizelen. Het voelde alsof dat kleine sportvliegtuigje tot vierduizend meter boven de grond klom, iemand de deur open zwierde, en me uitdaagde om te springen. Maar ik werd ook gerustgesteld. ‘Je springt niet alleen’, klonk het. En: ‘je zult ondersteuning krijgen van mensen die hun vak kennen en die kennis willen delen.’

Springen

En ik sprong. Het eerste weekend dat we met de vijftien vrijwilligers samenkwamen, waren we te ontzet en overdonderd door de vrijheid die we kregen, om ook maar iets nuttigs te presteren. De vrijheid was te overweldigend om onszelf te kunnen oriënteren. Dat eerste weekend voelde als die eerste paar seconden nadat je jezelf uit een vliegtuig hebt geworpen. Wat gebeurt er dan? Je hebt nog geen koers gevonden. Elke arm die je uitsteekt, elk been dat je beweegt, elke vinger waarmee je wiebelt — elk idee dat je op tafel legt, elk onderwerp dat je voorstelt, elke invalshoek die je naar voor schuift — doet je kantelen en huiveren en duizelen. Maar dat gevoel gaat snel voorbij. Een paar seconden later al, bereik je de topsnelheid, en voel je de stevige grip van de begeleiders die je mee helpen balanceren en samen met jou naar een evenwichtspunt zoeken.

‘We hebben het gedaan. We hebben een boek gemaakt.’

In het geval van dit boek gaf fotograaf Jimmy Kets stille wenken, hield illustrator Julie Tavernier ons met vaste hand in het gareel en omzwachtelde dichter Maud Vanhauwaert ons met bemoedigende woorden. En zo tuimelden we naar beneden, in de richting van de deadline. We verzamelden ons regelmatig om samen te broeden op het boek, duikelden daarna elk onze eigen richting uit en kwamen weer bijeen om de puzzelstukjes in elkaar te passen. Het leek wel een ballet van parachutisten.

Vieren

Het jaar vloog voorbij. We doopten het boek Jong Goud, haalden de deadline en stuurden ons werk naar de drukker. Het boek zou officieel boven het doopvont worden gehouden in een cultuurtempel, op het feest voor vijftig jaar jeugdhuiswerk dat Formaat organiseerde in de Vooruit. Ook de Minister van Jeugd zou er zijn om de opening van het feest en de boekvoorstelling bij te wonen. De deuren van de Vooruit gingen open en de zalen vulden zich met fonkelende ogen. We vonden elkaar aan de boekenstand. Iedere vrijwilliger die meewerkte, kwam een exemplaar oppikken. ‘We hebben het gedaan. We hebben een boek gemaakt.’ En dat gingen we aan een volle Vooruit tonen. Onze zenuwen versmolten met de feestelijke sfeer tot een gretig, ongeduldig enthousiasme.

Duizelen

Samen met een andere vrijwilliger werd ik op het podium verwacht, om over het creatieproces te komen vertellen en het boek voor te stellen. We haastten ons doorheen het doolhof van de trappengangen naar de backstage van de Domzaal. De minister stond er ontspannen bij. Mijn zenuwen gierden me door de keel. Ik vond het onwezenlijk. Met een minister op het podium? Opnieuw duizelde ik. ‘Wat als ik over mijn woorden struikel’, mompelde ik hardop. Links sprak iemand bemoedigende woorden, rechts kreeg ik een geruststellend schouderklopje. Ik duizelde vrolijk verder.

Zeefdruk in Jong Goud

Struikelen

We beklommen het podium . Na een discussie over de geschiedenis, de gesteldheid en de toekomst van het jeugdhuiswerk tussen de directeur van Formaat en de minister, richtte de presentator het woord tot mij. Tussen alle euuuh’s door, hoorde ik mezelf vertellen hoe fantastisch ik het vond, om mee te kunnen werken aan een project als Jong Goud. Omdat het boek er fantastisch goed uitzag — bravo fotografen, grafisch vormgevers en illustratoren! — toonden we ook enkele beelden. Een zeefdruk, bijvoorbeeld, die met de hand werd gemaakt. In de loop van mijn uitleg daarbij, struikelde ik … Di-gi-ta-li-se-ren. Hoe moeilijk kan het zijn? Te moeilijk. Ik haperde, bleef hangen, probeerde nog een keer, hapte half naar adem, struikelde weer verder, zag een milliseconde alles zwart worden voor mijn ogen en schakelde noodgedwongen een alternatief in: op de computer zetten. Het lachsalvo om die stuntelige tuimeling klonk hartverwarmend en het bescheiden applaus zalvend. Alsof er iemand plots een parachute had opengetrokken — en het duizelen eindelijk ophield.




ZWEEFVLUCHT

Dat bescheiden applaus, dat voelde inderdaad als het opentrekken van een parachute na de vrije val. Het is als de onhandige en ongecontroleerde tuimeling die je maakt, wanneer je parachute de snelheid van de vrije val plots hard afremt, waardoor het voelt alsof je de hoogte in wordt getrokken — en het even zwart wordt voor je ogen. En wanneer je die daarna weer opent, dan staar je vol verbazing naar het weidse uitzicht en geniet je van de zweefvlucht.

Zweven

De dagen en weken na het feest in de Vooruit zweefde ik op wolkjes. De duizeling van voor de deadline en de tuimeling van het feest zinderden nog wat na, maar er kwam ook stilte en rust en tijd — en daarmee ook overzicht. Tijdens het creatieproces van Jong Goud sprak ik met beroepskrachten en cultuurprogrammatoren, stedenbouwkundigen en architecten, docenten en professoren, onderzoekers en parlementair medewerkers — en héél veel jeugdhuisvrijwilligers. En vooral die laatste stemmen maakten indruk.

“Je landt niet in Formaat, uiteindelijk belandt Formaat in jou. En daar verankert de organisatie zich.”

Begrijp me niet verkeerd: ook mensen die beroepshalve betrokken waren bij het uitbouwen van het jeugdhuiswerk, hadden enorm veel te vertellen en kwamen met fantastische ideeën. Maar al die verschillende jeugdhuisvrijwilligers, die kwamen met persoonlijke verhalen, met anekdotes, met voorbeelden, met situaties en met momenten. Met gevoelens ook: bezieling en geestdrift — maar ook met frustratie. Hoe kunnen al die verschillende stemmen en stemmingen, indrukken en meningen worden opgepikt en doorgegeven, vroeg ik me af?

En wat bleek? Ook Formaat dacht na over die vragen. Hoe kan Formaat ervoor zorgen dat de jongeren uit de jeugdhuizen hun stem kunnen laten weerklinken? Hoe kan Formaat ervoor zorgen dat diezelfde jongeren — die de bestaansreden van de hele federatie vormen — nauwer betrokken worden bij het beleid van Formaat? Hoe kan Formaat die jonge mensen mee laten discussiëren over de standpunten die de organisatie inneemt? Hoe kunnen we hen de richting van Formaat en de toekomst van het jeugdhuiswerk mee laten bepalen?

Sturen

Wanneer je aan een parachute hangt, dan heb je twee touwtjes in handen. Eén in je linkerhand en één in je rechterhand. Trek je links, dan duik je naar links. Trek je rechts, dan duik je naar rechts. Kinderspel, eigenlijk. Maar aan een parachute hang je alleen — en Formaat vertegenwoordigt meer dan vierhonderd jeugdhuizen. Om hen de touwtjes in handen te geven en jonge mensen uit jeugdhuizen mee de richting te laten bepalen, doet Formaat nu een nieuwe oproep: wie mee het beleid van de organisatie wil uitstippelen kan zich kandidaat stellen voor de RaaT van Formaat.

Die RaaT heeft nog een tweede belangrijke rol te vervullen. Want wie kan zich beter een mening vormen over jonge mensen en jeugdhuizen dan die jonge mensen uit jeugdhuizen zelf? Wanneer er iets in de actualiteit verschijnt, waarover jeugdhuizen een mening willen geven, dan is het ook aan de leden van de RaaT om die stem te vertolken. En Formaat ondersteunt daarbij. Net zoals er bij het traject van Jong Goud begeleiding was bij het maken van het boek, zal Formaat de RaaT ondersteunen om beleid uit te stippelen en standpunten in te nemen. En dit keer wordt ervoor gezorgd dat niemand nog over woorden struikelt.

Alle praktische informatie over de RaaT van Formaat kan je hier terugvinden. En nu zou je kunnen vragen: En de landing? Waar is de landing? Dat is moeilijk te voorspellen. De RaaT krijgt de touwtjes zelf in handen en stuurt zelf. De bestemming is nog onbekend.


LANDING

En waar landde ik zelf, uiteindelijk? Ook dat is moeilijk te zeggen. Er is niet één aanwijsbare plaats, waar je van kan zeggen: ‘dat daar, die plek, dat afgebakend gebied, dat is Formaat.’ Zo werkt het landen niet. Formaat is eigenlijk altijd en overal. Op de kantoren in Antwerpen, Gent en Hasselt. In hoofden van bijna vijftig medewerkers en meer dan honderd vrijwilligers. In meer dan vierhonderd jeugdhuizen. En in de hoofden van meer dan achtduizend jeugdhuisvrijwilligers. En stel je voor dat je daar middenin zou landen, in al die hoofden tegelijkertijd. Dat zou vreemd zijn.

Nee. Ik geloof dat het eerder andersom is. Dat je zelf niet in Formaat landt, maar dat Formaat uiteindelijk in jou belandt, en zich daar verankert. Een beetje zoals een goede vriend zich nestelt in heel je wezen. En dan is Formaat een attente vriend, die voor je kookt wanneer je het huis komt verbouwen en je elke twaalf maanden heel trouw een handgeschreven verjaardagskaart stuurt. Een goede luisteraar ook, die je een spiegel kan voorhouden om te tonen wie je bent, en wat je goed doet — maar ook wat je worden kan. Een eerlijke vriend, die je talenten naar waarde schat — maar ook je tekortkomingen kent. Het is een rebelse vriend met een prikkelende geest, die zich graag omringt met gretige, jonge mensen om zich samen met hen in een nieuw avontuur te storten — en die je nu uitdaagt om te springen. Doet dat je duizelen?


Over Thomas Abelshausen

Thomas Abelshausen schreef zijn eerste artikels en interviews voor Formaat Magazine, maakte mee het boek Jong Goud (Uitgeverij Vrijdag) en kwam zo zichzelf op het spoor. Als vrijwilliger bij Formaat tekende hij mee de nieuwe organisatiestructuur uit, en wil met dit verhaal jonge mensen inspireren om zich te engageren in de RaaT van Formaat. Hij sprong ooit één keer uit een perfect functionerend vliegtuig, genoot van de duizeling, de zweefvlucht en de zachte landing.

4091417��V@�