Emigratie naar Amerika (3)

‘O, dierbaar plekje grond…’

Winkelstraat in Holland Michigan

Het is al weer wat jaren geleden dat ik als journalist van het Friesch Dagblad een oriëntatiereis maakte naar de vestigingsgebieden van de pionier-emigranten in de Amerikaanse staat Michigan. Ik raakte in gesprek met veel (oud)emigranten en hun nazaten en werd gefascineerd door alle verhalen over die eerste landverhuizers. Hun levensverhaal heb ik — zoals mogelijk bekend — opgetekend in de historische roman ‘De beam fan belofte’. Een Nederlandse vertaling is persklaar.

De verhalen van de emigranten en hun kinderen van na de Tweede Wereldoorlog waren echter ook boeiend en ontroerend. Nog een paar ontmoetingen uit die tijd:

In een restaurant in de plaats Holland kwam een serveerster (Hendrina Elzinga) bij ons tafeltje langs toen ze hoorde dat ik uit Friesland kwam. “Daar komen mijn voorouders ook vandaan,” vertelde ze. “Daar zou ik dolgraag nog eens naartoe willen gaan.” Ook Grace Doper, serveerster in het restaurant ‘Uit grootmoeders tijd’ zou graag nog eens naar Friesland reizen. Ze liep er rond in klederdracht. Als ze zegt dat haar achternaam Doper is, vertel ik haar dat haar voorouders dan wel uit Blauwhuis moeten komen en vermoedelijk rooms-katholiek zijn. Haar mond valt open van verbazing: “Hoe weet u dat nou!”

Ze raakt er niet over uitgepraat, schrijft gauw de naam van haar vader (Eeltsje Doper) op een servetje en vraagt of ik hem alsjeblieft diezelfde avond nog even wil bellen: “Dat zal hij prachtig vinden!” En Eeltsje Doper vindt het ‘very fine’ dat ik hem die avond nog even ‘gecalled’ heb. Hij vertelt dat hij mijn grootvader Gerrit Damsma nog gekend heeft. Die was vroeger bakker in Tjerkwerd, vlakbij Blauwhuis.

In Grand Rapids treffen we John van ‘t Hof, ook al met Nederlandse voorouders: “Het is vreemd, maar als ik in Engeland ben, waar ze toch dezelfde taal spreken als bij ons, dan voel ik me een eenling in een vreemd land. Van jullie taal versta ik geen woord, maar als ik in Nederland door de straten loop dan zie ik daar dezelfde koppen als bij ons in Michigan. Dan voel ik me thuis…”

En dan weer een ‘famke’ met verre Friese voorouders: July Vriezema, bibliotheekassistente in Calvin College te Grand Rapids. Hier ligt heel veel materiaal opgeslagen over emigranten in Michigan, waaronder heel veel brieven. July’s grootvader (uit Sneek) emigreerde als klein kind met zijn ouders naar Amerika. “Mijn grootvader sprak uitstekend Engels,” zo vertelde ze, “maar toen hij een beroerte kreeg, bleek hij deze taal volkomen kwijt te zijn. Hij kon alleen nog maar Fries spreken. Het Engels kwam pas later bij stukjes en beetjes terug: eerst hymnes zingen, dan lezen en daarna pas spreken.”

Deze ervaring hebben veel oudere mensen, als ze bij voorbeeld in een ziekenhuis of bejaardencentrum worden opgenomen. Merkwaardig genoeg vallen ze in die situaties helemaal weer op hun verleden terug. De wortels zitten diep: één keer Fries, altijd Fries..!

En dat geldt natuurlijk niet alleen voor de Friezen. Op een emigrantenavond gingen alle Friezen op een gegeven moment en bloc staan en hieven het Fries volkslied aan. De Groningers wilden uiteraard niet achterblijven. Na deze spontane happening kwam een oud vrouwtje naar voren en zei: “Een volkslied hoeft van mij niet, maar ik zou nog graag eens met elkaar zingen: “O dierbaar plekje grond, waar eens mijn wiegje stond…”

© Gerrit Damsma — 19 augustus 2015

Like what you read? Give Gerrit Damsma a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.