Alles behalve de werkelijkheid

De motor van de auto zingt een slaapliedje.
Mijn hoofd leunt op mijn rechterarm
en mijn rechterarm steunt op de rand van de deur
en oud-ivoren bolletjes wol schuifelen
door het maagdelijk witte landschap.
Alles mag nu gebeuren,
alles behalve de werkelijkheid.
Het maagdelijk witte landschap verleidt
de oud-ivoren bolletjes wol verder
de diepte in,
het bos in dat net over de grens
van het einde in zicht koekeloert.
De chauffeur loodst de auto een bocht om en
het maagdelijk witte landschap verandert
in een stoffig dorp dat niet
oud genoeg is voor lieflijkheden
en niet jong genoeg om de horror te vergeven
van een leeg ritmisch bestaan.
Werkelijk alles moet nu gebeuren,
alles behalve de werkelijkheid.
Nu of nooit!
Het dorp is nabij!
Een oud-ivoren wollen hoopje
houdt de auto helaas niet bij en
verdwijnt achter mij
voorbij het einde in zicht.
De chauffeur maakt geluiden
die ik negeer want
ik wil weten waar
dat ene ivoren wollen hoopje
heengaan.