Ik leef de laatste tijd in een constante roes. Mijn vrouw leeft naast me, vrienden slorpen al onze vrije tijd op en het werk slabakt rustig verder. Het typische leven van een mid dertiger waar alles reeds is verwezenlijkt? Geleefd worden in plaats van te leven.

Weken na elkaar dezelfde ruzie. Weken na elkaar over datzelfde verdomde onderwerp. Weken aan een stuk met slaande deuren gaan slapen. Het onvermijdelijke komt in zicht. Het onvermijdelijke dat ik ten allen tijde wil bestrijden. Ik zie mijn vrouw en kinderen immers doodgraag. Er is niks in de wereld wat me dierbaarder is dan hen. Niks.

Maar ik lig hier beneden in de zetel. De vrouw slaapt boven rustig verder. Ze wil afstand nemen. Voor onbepaalde tijd. Afstand nemen. Hoe doet men dat eigenlijk in een huwelijk?

Ze wil eerst alles op een rijtje voor zichzelf. Claimt daar geen hulp bij nodig te hebben.

Zoveel vragen waar ik het antwoord niet op weet. Zoveel vragen die ik rond mijn hoofd zie dwarrelen. Mij gek draaien. Zoveel vragen die vroeger in een vingerknip werden opgelost, blijken nu allemaal metershoge horden.

Is dit het nu?