Augustinus

“Then let us call a law temporal if, although it is just, it can justly be changed in the course of time.” — Augustinus On free choice of will, book I

“….that nothing in the temporal law is just and legitimate which human beings have not derived from the eternal law.” — Augustinus On free choice of will, book I

Augustinus maakt in zijn werk over de vrije wil een onderscheid tussen twee soorten wetten. De tijdelijke en de eeuwige. De eeuwige wet is afkomstig van God en is onveranderlijk zo stelt hij. De tijdelijke wet is een wet van de mens en kan veranderen als de samenleving verandert. Dit lijkt een duidelijk verschil maar Augustinus maakt een aantal opmerkingen waardoor ik in de war raak over zijn tweedeling. Allereerst stelt hij dat bepaalde dingen in de samenleving, overspel, moord, heiligschennis, kwaad zijn niet omdat ze in de (tijdelijke) wet staan maar dat ze in deze wet staan omdat ze kwaad zijn. Het per definitie kwaad zijn is een verwijzing naar de eeuwige of Goddelijke wet. Waar is echter het onderscheid tussen deze twee als de een zijn autoriteit verleent aan de ander?

Verderop zegt Augustinus dat de tijdelijke wet zich kan aanpassen aan de samenleving en zo nog steeds rechtvaardig kan zijn. Als de wereld verandert en de wet meebeweegt kunnen regels die tegenstrijdig zijn met die van een eerdere periode toch juist zijn. Dit kan zelfs zonder met terugwerkende kracht af te doen aan de rechtvaardigheid van de eerdere regels. Hoe kunnen deze tegenstrijdige regels beide rechtvaardig zijn? Simpel stelt Augustinus ze moeten gegrond zijn in de eeuwige wet en op basis van de huidige samenleving met deze wet overeenkomen. Hoe kunnen twee verschillende regels beide autoriteit ontlenen aan een onveranderlijke wet?

Augustinus maakt een onderscheid dat wat mij betreft onnodig ingewikkeld is gemaakt. Meegaand in zijn redenatie hebben we niet te maken met twee soorten wetten maar met een wet; de eeuwige. Wat Augustinus ziet als de tijdelijke wet is een tijd en plaats gebonden interpretatie van de eeuwige wet. Deze is, volgens hem, alleen rechtvaardig als hij te rijmen is met de Goddelijke. Dit doet wat mij betreft ook af aan de veranderlijkheid van de menselijke wet. Wat nodig is met het veranderen van de samenleving is een ander perspectief of interpretatie van de Goddelijke wet. Dit vormt echter geen nieuwe, op zichzelf staande, wet. Een volledig eigen menselijk wet, die los staat van de Goddelijke, zou per definitie onrechtvaardig moeten zijn volgens Augustinus.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.