Mijn stad

Zwijgen of je stem laten horen


Op weg naar de metro liep ik door het park in mijn wijk. Op een bankje zat een groepje jongeren te genieten van het mooie weer. Elf, twaalf, dertien jaar oud, schatte ik hen. Ik naderde, en ineens gooide één van hen haar fiets met een klap op de stoep. Er ontstond een sfeer van stoerdoenerij en ik-ben-heel-gevaarlijk-kijk-maar. Het meisje riep: het kan me toch niks schelen! Ik dacht: jouw vader en/of moeder heeft hard gewerkt om deze fiets voor je te kunnen kopen, en je gaat er zo mee om? En dan ook nog om stoer over te komen ten opzichte van je vrienden en het quasi-nonchalant intimideren van passanten?

Ik dácht het. Maar ik zei het niet. Dacht erachteraan: het hoort bij de leeftijd. Al geloofde ik het zelf niet. Ik liep door.

Een paar seconden later stond een in onze buurt bekende dame op leeftijd (tachtig plus) voor de jongeren en riep hard: Wat denk je wel! Als je je niet kunt gedragen in onze stad — in MIJN STAD — dan rot je maar op! Ga dat ergens anders doen, maar niet in MIJN ROTTERDAM. Je verpest het voor de rest. Wat zouden je ouders ervan zeggen dat je zo met je fiets omgaat. Om stoer te doen. Voor een paar andere tieners. Ben je gestoord of zo? HUP! WEGWEZEN!

Ik stond even stil, keek naar de moedige vrouw. In al haar kwetsbaarheid was ze ijzersterk. Week niet. Stond fier en sterk voor de jongeren. Ik dacht: ze heeft gelijk. En ik zei niets. En liep door.

Van die momenten dat je je realiseert dat je niet altijd zelf handelt naar je eigen moraal.