Het gesprek op de bank

“Misschien kunnen we nog even bij die docent langs, wanneer werkt ze?” vraagt Kwebbel aan Sarcasmemuts.

“Dinsdag en donderdag.” aldus Sarcasmemuts die haar telefoon vasthoudt.

“O, en vrijdag.”

“But it’s Monday.” reageert Kwebbel gespeeld verveeld.

“Echt waar?” Het is Sarcasmemuts die haar van haar ware aard laat zien.

Even is het stil.

“Ik was in Roemenië.” Kwebbel vertelt het opeens, wat daardoor op de lachspieren van de twee anderen werkt.

“Het was hartstikke warm, 36 graden, en ik was verkouden. Dat kwam door die kinderen.”

“Drie kinderen?” onderbreekt Sarcasmemuts haar.

“Nee, díe kinderen. Die eten ook ander soort eten en zo.”

“Dat meen je niet. Ander soort eten?”

“Zo hé, ben je in een sarcastische bui ofzo?”

“Ik, sarcastisch?”

“Ik niet hoor, ik ben gewoon moe.” Het is Luiwammes die wakker wordt

“Hey wat is dat,” vraagt ze al wijzend naar de doek van Kwebbel.

“Mijn telefoon.” antwoordt Sarcasmemuts voor haar beurt

“Mijn sjaal.” Maar nu is Luiwammes al vergeten waarom ze het vroeg.

Het is eventjes stil, maar Kwebbel kennende, niet voor lang.

Het is eventjes stil, maar Kwebbel kennende, niet voor lang.

Like what you read? Give Jonathan Bergmann a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.