Meeloopstage SelfLAB

Meeloopstage met Tom Ternest (door Korneel Dobbels)

Tom Ternest tijdens de voorbereidingen van ‘Metro Boulot Dodo’

Twee dagen een acteur mogen volgen is een droom. Een acteur vinden die bereid is om je drie dagen mee op sleeptouw te nemen is meer dan een droom. Marco Borsato weet echter waar hij over zingt: “De meeste dromen zijn bedrog”. De eerste dag meeloopstage viel namelijk in het water. Het bijwonen van de casting waar Tom Ternest als jurylid aan tafel mocht aanschuiven werd afgelast en het bijwonen van ‘Souvenir’ (een voorstelling die hij regisseerde) werd dankzij de coöperatie van de NMBS onmogelijk voor mij. Mijn plan om een goede eerste indruk te maken, was jammer genoeg niet geslaagd.

Gelukkig zit er nog waarheden in de aloude spreekwoorden en na de regen kwam de zonneschijn. Een dag later dan gepland ontmoette ik Tom aan het station van Deinze. Ik had de man op voorhand eens op internet opgezocht zodat ik wist hoe hij eruitzag. Ik had er echter niet op gerekend dat hij plots een nieuwe look zou hebben. Tom Ternest met of zonder snor? Het zijn twee compleet andere gezichten. Na kort kennis te hebben gemaakt en even wat gepraat te hebben over onze gemeenschappelijke connectie, vertrokken we samen met twee collega-acteurs al carpoolend naar het cultureel centrum van Middelkerke waar ze enkele uren later de pannen van het dak zouden spelen met de theatervoorstelling ‘Metro Boulot Dodo’. De voorstelling bestaat uit abstracte woorden en grootse bewegingen. Men noemt het dan ook niet voor niets bewegingstheater. Tom speelt graag in alles en nog wat mee. Het is de variatie die de job voor hem zo boeiend maakt én houdt.

Tom Ternest neemt samen met zijn collega-acteurs het applaus in ontvangst na een voorstelling van ‘Metro Boulot Dodo’

Die variatie was ook duidelijk merkbaar in die twee dagen. Met mij in z’n kielzog reedt de acteur van de ene plaats naar de andere. Ik moet mij dringend eens focussen op het halen van mijn rijbewijs, want zonder wordt het moeilijk om als acteur overal op tijd te geraken. De tijdspanne tussen voorstellingen en televisieopnames is soms heel erg krap. Een interview afnemen tussendoor is dan ook niet zo eenvoudig bij zo’n groot gebrek aan tijd. Gelukkig was er tijdens de lange autorit van Heist-op-den-Berg naar de televisieopnames van ‘De Geboden’ in Aalst tijd voor een uitgebreid interview van maar liefst veertig minuten. Tom is een prater, een man met het hart op de tong. Tom behoort niet tot de categorie “Stille waters”, maar zijn gronden zijn des te dieper. Blijkbaar zitten niet alle spreekwoorden vol van waarheid.

Tijdens het interview merkte ik op dat er hier en daar wat gelijkenissen waren tussen Tom en mezelf. Niet meteen onder woorden kunnen brengen waarom je passie je passie is, maar het gewoon weten, is één van die zaken. De enige in je oer-Vlaamse gezin zijn die ervan droomt om op de planken te staan en zo je brood te verdienen of als kind je acteerkunsten tentoonspreiden als familieclown om je omgeving aan het lachen te brengen, zijn maar een paar van de raakpunten die ik blijk te hebben met de enthousiaste man. Het maakt het interview er alleen maar gezelliger op.

Achter de schermen bij de nieuwe VTM-reeks ‘De Geboden’

“Laat je demonen vieren.” Het lijken de woorden van een psychopaat, maar in deze context slaan ze op het acteren. Elke rol is namelijk een uitvergroting van een facet van jezelf, hoe klein dat facet ook mag zijn. Het is één van de wijsheden die Tom van zijn lerares wijlen Dora van der Groen meekreeg. Je demonen kan je kwijt in je acteren, volgens Tom Ternest, en dat zonder dat het een soort van therapie wordt. Een ruzie tussen twee acteurs oplossen tijdens een voorstelling door middel van een ander zijn woorden lijkt misschien raar, maar het is deze acteur wel al overkomen.

Het belangrijkste wat ik geleerd heb tijdens deze twee dagen is dat acteren in veel gevallen hetzelfde is als leven. Het is een evenwichtsoefening tussen zoveel mogelijk doen om zo min mogelijk kansen te laten liggen en tegelijkertijd jezelf ervoor te behoeden dat je niet te veel hooi op je vork neemt. Als ik naar Tom kijk, denk ik dat hij dat evenwicht gevonden heeft.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.