Fijn artikel Laurens.
Thomas Van Oppens
11

Voor een kort antwoord: lees de laatste paragraaf.

Geluk is natuurlijk een individueel gegeven in die zin dat jij je gelukkig voelt of niet, ongeacht hoe het er “objectief” uitziet. Een arme dakloze bedelaar kan — weliswaar minder waarschijnlijk— ook gelukkig zijn. Dus in termen van perceptie bepaal je altijd zelf of je gelukkig bent of niet.

In termen van meetinstrumenten gebeurt de vertaling van gevoelens/percepties naar cijfers heel erg slecht (merk op dat ik hier meen dat de vertaling erg slecht gebeurt, niet dat ik de vertaling per se een slecht idee vind). We kiezen vaak zonder echt goed nadenken welke schalen er gebruikt worden en wat we als termen op die schalen zetten. Vaak is een dergelijke schaal ook niet goed (statistisch) bruikbaar. Denk maar aan vloer/plafondeffecten.

Een voorbeeld van een compleet idiote schaal:

Een beetje meer groen in de wereld kan geen kwaad
Niet akkoord 1–2–3–4–5 Akkoord

  • wat betekent de drie? Een beetje akkoord? Compleet neutraal? Geen mening?
  • Iedereen zal 5 scoren (hoera meer groen!). Echter desastreus voor onderzoek, want zonder variatie in de data kan je ook niets voorspellen. Het is echter niet alsof er geen variatie is. Sommige mensen willen namelijk meer méér groen dan anderen, maar de schaal (en in dit geval ook de vraagstelling) laat het niet toe om die variatie in kaart te brengen.
  • zelfs wanneer de antwoorden wel (normaal) verdeeld zouden zijn, worden er modellen gebruikt die uitgaan van het idee dat de data op interval-niveau gemeten is.

Ik weet dat de 7-punt Likert schaal gebruikt wordt vanuit het psychometrisch idee dat we gemiddeld 7 categorieën van elkaar kunnen onderscheiden. Maar dit geldt zeker niet voor alle dimensies en zeker niet voor alle personen.

Kwantificering op zich is geen slechte zaak, maar er is veel ruimte voor verbetering. En er bestaan zelfs al verbeteringen en ideeën die we gewoonweg negeren. De klassieke psychofysica (1860!) wist ons al te vertellen dat onze perceptie niet rechtlijnig werkt. Onze gevoelens zijn ook een vorm van (zelf)-perceptie en zijn naar mijn mening ook onderhevig aan de wetten van de psychofysica. Al zullen dit niet exact dezelfde wetten zijn als die van externe (visueel, tactiel, …) perceptie.

Ik ben zelfs recent te weten gekomen dat er ook statistische modellen bestaan die hier wel rekening mee houden. Ze zijn niet gebaseerd op het idee van de psychofysica, maar incidenteel, komen ze wel in de buurt (denk ik alleszins. Ik ben zelf nog niet genoeg op de hoogte van de exacte werking van deze modellen). Generalized linear models bieden een — nog steeds tekortkomend, maar waarschijnlijk beter — alternatief voor de manier waarop we nu analyseren.

Zonder veel gezever komt het eigenlijk hier op neer: De Likert schaal wordt gebruikt vanuit een bepaalde pragmatiek (we weten niet goed hoe gevoelens moeten meten, maar we hebben niet veel beters). Ondertussen hebben we wel wat beters of alleszins ideeën over hoe het beter zou kunnen, maar er lijkt geen enkel incentive aanwezig te zijn om hier naar te streven.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.