Amsterdam is een populaire stad. Iedereen wil er wonen.
Floris van den Berg van Saparoea
@leesbaar leesbaar@gmail.com
Amsterdam is een populaire stad. Iedereen wil er wonen. Dat is de boodschap die de gemeente zelf uitdraagt. Bijvoorbeeld in haar Factsheet leerlingenprognose PO 2014/’15:
„Groei vooral verklaard door toenemend aantal geboorten
In het leerlingenprognosemodel worden Amsterdammers in de basisschoolleeftijd, de basisgeneratie PO, als input gebruikt. De prognose van de basisgeneratie vloeit voort uit de demografische ontwikkelingen die zich in het verleden voordeden en de aannames over de trends hierin. De belangrijkste ontwikkeling voor de PO scholen is dat de leeftijdsgroep van 4 tot en met 12 jaar de komende jaren zal blijven groeien.
Deze groei is voornamelijk het gevolg van een toenemend aantal geboorten. De stad heeft de laatste jaren steeds meer gezinnen vastgehouden, maar ook het aantal samenwonende stellen nam toe. De verwachting is dat een deel van de jonge gezinnen in de stad zal blijven en een tweede kind krijgt, en veel jonge stellen een gezin zullen stichten. Vooral in delen van de stad waar veel nieuwe woningen gebouwd worden, zal het aantal geboorten toenemen. De huidige prognose gaat uit van een hogere woningbouwproductie dan voorheen. De verwachting is dat er tussen 2015 en 2030 46.600 woningen gebouwd worden. Met de eerste tekenen van de opleving van de woningmarkt wordt ook zichtbaar dat de kans om de stad te verlaten weer toeneemt, vooral voor jonge gezinnen. Deze hogere vertrekkans zal de toename van het aantal kinderen in de basisschoolleeftijd iets dempen.”
In diverse publicaties, ondermeer in de Structuurvisie Amsterdam 2040, wordt deze veronderstelde komende groei van Amsterdam gepresenteerd als een feit. Soms melden de wethouders (van Duco Stadig (PvdA), Maarten an Poelgeest (GroenLinks) tot Eric van der Burg (VVD)) dat de nieuwbouw nodig is om aan de vraag naar woningen te voldoen. Soms zeggen ze dat de nieuwbouw zal zorgen voor nieuwe inwoners. De suggestie van de gemeentelijke overheden is sinds de Structuurvisie Amsterdam 2040 dat Amsterdam verwit. Er komen weer roomblanke etnische Nederlandse inwoners naar onze stad. De verkleuring door steeds meer zwarte allochtonen is voorbij. Het kenmerk “zwart” wordt door de gemeente zelf aan de allochtonen gehangen, ondanks het feit dat de meeste vreemdelingen blank of olijfkleurig zijn. En ondanks het feit dat kleur niet van belang is. Men bouwt een sfeer van discriminatie op.
Maar hoe zit het met die populariteit. Hoe is de ontwikkeling van de bevolking in Amsterdam. Daarop zal ik kort ingaan. Daarbij hou ik rekening met het feit dat Amsterdam niet alleen staat. Onze stad maakte de afgelopen eeuw dezelfde ontwikkeling door als Rotterdam en Den Haag. Onze grootste Havenstad, Hofstad en Hoofdstad zijn de afgelopen 65 jaar ingrijpend veranderd. Ze delen die geschiedenis. En ze wijken daarin af van iedere andere stad of gemeente in ons land.
De drie H’s groeiden van het midden van de 19e eeuw tot 1940 als gekken. Daarna kregen hun inwoners in de jaren 1940 -1945 harde klappen. Alle drie verloren ze een groot deel van hun inwoners, 10% of meer. Rotterdam werd gebombardeerd, door de Duitsers. Den Haag werd gedeeltelijk ontruimd, door de Duitsers. En in Amsterdam werden Joden beroofd en uitgeleverd aan de Duitsers, door de gemeente, door Nederlandse wethouders, ambtenaren, politici.
De drie grote gemeenten werden na de oorlog, of moet ik zeggen sinds die tijd, bestuurd door coalities met een sterke socialistische inbreng van de PvdA. De twee havensteden kenden daarnaast een economie gedomineerd door aan de haven gekoppelde industrie: scheepsbouw, motorenbouw, staal.


Hoe het ook zij, de drie gemeenten deden iets waardoor vanaf 1950 de inwoners begonnen weg te lopen. En in een periode waarin de rest van Nederland qua inwonertal verdubbelde, krompen de grote drie. Tussen 1960 en 1984 verloor Amsterdam meer dan 200.000 inwoners netto. Tussen 1960 en 2015 verloor Amsterdam 423.000 etnische Nederlanders netto, en daar kwamen bijna 100.000 westerlingen en 277.000 mensen uit de derde wereld voor terug. Amsterdam heeft per 1–1–2015 47.000 inwoners minder dan in 1960. Populair is de stad kennelijk niet, in ieder geval niet als woonplaats bij Nederlanders.
De leeftijdsgroep die kinderen krijgt is de groep volwassenen van 25 tot 45 jaar oud. Niet westers allochtone moeders krijgen soms op jongere leeftijd een kind. Maar die groep is niet heel groot. De groep 25–45 jarige Nederlanders in Amsterdam krimpt al 50 jaar. De groep niet-westerse potentiële ouders groeit. De groep westerlingen groeit. Het aantal leerlingen voor het basisonderwijs in Amsterdam groeit inderdaad al jaren. Het percentage kinderen uit niet westerse gezinnen is spectaculair gegroeid sinds 1985, van niets of bijna niets, tot meer dan de helft van de leerlingen. Omdat het rijk kinderen naar herkomstgroepering indeelt, en niet naar herkomst van de ouders, lijkt het of het aantal kinderen uit etnische minderheden afneemt in onze stad. Dat is echter een vertekend beeld. 3e generatie niet-westerse kinderen tellen niet meer als allochtoon. Dat scheelt subsidie. Die kinderen hebben nog steeds goeddeels dezelfde problemen als hun ouders en grootouders.

De figuren 25-45 jarigen in Amsterdam en 4–12 jarigen in Amsterdam tonen dat het aantal volwassenen in de leeftijd die kinderen krijgt verdubbeld is sinds 1900. Het aantal kinderen dat zijn krijgen is echter sterk gedaald. Het aantal kinderen dat in Amsterdam geboren wordt en hier op school gaat is nog kleiner. Het aantal Nederlandse ouders is ongeveer 50%. Het aandeel Nederlandse kinderen is ruwweg eenderde.
Conclusie
De gemeente stelt dat Amsterdam een populaire stad is. Extra woningen zijn nodig omdat meer Nederlandse gezinnen zich in Amsterdam vestigen, en / of omdat meer Nederlandse paren of gezinnen (= ouder of ouders met kinderen in gemeentejargon) in onze stad blijven. In dit stukje laat ik zien dat dit onzin is. De bevolking van Amsterdam neemt toe, dat is helder. Maar dat komt niet doordat Amsterdam populair is in Nederland bij de Nederlanders. En het komt ook niet doordat de groep 25–45 jarigen, en dan met name het Nederlandse deel, in omvang toeneemt.
Amsterdam is heel lang een krimpgemeente geweest. Het aantal leerlingen in het basisonderwijs kromp in de jaren 1954 tot 1985 met bijna 2/3. Amsterdam groeit weer sinds 1985. En dat komt doordat er een geboorteoverschot is van allochtone, dat wil zeggen westerse en niet-westerse baby’s. En de bevolking groeit doordat er meer mensen uit de westerse wereld en de 3e wereld immigreren dan er vertrekken. Er is een netto uitstroom van inwoners uit Amsterdam naar de rest van Nederland. Die duurt al 65 jaar, met een recente kleine onderbreking van 5 jaar. Amsterdam heeft steeds meer woningen nodig voor een dalend of eenzelfde aantal inwoners. Dat komt doordat gezinnen steeds minder kinderen krijgen. Dat komt doordat steeds meer mensen alleen wonen. Jongeren. Studenten. Weduwen en weduwnaren. Mannelijke partners uit Surinaamse en Antilliaanse relaties. Partners uit uiteenvallende relaties. Het aantal stellen met kinderen neemt nauwelijks toe. Over deze zaken schrijf ik een volgende keer meer.