Angst, Wilders en Roosevelt
75 jaar later Four Freedoms onze opdracht.
Er schreeuwde een man.
Ik werd wakker.
Mijn kamerdeur werd opengerukt. Er bonkte iemand naar binnen. Het licht ging aan. ‘Wat is hier’, riep de man.
Mijn moeder kwam binnen. Zij zei: ‘Dat is de kleine jongen; gaat u weg uit de kamer; ik zorg voor hem.’
‘Opschieten, opschieten’, schreeuwde de man.
Mijn moeder kwam bij mijn bed staan en streelde me over mijn hoofd. Ik hield mijn ogen dicht. ‘Wakker worden, schatje. We hebben je toch verteld dat wij misschien weer op reis zouden moeten. Het is zover. Wees lief. Kleed je zelf even aan, net als anders.’
Ik draaide mij om. Ik wilde slapen.
‘Opschieten’, hoorde ik vlak bij mij. Mijn arm werd vastgeklemd, de deken werd van mij afgerukt.
Ik gilde.
Dames en heren, het is 75 jaar geleden dat de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt zijn historische pleidooi voor vier vrijheden hield. De basis voor de Universele Rechten van de Mens. Nederland was toen bezet door de nazi’s.
Jona Oberski en zijn ouders werden opgepakt. Afgevoerd. Eerst naar Westerbork. Daarna verder. Naar de vernietiging. Niet omdat ze iets misdaan hadden, maar omdat ze jood waren. Zijn ouders overleefden de Holocaust niet. Jona wel. Als volwassen man vertelde hij zijn verhaal. Vanuit het perspectief van het kind dat hij was toen hij wreed wakker werd gemaakt en de nachtmerrie begon.
Mijn moeder zei: ‘Wat denkt u wel. Wij mogen ons toch zeker wel aankleden. Nu heb u het kind aan het huilen gemaakt.’
Opschieten’, schreeuwde de man, ‘wij moeten weg; ik heb mijn opdracht.’
Hij zwaaide zijn geweer om zijn schouder en ging de kamer uit…
Driekwart eeuw later kunnen we de angst en de wanhoop nog voelen. De angst van het kind. De angst en de onmacht van de moeder om haar kind te beschermen tegen bruut geweld en blinde haat. De angst waar we ieder kind en ieder mens voor willen behoeden.
‘Mama, mag ik nu mijn ogen opendoen?’
Het jongetje vraagt het zijn moeder. Ze bloedt. Zit onder het stof.
Ze is met haar zoontje net ontsnapt aan de aanslag op metrostation Maalbeek.
Ze heeft hem gezegd zijn ogen dicht te doen. Ter bescherming. Tegen het stof maar vooral tegen de schokkende beelden van de slachtoffers.
Hij houdt zijn ogen dichtgeknepen. Tot zijn moeder zegt dat hij ze weer open mag doen.
Dan streelt ze hem over zijn hoofd en zegt met een geruststellende glimlach dat hij niet hoeft te huilen.
Het is het verhaal van een Brusselaar, die moeder en kind vorige week dinsdag bij metrostation Maalbeek had opgevangen. Het jongetje ongedeerd. Zijn moeder was ontdaan. Het raakt ons in het hart. We voelen mee. Geen kind, geen ouder, geen onschuldige zou bang moeten zijn voor een bom in de metro of een soldaat in de slaapkamer.
President Roosevelt had het grootste gelijk van de wereld om dit een universeel mensenrecht te noemen: freedom from fear. Eén van de vier essentiële vrijheden.
Vrijheid van meningsuiting,
vrijheid van godsdienst,
vrijwaring van armoede,
en vrijwaring van angst.
Wij leven nu in een tijd dat ook hier de angst, de angst voor terreur, voelbaar toeneemt. Aanslagen die dichterbij komen. In Bagdad of Beiroet, maar ook in Europa. Madrid, Londen, Parijs, Brussel. In Ankara en Istanbul.
Je hoort de mensen zeggen: ‘Straks, straks zijn wij aan de beurt.’ Alsof het onvermijdelijk is. Het lijkt niet meer de vraag ‘of het gebeurt’, maar ‘wanneer het gebeurt’. Terwijl we weten dat dit nou juist de bedoeling van terroristen is. Het zaaien van angst. De wetenschap dat het zaaien van angst de bedoeling is neemt de angst zelf nog niet weg. Er is niemand die de garantie kan geven dat er in Nederland geen aanslag zal worden gepleegd.
Ja, we doen er alles aan om de terroristen en hun ronselaars het vuur aan de schenen te leggen, om de risico’s te beperken en de veiligheid te vergroten. Maar er zijn geen maatregelen waarmee we het risico van een terroristische aanslag tot nul kunnen reduceren.
Dus is het normaal dat je bang bent. Dat er angst is. Zo kort na aanslagen, zo kort na de arrestatie van een terreurverdachte in Rotterdams kijken we met andere ogen om ons heen. Ineens kijken we met argusogen naar een achtergelaten rugzak in de trein. Ineens kijken we anders dan anders naar een paar Marokkaanse mannen met grote koffers op het station. Extra onderzoekend. Extra waakzaam.
Dat is op zichzelf begrijpelijk na zo’n aanslag. Maar het wordt anders als we elkaar met achterdocht blijven bekijken. Dan worden we een wantrouwende samenleving. We moeten wel alert zijn, maar ook voorkomen dat we onnodig angstig en argwanend raken. Want daarmee beschermen we onze open samenleving niet, daarmee bedreigen we onze eigen samenleving. Het kan er ook toe leiden dat moslims zich voortdurend als ‘verdacht’ voelen bekeken en behandeld. Dat mag niet gebeuren. En dat zullen we ook niet laten gebeuren.
Het gaat hier niet om een strijd tussen moslims en niet-moslims, maar om een strijd tussen vrijheid en dwang, tussen democratie en dictatuur. We zullen onze democratie, met al haar mooie en dierbare vrijheden beschermen en verdedigen. Met wapens en met woorden. Met politieagenten, militairen en met onderwijzers. De overheid zal alles doen wat in haar macht ligt om onze samenleving te beschermen. Een samenleving die stoelt op de vier vrijheden van Franklin Roosevelt. En dan is het belangrijk om je te verweren tegen de neiging juist uit angst vrijheden te beperken.
We zullen onze democratie beschermen en verdedigen. Met wapens en met woorden.
Roosevelt noemde als eerst vrijheid, de vrijheid van meningsuiting. Een logisch en absolute voorwaarde voor democratie. Dat is meer dan de vrijheid om je mening te geven zonder censuur, het is ook de vrijheid om informatie te ontvangen zonder controle. Hoe meer censuur, hoe minder democratie. Kijk maar naar die landen waar ze kritische kranten verbieden, waar het internet aan banden is gelegd.
In onze democratie mag je zeggen en schrijven wat je denkt zonder dat de overheid daar een oordeel over velt. Dat wil niet zeggen dat de vrijheid van meningsuiting absoluut is. Het Wetboek van Strafrecht geeft grenzen aan. Wie mensen belastert, wie aanzet tot haat, wie oproept tot terreur, kan voor de rechter worden gebracht en gestraft. Dat geldt voor iedereen. Van onbekende twitteraar tot bekend Tweede Kamerlid.
Vrijheid van meningsuiting vraagt wel wat. Het vraagt wat van diegenen die worden bespot, beschimpt, belachelijk gemaakt. Incasseringsvermogen. Zeker als het onterecht en onfatsoenlijk is, kan het pijn doen. Maar dat kan geen reden zijn om die vrijheid te beperken. Wij leven in een land waar iedereen, ook de profeten, bekritiseerd en bespot mag worden.
Censuur is een gruwel voor iedereen die van vrijheid en ook van humor houdt. Dat geldt ook voor zelfcensuur. Het is goed als mensen zich vrijwillig inhouden om anderen niet te kwetsen. Maar als ze dat doen uit angst voor vergelding uit extremistische hoek, dan is er iets verkeerd aan het gaan.
Net als de vrijheid van meningsuiting is ook de vrijheid van godsdienst niet onbeperkt. Ook hier geeft de strafwet grenzen aan. Ook hier mag de vrijheid van de één nooit misbruikt worden om de vrijheid van een ander te beperken. Je hebt de vrijheid om te geloven wat je wilt en je geeft ieder ander de vrijheid om dat ook te doen: de vrijheid om te geloven of de vrijheid om niet te geloven.
Een individuele vrijheid voor ieder mens in ons land. Een individuele vrijheid die de basis vormt voor onze rechtsstaat. Geen vrijbrief voor intolerantie, indoctrinatie, inquisitie. Geen vrijbrief om politiek te bedrijven op een manier die zich richt tegen de democratie. Niet iets waar je je achter mag verschuilen maar iets wat je als persoon mag genieten.
Ik vind het triest voor alle goedwillende gelovigen in ons land dat we door de intolerantie en terreur van islamitische extremisten steeds weer moeten spreken over de grenzen van de vrijheid van godsdienst. Ik kan me voorstellen dat ze daar hun buik vol van hebben. Maar het is noodzaak om het gesprek wel te voeren. Om het niet uit de weg te gaan omdat het zo ongemakkelijk is.
Maar laten we niet vergeten dat voor de meesten het geloof een individuele bron van positieve inspiratie vormt. Laat die mensen zich schouder aan schouder inzetten voor de vrijheid van godsdienst zoals we die graag zien. Hand in hand in hand. Dominee, imam, rabbijn, pastoor.
Laten zorgen dat ook de mensen in hun gebedshuis gevrijwaard blijven van angst. Angst voor bekladding. Angst voor erger. In synagogen, in moskeeën. Atheïsten, agnosten en gelovigen van alle godsdiensten horen in dit land als goede buren samen te leven. Met respect voor elkaar en de wet die voor een ieder geldt.
Roosevelt noemde als laatste twee vrijheden de freedom from want and freedom from fear. Het recht gevrijwaard te zijn van armoede en angst. In de tijd dat hij daar over sprak, was Nederland niet vrij van armoede en angst. Het land was bezet, de vrijheid vertrapt. Roosevelt riep de Amerikanen op zich niet afzijdig te houden, zich in te zetten voor het herstel van democratie, herstel van onze vrijheid.
We zijn bevrijd. Met hulp van de Amerikanen. We hebben ons daarna ontwikkeld tot één van de meest welvarende landen van de wereld. Met prachtige medische zorg, met goede sociale zekerheid, met fantastisch onderwijs. Wij leven al meer dan zeventig jaar vrij en in vrede.
Nu zien wij dat mensen in andere delen van de wereld niet vrij zijn. Niet vrij van armoede, niet vrij van angst. Hun vrijheden worden nu vertrapt. Ze zijn het slachtoffer van oorlog, onderdrukking, ongelijke verdeling van welvaart. Nu is het onze beurt om ons niet afzijdig te houden en ons onverzettelijk in te zetten voor de vier vrijheden. Onze plicht om ons internationaal in te zetten voor mensen die het slachtoffer zijn van oorlog en onderdrukking.
Daar waar de internationale rechtsorde bedreigd wordt, als de vrijheden van burgers in andere landen worden vertrapt, hebben wij de dure plicht ons in te zetten om die mensen veiligheid te bieden. Dus doet Nederland mee aan internationale vredesmissies, draagt Nederland bij aan de strijd tegen terreurorganisatie Islamitische Staat en biedt Nederland bescherming aan oorlogsvluchtelingen. En dus steunen we strijders voor mensenrechten. En moeten we ons realiseren dat het niet alleen oorlog en onderdrukking zijn die mensen op de vlucht doen slaan.
Denk aan het gezicht van de Albaniër deze week op het journaal die vertelde dat hij al zijn bezittingen had verkocht om een mensenhandelaar te betalen die hem een baan en een toekomst in Nederland had beloofd. Terwijl hij hier mag hij niet blijven en thuis had hij niets meer. Het is ontzettend belangrijk dat Nederland investeert in bestrijding van armoede en economische ontwikkeling van landen die het op eigen kracht niet redden.
Juist in deze tijd zien we hoe kortzichtig het is om mensen aan hun lot over te laten. Hoe groter de ongelijkheid, hoe groter de kans dat mensen uit een land van minder naar een land van meer vertrekken. Dus moeten we ons er voor inzetten dat mensen weer ook perspectief krijgen.
Hoe groter de ongelijkheid, hoe groter de kans dat mensen uit een land van minder naar een land van meer vertrekken.
In 2016 is Roosevelt met zijn speech nog altijd een optimist die kan inspireren. Mij zeker. Die speech van vijfenzeventig jaar geleden motiveert om ons in te zetten voor een wereld waarin kinderen niet bang hoeven te zijn voor bommen op weg naar school, voor soldaten in de slaapkamer, voor terreur uit wiens naam dan ook. Dat vraagt dat we bescherming bieden waar kan. Met een slimme veiligheidsdienst en betrokken wijkagenten.
Zodat we onszelf behoeden voor terreur en geweld. Het vraagt erom kinderen het beste onderwijs krijgen zodat ze hun dromen kunnen waar maken. Maar ook zodat ze zelf onafhankelijk leren nadenken, zodat ze zich leren verplaatsen in de ander. Zodat ze leren hoe waardevol die vrijheden zijn.
Laten wij ons inzetten voor een wereld waarin kinderen kunnen opgroeien zonder armoede, zonder angst. En zonder afkeer van mensen die anders denken en anders doen, dàt is niet zwichten voor terreur. Dit is een land dat staat voor die vier essentiële vrijheden van Roosevelt.
Het is onze taak om te laten zien dat we een weerbare samenleving vormen, een solidaire samenleving van mensen die onze democratische vrijheid willen behouden en ervoor durven te vechten. Een vrijheid waar een hoge prijs voor is betaald. En een vrijheid die we niet mogen verkwanselen.
Een volk dat voor terreur zwicht zal meer dan lijf en goed verliezen.
Dan dooft het licht…
Dames en heren,
Hier niet zo ver vandaan, in onze nationale vergaderzaal, is vandaag gepleit voor een verbod op de islam. Een direct gevolg van angst. Angst en het vermogen verliezen om onderscheid te maken tussen al die Nederlanders die het goede willen en die Nederlanders die het kwaad vertegenwoordigen. Als iets een verkeerde reactie is op de dreiging die ons raakt, dan is dat het. Zwichten voor terreur is zwichten voor angst, is de moed opgeven om die te overwinnen, is kiezen voor erger.
En daar waar gepleit wordt voor een verbod op islam, is het mij een grote eer om vanavond een man te mogen inleiden die ik al vele jaren ken als iemand die met wapens en met woorden strijdt voor onze democratie. Als iemand die laat zien dat ie als mens en gelovige het goede nastreeft. Iemand die dus zoveel meer staat voor de waarde van de Nederlandse samenleving dan diegenen die menen onze samenleving te beschermen door de rechtsstaat te vernietigen.
Niet alleen als initiatiefnemer van #Nietmijnislam, maar ook in de persoonlijke manier waarop hij met jongeren omgaat. Jongeren die in vertwijfeling zijn, die zich afgewezen voelen. Door het land te verdedigen in gevaarlijke omstandigheden.
Maar ook, en dat is misschien soms nog moeilijker, door het land te verdedigen in vrijheid en in vredesomstandigheden geeft hij wat mij betreft een prachtig voorbeeld van de ware betekenis van de vier vrijheden van Roosevelt. Ik vraag u een groot applaus voor de spreker van vanavond: Mostafa Hilali.
Deze speech vormde de aftrap van de Vrijheidscolleges 2016. De hele speech terugkijken?