Zwijgen over Turkije is laf en Europa onwaardig

De Tweede Kamer spreekt vandaag over Turkije. Zeker zijn van vrijheid, van democratie en van rechtsstaat, dat is waar de EU voor moet staan. Niet alleen binnen de EU maar ook in de landen waar we mee samenwerken. In Turkije zien we achteruitgang en Europa zwijgt.

Sinds de mislukte couppoging in juli 2016, is de situatie in Turkije ernstig verslechterd. Meer dan 150.000 mensen zijn ontslagen zonder enig vorm van proces, meer dan 50.000 personen zijn gevangen gezet – waaronder 10 parlementariërs en vele journalisten -, en zo’n 90% van de media is in regeringsgezinde handen terecht gekomen.

Vorig jaar werd er een referendum georganiseerd over zeer omstreden grondwetswijzigingen. Het leidde in Nederland tot de ongewenste komst van een Turkse minister. Zonder eerlijke campagne werd het referendum gewonnen met 51%.

De EU en de internationale gemeenschap hebben de uitkomst zwijgend geaccepteerd. De wijzigingen gaan pas in na de presidentiële verkiezingen, die in 2019 gehouden zouden worden en nu gepland staan voor 24 juni. Op die dag vinden gelijktijdig verkiezingen plaats voor het parlement en voor het presidentschap.

De internationale gemeenschap lijkt het als gegeven te beschouwen dat Erdogan de verkiezingen gaat winnen op 24 juni. De Turkse oppositie is echter hoopvoller dan ooit dat ze hem kunnen verslaan. Voor het eerst in de geschiedenis heeft de oppositie de handen ineen geslagen. In de laatste peilingen (ondanks het oneerlijke speelveld in Turkije), krijgt de oppositie een meerderheid in het parlement en is er een tweede ronde nodig in de presidentsverkiezingen.

De AK-Partij van Erdogan heeft de afgelopen 14 jaar nog niet zo dicht bij een nederlaag gestaan. Terwijl de repressie toeneemt, lijken de anti-Erdogan krachten zich te verenigen.

De Europese Raad is verdeeld over Turkije en heeft daarom ook geen strategie hoe de autoritaire trend te keren of op zijn minst te vertragen in het land. Waar het op neerkomt is dat er niets gebeurt – alle onderhandelingen over toetreding liggen stil, het uitbreiden van de douane-unie wordt tegengehouden en het afschaffen van de visumplicht is een utopie onder de huidige omstandigheden.

Maar er wordt ook geen druk gezet op de regering – zo is er geen enkel verzoek ingediend om gevangen gezette politici of journalisten te bezoeken, blijven verklaringen over mensenrechtenschendingen uit en lijkt alle communicatie zich te beperken tot de EU-Turkije deal over vluchtelingen.

De Europese Commissie heeft in haar recent verschenen voortgangsrapport nagelaten om enige politieke conclusies te trekken. – dat wordt aan de regeringsleiders overgelaten die in juni, net na de Turkse verkiezingen bijeen komen. Wel komt de Europese Commissie, mede op aandringen van het Europarlement in de komende weken met het besluit naar buiten dat de pre-toetredingssteun aan Turkije met 40% wordt gekort.

Het Europees Parlement heeft vorig jaar met een grote meerderheid aangenomen dat de toetredingsonderhandelingen met Turkije definitief moeten worden opgeschort als de nieuwe Grondwet in werking treedt en dat er extra geld moet worden vrijgemaakt om het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke media te ondersteunen.

Een actievere houding van de Europese Raad is nodig en daar dient Nederland zich voor uit te spreken. De nieuwe grondwetswijzigingen in Turkije geven alle macht in handen van President Erdogan. Er is geen sprake meer van een scheiding der machten. Vorig jaar heeft de Nederlandse regering, bij monde van minister Koenders, de Europese Commissie verzocht om de mogelijke implicaties hiervan op de toetredingsonderhandelingen met Turkije te onderzoeken. De Commissie zwijgt.

Nederland moet bepleiten dat de toetredingsonderhandelingen definitief worden opgeschort als President Erdogan de verkiezingen wint en de nieuwe Grondwet in werking treedt.

Turkije heeft een lange traditie van vrije en eerlijke verkiezingen. Bij het referendum vorig jaar waren er echter ernstige aantijgingen van fraude. Ook de internationale waarnemers van de OVSE hebben een kritisch rapport hierover gepubliceerd. Maar de EU heeft niet aangedrongen op een onafhankelijk onderzoek, en heeft zich neergelegd bij de uitkomst. Dat kan zo niet. Als dit op 24 juni weer gebeurt moet Nederland pleiten voor zo’n onderzoek.

De afgelopen maanden zijn er wijzigingen doorgevoerd in het Turks kiesstelsel, waarbij onder andere de mogelijkheid bestaat voor lokale autoriteiten om stembussen te verplaatsen. Omdat dit op grote schaal lijkt te gaan gebeuren in het Zuid Oosten van Turkije, moet de Nederlandse regering bij de OVSE-waarnemers deze zorgelijke gang van zaken aankaarten.

Niet alleen zitten tien van onze collega parlementariërs in de gevangenis in Turkije, ook geldt dit voor de Presidentskandidaat Selahattin Demirtas. Zo ontstaat de bizarre situatie dat een van de kandidaten campagne moet voeren vanuit de gevangenis! De Nederlandse regering in EU-verband aandringen op een oproep om Demirtas vrij te laten.

Het standpunt van de Tweede Kamer en de Nederlandse regering om pre-accessiefondsen aan Turkije te stoppen is duidelijk. De PvdA steunt dit. Maar we weten ook dat miljoenen Turken zich verzetten tegen het autoritaire bewind van President Erdogan. Journalisten en NGOs staan ernstig onder druk. Duizenden mensen zitten in de gevangenis zonder enige vorm van een eerlijk proces. Alle reden om het maatschappelijk middenveld en de onafhankelijke media te steunen.

De huidige apathie in de Europese houding tegenover Turkije is niet solidair ten opzichte van de Turkse bevolking. Het ideaal van vrije democratische rechtsstaat verdient het dat Europa stelling neemt. Ten behoeve van de toekomstige verhouding met Turkije, maar ook als boodschap naar de Turkse ingezetenen in de lidstaten dat met vrijheid niet gemarchandeerd wordt. Dat is goed voor Turkije en goed voor Europa.