B4 | De klant is koning

Door de drukke gebaren die ze maakt, springt er een lok uit haar strakke knot vandaan, die ze driftig wegveegt. Ze merkt het niet eens. Ze is te druk bezig het jonge meisje achter de kassa uitfoeteren.

Rustig knikt het meisje.

Het geluid van ongeduldig dansende vingers op de toonbank duidt het tempo waarmee mevrouw geholpen wil worden, terwijl de caissière langzaam haar schouders ophaalt en uitlegt waarom ze mevrouw niet helpen kán.

Een diepe zucht. De ogen mevrouw dwalen af — maar de frons op haar gezicht vertelt dat haar strijd om snelle service nog niet afgelopen is.

Het meisje zit met afgezakte schouders minstens net zo gretig als mevrouw op de leidinggevende te wachten.

Dan begint met een armzwaai van frustratie de tirade opnieuw. Sneller dit keer, het volume zwelt bij iedere zin aan.

Het meisje kijkt koeltjes terug. Pas als het probleem even later is opgelost, komt de tandpastalach waarvoor ze is aangenomen weer tevoorschijn. Haar stem klinkt opeens opgewekt, alsof er niks is voorgevallen. “Ook weer opgelost: de klant is koning!”

Met een snuif draait de koning zich om.

Of in dit geval, de ijskoningin.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.