Een linkse generatie?
Vandaag schreef Rutger Bregman het stuk “Mijn generatie durft weer links te zijn (en stemt dus geen PvdA)”. Laat ik vooropstellen dat ik De Correspondent erg graag lees, er lid van ben en het als hèt journalistieke medium van de toekomst zie. Echter kon ik me niet vinden in zijn column. Niet omdat ik zelf PvdA-lid ben, maar omdat er in mijn optiek een onvolledig beeld wordt gecreëerd en de feitelijke onderbouwing haast onbestaand is.
Objectiviteit
Dat Rutger Bregman weinig heeft met de Partij van de Arbeid mag en terechte kritiek mag eveneens en dient zeker geuit te worden. Echter, waar er goede daden verricht worden is het wel zo objectief deze ook te vermelden.
Bregman roemt de SP en GroenLinks in hun strijd tegen belastingparadijzen. Dan is het in dat kader wel zo objectief te vermelden dat de PvdA hier in mee gaat en dat Tweede Kamerlid Ed Groot samen met de andere linkse partijen een parlementaire hoorzitting fiscale constructies opzette.
Voor het (grotendeels) afschaffen van het jeugdloon wordt terecht de beweging Young & United geroemd, echter was het uiteindelijk PvdA-minister Lodewijk Asscher die een en ander bekrachtigde. Zonder dat waren alle inspanningen helaas onbeloond gebleven. Ook dit wordt niet vermeld.
“Nu is de Generatie Nix nog aan de macht. Dat is de generatie Jeroen Dijsselbloem en Diederik Samsom, die met de mond vol tanden stond toen Fortuyn opkwam en onze banken bijna omvielen. En die nu krampachtig vasthoudt aan de status quo.”
Hiermee wordt de suggestie gewekt alsof de Partij van de Arbeid aan de macht is. Echter, haalden zij slechts 38 van de 150 zetels in 2012. Tel daarbij de zetels van de andere linkse partijen op en je hebt er 59 (SP, GL & Partij van de Dieren). De Partij van de Arbeid is niet de macht. Links is niet de macht. Allesbehalve zelfs. De Partij van de Arbeid was een grote vuist tegen rechts Nederland. Maar laten we niet doen alsof rechts Nederland niet dé meerderheid is.
Vergelijking Verenigde Staten & Verenigd Koninkrijk
Bregman spreekt aan de hand van ontwikkelingen in de Verenigde Staten & het Verenigd Koninkrijk de verwachting en de hoop uit dat Nederlandse jongeren een beweging naar links maken. Alleen om deze ontwikkeling goed te duiden is het uiterst relevant de verschillen tussen die landen en Nederland te herkennen en te erkennen. Waar hij eveneens de strijd van de SP & GL aanhaalt tegen ongelijkheid zal ik de inkomensongelijkheid als voorbeeld nemen.
In Nederland nam de inkomensongelijkheid juist af. Hiervoor gebruikt men als graadmeter de GINI coëfficiënt. Waar hij in 2013 nog zelf over schreef. Korte uitleg daaruit:
“Bij 0 krijgt iedereen precies even veel en leven we in een totaal communistische samenleving. Bij 1 krijgt één iemand alles.”
In Nederland is deze ongelijkheid afgenomen en zijn we van ongeveer 0,29 naar 0,25 gegaan. Nederland zit daarmee in de top van de landen met de kleinste inkomensverschillen. De VS zit ongeveer aan de andere kant van de score met een coëfficiënt van 0,45. Het Verenigd Koninkrijk scoort ook aanzienlijk slechter en zit rond de 0,36 en zit daarmee bij de Europese achterhoede. Overigens nam onder het huidige kabinet de ongelijkheid licht af. Een andere graadmeter (sociale mobiliteit) toont eveneens dit grote verschil tussen de VS, het VK en anderzijds Nederland aan. Conclusie: de verschillen tussen de landen zijn dermate groot dat ontwikkelingen aldaar weinig indicatie geven op toekomstige ontwikkelingen in Nederland.
Feitelijke onderbouwing
Bregman verwijst op geen enkele wijze naar onderzoek en vertrouwt op zijn eigen waarnemingen in het dagelijks leven. Dat mag en hij pretendeert ook op geen enkele wijze een en ander echt onderzocht te hebben. Echter, als ik kijk naar enige vorm van feitelijke onderbouwing zie ik weinig wat wijst in de richting die hij stelt. Neem bijvoorbeeld onze prachtige hoofdstad. De afgelopen 6–7 jaar steeg het aantal mensen in leeftijdsgroep 20–34 van circa 200,000 naar 250,000 en werd daarmee heel duidelijk de meest dominante leeftijdsgroep. Deze groei vloeit voornamelijk voort uit de komst van hogeropgeleiden. Wat gebeurde er in de gemeenteraadsverkiezingen van 2014? Na vele tientallen jaren stootten de liberalen van D66 de sociaaldemocraten van de PvdA van de troon. Niet bepaald een gegeven die wijst op een beweging naar links.
Wellicht moet hij zijn oor meer te luister leggen buiten zijn eigen progressieve kringen. Het liberale individualisme viert welig hoogtij onder de welgestelde jongeren.