Waarom de oratie over de menselijke waardigheid inderdaad als grondlegger van het humanisme gezien mag worden.

Het humanisme heeft een term die verschillende invullingen en betekenissen heeft gehad. Het kan opgevat worden als een ideologie, doctrine, filosofie, levensbeschouwing en als een moraal. Volgens Jeroen van Heste (2007) is het humanisme een bepaalde houding ten opzichte van de mens, waarin de mens en zijn mogelijkheden een centrale positie innemen. Deze houding kan gezien worden als een soort basis, waardoor verschillende invullingen hiervan mogelijk zijn. Van Heste stelt:

“Het humanisme beschouwt de mens als relatief autonoom, niet gedetermineerd en voorzien van een vrije wil. Het ziet de mens als noch van nature goed, noch van nature slecht: hoewel geen onbeschreven blad, is de mens in aanzienlijke mate open en onvoltooid en dient hij zich dus nog te ontwikkelen.” (Van Heste, 2007).

Deze definitie komt duidelijk terug in de Oratie over de Menselijke Waardigheid van Giovanni Pico Della Mirandola uit 1486. Zo stelt Pico:

“Zo maakte Hij de mens tot een werkstuk zonder een specifieke gedaante. En nadat Hij hem in het centrum van de wereld had geplaatst, sprak hij hem [Adam] als volgt toe: (…). Jij zult die aard zelf bepalen, niet ingeperkt door enige begrenzingen, in overeenstemming met het oordeelsvermogen waaraan ik je heb toevertrouwd.”

In de Middeleeuwen had de kerk een sterke invloed op de politieke, sociale, wereldlijke en individuele moraal. In de Renaissance kwam echter een (her-) waardering voor de wetenschap, de menselijke rede en de levenskunst, waardoor deze kerkelijke moraal minder prominent aanwezig werd. Zoals terug te zien in het citaat van Pico wordt God op een afstand geplaatst, door er vanuit te gaan dat de mens het middelpunt is. Dit betekent echter niet dat mensen niet meer gelovig waren, het laat alleen zien dat het Memento Mori naar de achtergrond verdween. Mensen gingen er vanuit dat zij zelf hun leven mochten vormgeven, aan de hand van keuzes die zij zelf konden maken. Dit komt ook terug in het citaat van van Heste, waarin hij stelt dat de mens een ‘relatief autonoom, en voorzien van een vrije wil’ wezen is.

Vanheste, J. (2007). Humanisme en het Avondland: De Europese humanistische traditie. Budel: Damon.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.