Licht en schaduw — ‘Maan en zon’ recensie

De glimmende Dodge Matador op de cover van het boek.

‘De vrouwen hier zijn altijd sterker dan de mannen. De vrouwen houden stand. De mannen mogen hun zaad storten en wat rondrijden in hun glimmende auto’s. Dat is alles.’ Het openingscitaat van Antilliaanse dichter Tip Marugg zet meteen de toon voor de rest van het boek. Na zijn vorige successen, ‘De engelenmaker’ en ‘Post voor mevrouw Bromley’, schrijft Stefan Brijs met ‘Maan en zon’ een ontroerend eerlijk verhaal over vaders, zonen, een eiland in verval en een auto die als heilig wordt beschouwd. En een broeder die doet wat hij kan.

Het boek vertelt het verhaal van drie generaties Tromp. Roy Tromp, trotse taxichauffeur, zet zijn zoon Max op de eerste schooldag af in de klas van broeder Daniël. Daarmee is ook direct de verteller van het verhaal gevonden. Door de ogen van broeder Daniël ziet de lezer hoe drie generaties Tromp het er vanaf brengen op Curaçao, dat op het randje van sociale instorting balanceert. Als enige broeder met een zwarte huidskleur, biedt hij je zo ook een inside view van de problemen tussen de rassen op de voormalige Nederlandse kolonie.

Brijs geeft, zonder dat je het goed beseft, de geschiedenis van het 20ste eeuwse Curaçao door de drie opeenvolgende Tromps als metafoor te gebruiken. Roy, vader Tromp, belichaamt het stereotype van de zwarte man van zijn tijd. Hij is trots, gebouwd als een kleerkast, alleen maar bezig met zijn reputatie en een meester in het liegen en bedriegen. Max is dan weer alles wat zijn vader niet is: voorzichtig, leergierig, verstandig, en bovenal een goede man. Hij wil onderwijzer worden en werkt hard voor zijn toekomst. Sonny, de zoon van Max, hoewel zeker geen slechte jongen, loopt in de gevaarlijke val van geld en uiterlijk vertoon en draait zich in de krochten van de opkomende drugshandel.

Vaderfiguren vormen de rode draad doorheen het hele verhaal. Vaders die eigenlijk geen vaders zijn, afwezige vaders, en vaders die er ondanks hun goede bedoelingen niet in slagen hun kinderen een betere toekomst te geven. Zelfs Onze Vader, met hoofdletter, en de vraag of hij al dan niet weet hoe het er hier op aarde aan toegaat, komt regelmatig aan bod.

Hoewel de scheiding tussen zwart en blank zeker niet is waar het boek om draait, kan je er toch moeilijk naast kijken. Van de enige zwarte broeder op het eiland, de arme taxichauffeurs die (soms letterlijk) moeten vechten om de rijke toeristen, tot de opstand tegen Shell op de trinta di mei waarin Max onbedoeld terechtkomt, racisme en de ontvoogdingsstrijd van het zwarte volk zijn doorheen het hele verhaal verweven.

Deze drie mannen en hun glimmende Dodge Matador laten je niet zo maar los. Hoewel je vlak voor de ontknoping al vermoedens begint te krijgen over het einde van het verhaal, blijf je tegen beter weten in hopen dat je toch fout zit. Een ontwapenend boek over doorzetten wanneer opgeven gemakkelijker is en toekomstdromen die geen werkelijkheid kunnen worden. De roman, over wat het betekent een goede vader te zijn, wat het betekent een goede man te zijn, blijft nog dagen in je hoofd rondspoken.

Maïthé Chini

A single golf clap? Or a long standing ovation?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.