Cradle to Cradle: 7 jaar later.

7 jaar geleden kwam mijn moeder thuis met een boekje: “Cradle to Cradle, afval = voedsel”. Ze wilde haar psychologenbedrijf anders inrichten en had het over bewust omgaan met ‘People, Planet & Profit’. Nu, 7 jaar later, had mijn moeder het boekje weer voor me opgesnord. Deze week heb ik mij ondergedompeld in de wereld van ‘biologische nutrienten’, ‘technosfeer’ en ‘wind oogsten’.

Ik werd meegenomen op een reis die begon bij de Titanic: het schip dat volgens Braungart en McDonough nog altijd een passende metafoor is voor de huidige industriële infrastructuur:

“een infrastructuur die wordt aangedreven door brute kracht en kunstmatige energiebronnen die het milieu uitputten. Die afval in het water loost en rook in de lucht. Die werkt volgens zijn eigen regels, die lijnrecht tegenover die van de natuur staan. Het systeem lijkt onoverwinnelijk, maar de fundamentele gebreken in het ontwerp voorspellen tragedie en rampspoed.”

Ik reisde mee in hun gedachtegang, waarin we de natuur niet als onze vijand moeten zien, maar juist als onze leermeester. Van haar gebalanceerde staat, vol terugkoppelingssystemen en kunnen we nog een hoop leren.

Ik las over hun basisaanname: afval= voedsel, waarin ‘op’ nooit ‘op’ is. Over twee kringlopen: de biologische en de technische, waarin biologische nutrienten steeds aan de biosfeer kunnen worden teruggegeven en technische grondstoffen lange tijd in de technosfeer circuleren als grondstoffen voor hoogwaardige producten.

Ik las over het koesteren van diversiteit en het oogsten van de wind. Hoewel de overdaad aan feitjes over hoe-slecht-het-wel-niet-gaat-met-de-wereld me soms wat ergerde kon ik goed meekomen in hun verhaal. Sterker nog: ik werd geïnspireerd en dacht daadwerkelijk “dit is een goed idee!”. Hoera! [Ik snapte ook heel goed dat bij het boek na verschijning massaal op vrije scholen werd gelezen.]

Maar. Mijn eigenlijke zoektocht was: is het C2C idee nog steeds geldig? Is het intussen niet hartstikke achterhaald? Op jacht naar de kritieken…

Zoekt en gij zult vinden. Zo stuitte ik op een aantal aanmerkingen:

Allereerst moedigt C2C ongebreidelde economische en productieve groei aan: dit kan geen kwaad daar afval niet bestaat en grondstoffen circuleren. Echter: bij groei zullen er nieuwe producten aan het proces moeten worden toegevoegd en die zijn eindig…

Daarnaast is het idee van “biologische nutrienten die probleemloos in de biosfeer worden opgenomen” een te rooskleurig beeld. De biosfeer is een evenwicht dat ook uit balans kan raken door een te grote hoeveelheid biologische stoffen. ‘Biologisch’ betekent niet meteen ‘goed’.

Ook worden er vraagtekens gezet bij de wereldwijde implementatie van het concept. Dit vraagt een enorme vermeerdering aan logistiek dat verhoogd gebruik aan energie met zich meebrengt. Vraag is wel of we op lange termijn dit probleem niet met hernieuwbare energiebronnen kunnen oplossen.

Verder richt het C2C concept zich vooral op enkele fases van een product: het ontwerp en het hergebruik. Hierin blijven andere fases, zoals productie en transport onderbelicht.

Het C2C-concept biedt dus geen perfect, allesomvattend, perfect kloppend plan van hoe de hele wereld in al haar aspecten beter zou kunnen werken. Maar kunnen we ze dat kwalijk nemen? Ze biedt een nieuwe kijk, inspiratie en optimisme. Dat lijkt me een mooie basis om op verder bouwen.

[Hoe? Daar ga ik deze week naar opzoek…]

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.