“Dag vader, de boot zinkt, dus ik ga dood.”

Reddingsvesten die je dood betekenen. Boten die Italië nooit moesten bereiken. Kan de Ghost Boat de Europese kust wel gehaald hebben?

Een migrant in de trein van Ventimiglia. Italie naar Nice, Frankrijk.

De hoofdsmokkelaar was de Soedanese Ibrahim. Hij leidde de smokkelaarsring die Yafets vrouw Segen en dochter Abigail meenam door Libië en de Sahara tijdens hun reis naar Europa. Nadat het stil was geworden rond Segen stond Yafet in contact met een van Ibrahims handlangers, de Eritreeër Measho. Die wist alleen nergens van — hij kwam met allerlei smoesjes.

Een foto van de facebookpagina van Measho Tesfamariams.

Misschien was zijn positie binnen de organisatie te laag, dacht Yafet. Misschien was hij wel helemaal niet op zoek naar antwoorden. Daarom benaderde hij Ibrahim rechtstreeks.

“Maak je niet druk”, zei Ibrahim. Maak je niet druk.

Na twee weken was Yafet wel klaar met “maak je niet druk”, net als de andere families. Ze wilden meer weten. Ze begonnen Ibrahim uit te horen, en benaderden ook anderen in Italië en Libië om te kijken of iemand iets wist.

Net als Measho kwam Ibrahim steeds met een ander verhaal. Al die verschillende versies wekten verwarring op. De ene keer zat iedereen in een Italiaanse gevangenis — er waren drugs op de boot gevonden — en de vluchtelingen zouden vrijkomen als de politie wist van wie de drugs waren. Was dat zo? De families wisten niet wat ze moesten geloven.

Misschien klopte Ibrahims verhaal wel en was de boot inderdaad in Italië aangekomen. Hoe konden zij weten of dat zo was?

Op een gegeven moment vroeg Yafet hoeveel mensen er op de boot zaten. Als hij dat wist, kon hij zijn zoektocht erop instellen. Ibrahim zei dat het er 243 waren.

“Er waren dus 243 betalende passagiers”, zei Yafet later tegen me. “Er mochten ook mensen gratis mee, en er waren kleintjes bij, zoals Abigail, en andere kinderen onder de tien. Die hadden niets betaald. Ze tellen alleen betalende mensen mee.”

Gebruikte reddingsvesten bij een boot waarmee migranten en asielzoekers de Middellandse Zee zijn overgestoken.

M ensensmokkelaars hanteren één vuistregel: zoveel mogelijk passagiers tegen zo laag mogelijke kosten de zee op sturen. Aan de Libische kust stouwen de geldwolven tussen de honderd en zeshonderd mensen — of nog meer — op vaak onzeewaardige boten.

Het kunnen oude houten vissersboten zijn, soms dubbeldeks. Soms zijn het opblaasbare rubberboten, aan de elementen overgeleverd en volgepropt met levende lijven. Een paar honderd vaak onwillige mensen krijg je niet zonder slag of stoot in kleine bootjes gestouwd. Er zijn verhalen over smokkelaars die willekeurige vluchtelingen doodschoten, puur en alleen als afschrikwekkend voorbeeld voor de anderen.

Als de boot een laadruim heeft, worden de passagiers die minder hebben betaald in die donkere, benauwde ruimte gepropt. Degenen die het dichtst bij de motor staan, sterven vaak de verstikkingsdood door de brandstofwalmen. Bovendeks is het al niet veel veiliger: veel passagiers vallen overboord door de drukte, of worden in het water geduwd als er gevechten uitbreken.

De binnenkant van een smokkelaarsboot.

Soms delen de mensenhandelaars reddingsvesten uit, of liggen er een paar aan boord. Af en toe neemt een goed voorbereide vluchteling er zelf één mee, maar ook dat kan verkeerd aflopen.

“We hebben gehoord dat een migranten met reddingsvest bij het zinken van de boot door de rest wordt aangeklampt”, zegt Othman Belbeisi, de Libische directeur van de International Organization for Migration. Als iedereen aan die ene drager gaat hangen, gaan ze met zijn allen kopje onder. “Soms is het dus riskanter om een reddingsvest te dragen.”

Wanneer de smokkelaars iedereen eenmaal aan boord hebben gestouwd, gaan ze meestal niet met de vluchtelingen mee. Ze sturen niet eens een stuurman mee. In plaats daarvan staan vluchtelingen aan het roer die in ruil daarvoor met korting of voor niets meekunnen. Ze hebben vaak geen flauw idee hoe je een boot bestuurt.

Soms is er een kompas of GPS aan boord — al weten vluchtelingen zelden hoe zulke apparatuur werkt — en de passagiers krijgen meestal een satelliettelefoon mee om reddingsschepen te kunnen bellen als het nodig mocht zijn.

En nodig is het vrijwel altijd, omdat de boten niet genoeg brandstof aan boord hebben om Italië te bereiken. De smokkelaars hanteren gewoon de strategie om de boten tot in internationale wateren te laten komen, zodat de opvarenden daar een hulpsignaal kunnen uitzenden en hun redding afwachten.

“Als ze ongeveer 30 kilometer uit de Libische kust zijn, moeten ze om hulp bellen”, zegt Belbeisi.


Het is zo’n 500 kilometer van Libië tot aan het uiterste puntje van Sicilië — iets minder ver als je Malta of het Italiaanse eiland Lampedusa weet te bereiken. Als alles volgens plan verloopt, kunnen de vluchtelingen na een paar dagen in Europa zijn. Maar zelfs bij succesvolle overtochten dobberen boten soms dagenlang rond voor ze worden opgepikt. Mensen worden ziek door gebrek aan voedsel en water. In 2011, nog voor de vluchtelingencrisis in alle hevigheid losbarstte, dreef een boot met motorpech twee weken lang rond in een gebied dat onder maritiem toezicht van de NAVO stond. Meerdere schepen zagen de boot onderweg, maar geen van hen ondernam actie. Tegen de tijd dat de boot weer bij de Libische kust aankwam, waren 63 van de 72 opvarenden dood.

“De smokkelaars brachten ons naar het strand en we gingen aan boord van de grote oude houten vissersboot. De boot puilde uit, met 550 mensen aan boord”, zegt Fanus, een jonge Eritrese vrouw die in 2013 van Libië naar Italië voer. “Bijna alle vrouwen werden met hun kinderen naar het onderdek gestuurd. Omdat ik nogal jongensachtig was, bleef ik liever boven bij de mannen.

Toen de stuurman zei dat er te veel mensen aan boord waren, besloot de smokkelaar dertig mensen van de boot te halen.”

Hosein vluchtte in 2014 uit Afghanistan en probeerde de oversteek te maken over de oostelijke Middellandse Zee — van Turkije naar de Griekse eilanden, honderden kilometers van waar de Ghost Boat zou hebben gevaren. Zijn belevenissen lijken echter veel op die van bootvluchtelingen die uit Libië vertrokken. Toen de motor van de boot het begaf, vluchtten de twee ‘kapiteins’ in een kleiner bootje. “De Syriërs kregen hen in de gaten en hielden hen tegen… Toen ik op het eiland aankwam, vertelde een vrouw van de kustwacht me dat ze een van die kapiteins hadden teruggevonden. Hij was dood.”


Firas, een Syrische vluchteling van 20, overleefde een boottocht naar Griekenland. Zijn boot ging kapot en zonk, en hij zwom zeven uur rond in open water voor hij gered werd.

“Toen we zeker wisten dat de boot zou zinken, sprongen mijn drie vrienden uit Syrië en ik in zee. We hadden geen reddingsvesten, alleen twee zwemringen voor kinderen. Die gaven we aan de twee jongsten die nog maar 15 en 17 waren, omdat ze niet echt konden zwemmen”, vertelde hij bij aankomst aan het International Rescue Committee. “Drie Irakezen kwamen niet mee. Ze zeiden: ‘we kunnen niet zwemmen’. Een van hen belde zijn vader via Viber. Hij zei: ‘Dag vader, de boot zinkt, dus ik ga dood’. Dat waren zijn laatste woorden.”

Uit dit alles blijkt dat de vluchtelingen Italië of Malta meestal bereiken op andere boten dan waarmee ze uit Libië zijn vertrokken. In 2014, toen de Ghost Boat verdween, voerde de Italiaanse marine reddingsacties uit in het kader van de landelijke “Mare Nostrum”-missie. Tegenwoordig worden de vluchtelingen opgepikt door zes hoofdschepen, die onder de vlag van Operation Triton van Frontex varen, of door een handjevol opsporings- en reddingsschepen van hulporganisaties.

Toen het aantal opsporings- en reddingsoperaties eind 2014 werd teruggeschroefd bij gebrek aan EU-fondsen schoot het dodenaantal in het Middellandse Zeegebied omhoog. In het eerste halfjaar van 2015 kwamen bijna tweeduizend mensen om tijdens hun poging om de oversteek te maken — meer dan drie keer zoveel als in dezelfde periode in 2014.

In april vonden binnen één week 1.300 mensen de dood na schipbreuken voor de Libische kust.

Na deze tragische gebeurtenissen verhoogde de EU de fondsen voor haar nieuwe opsporings- en reddingsmissie Triton, en kwam het opsporings- en zoekgebied dichterbij de Libische kust te liggen.

Sindsdien zijn er nog altijd meer dan duizend mensen omgekomen op de centrale Middellandse Zeeroute, maar het dodenaantal is aanzienlijk gedaald.

Tegenwoordig zijn sommige schepen groot genoeg voor honderden mensen, waardoor ze vaak overlevenden van meerdere reddingsacties tegelijk kunnen meenemen. Vluchtelingen moeten na hun redding soms dus nog twee of drie dagen op zee blijven, terwijl het schip nog andere operaties uitvoert. Soms zijn er wel 900 mensen tegelijk aan boord.


Syrische en Eritrese vluchtelingen op een wandelroute nabij de Italiaans-Franse grens in Ventimiglia, Italië.

Wanneer ze eindelijk in de haven aankomen, gaan de overlevenden eerst van boord. Daarna worden de lichamen van de overledenen aan land gebracht.

“Het is best heftig, [maar] zonder chaos… De sfeer is zo kalm omdat iedereen bedrukt en uitgeput is”, zegt Fausto Melluso, activist en migratiedeskundige bij de Italiaanse organisatie Arci. “Het blijft rustig totdat de vingerafdrukken moeten worden genomen.”

De vingerafdrukafname is misschien wel het belangrijkste onderdeel van de aankomstprocedure, omdat een vluchteling op met het afgeven van zijn of haar vingerafdrukken feitelijk aansluit in de lange rij immigranten.

Volgens de Dublin-Conventie — een algemeen overeengekomen asielbeleid voor de hele Europese Unie — mogen mensen uitsluitend in het EU-land van aankomst asiel aanvragen. Aankomst betekent dan vooral: registratie, en registratie betekent: afgifte van vingerafdrukken.

Franse agenten verhoren twee Afghaanse vluchtelingen die zijn aangehouden in de trein van Ventimiglia naar het Franse Nice.

Voor mensen die vluchten voor oorlog, onderdrukking of armoede in Afrika, het Midden-Oosten of Zuid-Azië zijn de landen in zuidelijk en oostelijk Europa — Italië, Spanje, Griekenland, Bulgarije — het toegankelijkst. In die landen is de economie vaak zwakker, duren de asielprocedures langer en zijn er minder sociale voorzieningen voor vluchtelingen. Wie in die landen aankomt, wil daar meestal niet blijven en geeft de voorkeur aan Noord-Europa, waar meer uitzicht op werk is en de sociale ondersteuning meer te bieden heeft.

“Het probleem is dat veel immigranten onze wetgeving kennen en daarom hun vingerafdrukken niet willen afgeven. Dat is ingewikkeld, want je kunt het niet met geweld afdwingen”, vertelde Erasmo Palazzotto, kamerlid voor het Siciliaanse parlement me.

Daarom heeft de overheid een onofficieel beleid ingesteld: niet iedereen hoeft vingerafdrukken af te geven. Ondanks dat er in 2014 meer dan 170.000 mensen vanuit Libië in Italië aankwamen, werden er maar 64.000 nieuwe asielaanvragen ingediend.

Migranten worden door Franse agenten op een rij gezet en gefouilleerd nadat ze zijn opgepakt toen ze de Italiaans-Franse grens wilden oversteken.

Meteen bij aankomst wordt de groep mensen uit elkaar gehaald.

“Als een boot is aangekomen, gaat de politie als eerste aan boord om de smokkelaars, de mensenhandelaars op te pakken. Vaak wijzen de migranten de stuurmannen aan, die meestal worden aangehouden”, zegt Flavio Di Giacomo, een collega van Belbeisi bij het Italiaanse IOM. “Dat zijn twee, drie of vier personen. Daarna kunnen de migranten van boord. Ze worden geteld en krijgen een medische check-up.

Vervolgens doorlopen ze een “pre-identificatieproces”.

“Daarbij worden ze ergens op het haventerrein bij elkaar gezet, één voor één geteld en hun namen worden opgenomen. Ze gaan op de foto en soms worden hun vingerafdrukken genomen. Soms wordt dat laatste een dag uitgesteld omdat er te veel nieuwe mensen zijn.”

Vervolgens worden gaan de vluchtelingen voor een paar dagen naar opvanglocaties. Wie vingerafdrukken geeft afgegeven, gaat vervolgens naar een ander centrum in afwachting van de uitslag van hun asielaanvraag. In Italië zou die uitslag binnen een paar maanden bekend moeten zijn, maar in werkelijkheid kan het wel tweeënhalf jaar duren.

Hosein vertrok afgelopen jaar vanuit Afghanistan naar Europa. Hij kwam aan in Griekenland, maar woont nu in Frankrijk. Toen de boot zonk, verloor hij zijn moeder en zus, maar hij bouwt toch weer een leven op. “Ik heb hier veel vrienden gemaakt. Ik ben hartstikke gelukkig. We moeten toch door, ik heb geen andere keus. Volgende maand krijg ik mijn rijbewijs, en ik ben geslaagd voor mijn cursus Frans.”

Caltanissetta, Italië. Moslim-asielzoekers in gebed bij het Pian del Lago CARA (opvangcentrum voor asielzoekers).

Van Eritreeërs worden bij aankomst vaak geen vingerafdrukken genomen. De vluchtelingengemeenschap is wijdverspreid en goed op de hoogte: ze kennen de gevolgen van registratie in Italië en hebben vaak al familie in Noord-Europa waar ze naartoe willen.

Vluchtelingen wier vingerafdrukken nog niet zijn genomen, verlaten hun eerste opvanglocatie al snel en reizen noordwaarts, eerst naar steden als Rome en Milaan, dan door naar Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk. Omdat in vrijwel heel Europa de grenzen open zijn — hoewel bepaalde landen nu beperkingen en controleposten instellen — kunnen ze hun asielaanvraag zo uitstellen tot in Noorwegen of Zweden.

Vaak reizen ze samen met mensen die hun vingerafdrukken wel hebben afgegeven. Als die onderweg worden aangehouden, worden ze meteen naar Italië teruggestuurd. Toch nemen ze dat risico maar al te graag, want met haar tanende economie en trage asielprocedure is Italië nu eenmaal geen voorkeursbestemming.

Mineo, Italië. Een 20-jarige asielzoeker uit Gambia zit op een bankje bij de kantine van het CARA, waar ongeveer 4000 asielzoekers verblijven.

Vluchtelingen die noordwaarts gaan, nemen vaak eerst de nachtbus van de oostelijk gelegen Siciliaanse havenstad Catania naar Rome.

Op het busstation staan Italianen met reistassen en koffers, terwijl om hen heen vluchtelingen rondhangen, hun schamele bezittingen in plastic tassen. Met het invallen van de schemering komen er vanuit de omliggende parkjes steeds meer kleine groepjes vluchtelingen tevoorschijn. Ze bespreken op zachte en nerveuze toon met elkaar welke bus ze moeten hebben.


Op deze plek ontmoette ik Msgna midden september. Met zijn 14 jaar maakt hij deel uit van de groeiende groep Eritrese minderjarigen die de oversteek op eigen houtje probeert te maken. Hij had zwart krullend haar, aan de zijkanten geschoren, en hij zat stilletjes op het lage betonnen muurtje dat rond het busstation lag. Naast hem zat een Egyptische jongen, ook 14 jaar oud. Ze hadden elkaar een paar dagen eerder ontmoet. Verder was hij moederziel alleen.

Een vluchteling in de bus naar Rome.

Hij vertelde hoe hij vijf dagen eerder in Italië was aangekomen. Er zaten bijna 300 mensen bij hem op de boot. Zes van hen stierven tijdens de oversteek.

In het begin verbleef Msgna korte tijd in een opvangcentrum.

“We werden daar niet goed behandeld”, vertelde hij. “Het eten was slecht, het gebouw was ongeschikt… het water was vies.”

Onder het praten wierp hij me nu en dan een verlegen blik toe vanonder zware oogleden.

Hij had geen vingerafdrukken hoeven afgeven en dus vertrok hij nu noordwaarts naar Zweden, waar zijn broer al woonde. Zijn moeder en andere broers en zussen waren achtergebleven in Khartoum, waar ze — net als Yafet — naartoe waren gevlucht vanuit Eritrea.

Zodra de bus het station kwam binnenrijden, sprong hij op met zijn tasje met eigendommen. Onze fotograaf liep achter hem aan en vroeg of hij wat foto’s mocht maken. Ik vroeg me af of de opvarenden van de Ghost Boat ook zover waren gekomen. Misschien hadden ze Sicilië wel gehaald, maar waren ze op de een of andere manier verdwenen op weg naar het noorden. Het leek vrij onwaarschijnlijk, maar misschien, heel misschien hadden ze wel op ditzelfde busstation gestaan als ik, als Msgna.

Msgna wist niet of het verstandig was om in alle drukte ook nog op de foto te gaan. Hij haalde een mobieltje tevoorschijn en belde zijn broer in Zweden; een doodgewone handeling die ik dagelijks talloze keren om me heen zag. Toen ik hem zo zag telefoneren verdampte mijn idee van de vage mogelijkheid dat de passagiers van de Ghost Boat Italië hadden bereikt. Als een eenzaam en berooid joch als Msgna het kon, was het toch onwaarschijnlijk dat die 243 mensen en hun kroost wel in Italië waren beland, maar er geen van allen in geslaagd waren contact op te nemen met hun familie?

Salemi, Italië. Een Nigeriaanse asielzoeker bij zijn slaapplaats in het CAS (Special Accommodation Center).

Tegenwoordig staat alles en iedereen continu met elkaar in verbinding, en de Eritrese vluchtelingenbeweging dus ook. Ik besefte dat als de opvarenden van de Ghost Boat enige gelegenheid hadden gehad om hun families te bellen, ze dat zeker gedaan zouden hebben — zelfs als niet iedereen de oversteek had gehaald.

Wat ook onwaarschijnlijk leek, was Ibrahims bewering dat Italië de opvarenden had opgepakt wegens drugssmokkel en al meer dan een jaar zonder officiële aanklacht vasthield. Het rechtssysteem rammelt misschien wel aan alle kanten, maar de kosten van een dergelijke detentie zouden de voordelen ervan ruimschoots overstijgen — zeker omdat Eritreeërs door de UNHCR worden beschouwd als people of concern en ze toch niet in Italië willen blijven. De overheid kan zulke asielzoekers gewoon vrijlaten en dan worden ze vanzelf iemand anders’ probleem.

Een Pakistaanse asielzoeker leest de Koran op zijn bed in het CAS.

Toen wist ik zeker dat de zoektocht naar de Ghost Boat ergens anders op gericht moest worden — op duisterder, ingewikkelder scenario’s.

Ofwel de boot is gezonken, en die tragische gebeurtenis is door een of andere systeemfout nergens geregistreerd; of het mysterieuze telefoontje vanuit de Tunesische gevangenis is een serieuze aanwijzing: de opvarenden van de Ghost Boat worden ergens anders — misschien in Tunesië of Libië — vastgehouden, onder ons onbekende omstandigheden.

In het eerste geval zouden de families — nu voortdurend in het ongewisse verkerend — weten waar ze aan toe zijn, zij het met een grimmig vooruitzicht. In het tweede geval is er een sprankje hoop dat de vermisten misschien nog in leven zijn, en na de afgelopen 16 onzekere maanden met hun geliefden kunnen worden herenigd.

Hoe dan ook zal het onderzoek zich nu op duisterder gebied moeten begeven.


Jij kunt helpen met ontdekken wat er is gebeurd.

Wij willen erachter komen wat er minimaal 243 mensen op de Ghost Boat is gebeurd. En we willen dat jij meedoet door de theorieën uit te werken, data uit te pluizen en je eigen onderzoekslijnen uit te zetten. Misschien vind je wel iets; misschien weet je iets; misschien zie je iets wat wij niet zien.

Daarom verzamelen we bewijsmateriaal, onderzoeken we het verhaal en zetten we richtlijnen om mee naar antwoorden te zoeken.

Op dit moment willen we vooral meer te weten komen over de smokkelaars. Daarnaast willen we zo precies mogelijk achterhalen hoe de boot kan zijn gevaren.

Kijk hier hoe jij een verschil kunt maken.

Dit verhaal is geschreven door Eric Reidy, met Meron Estefanos. Het werd begeleid door Bobbie Johnson, op feiten gecontroleerd door Rebecca Cohen en geredigeerd door Rachel Glickhouse. De art-direction was in handen van Noah Rabinowitz. Fotografie: Gianni Cipriano.