Hoe alles begon…
December 2013:
Iedereen heeft wel z’n eigen variant van “uit de kast” durven te komen. De bekendste variant is natuurlijk homoseksueel zijn en hiervoor uit durven te komen. Ik ben hier héél erg voor; niemand zou zich hoeven moeten te schamen voor zijn/haar seksuele geaardheid. En ik ben gék op homo’s! :-) Maar er zijn verschillende soorten kasten en ik heb besloten vandaag uit mijn kast te komen.
Ongeveer een jaar geleden kwam er in het nieuws dat groeiremmers voor onvruchtbaarheid kunnen zorgen. Ongeveer 16 jaar geleden ben ik begonnen met het slikken van die groeiremmers: 4 pillen per dag voor dik twee jaar geloof ik. Op het nieuws werd gezegd dat “bij vrouwen de maandelijkse vruchtbaarheid door de behandeling significant afneemt en de kans op zwangerschap daarom ook.” “Verder hebben vrouwen die behandeld zijn met geslachtshormonen, een hoger risico op tekenen van versnelde veroudering van de eierstokken en uitputting van de eicelvoorraad.” Tussen de jaren 50 en eind jaren 90 kregen duizenden kinderen groeiremmers voorgeschreven. Ze werden verstrekt aan meisjes die langer dan 1,80 meter en jongens die langer dan 1,94 dreigden te worden. De voorspelling voor mij was dat ik tegen de 2 meter zou worden, dus ik werd aan de hormonen gezet. En kijk waar het me heeft gebracht: 1,84 meter lang en misschien onvruchtbaar. En oh ja: “Bij vrouwen die voor hun ‘eigen’ puberteit de behandeling hebben ondergaan, zien we dan ook dat zij maar een minimale borstontwikkeling hebben.” Ook daarvoor bedankt, vriendelijke kinderarts. (Tussen jou en mij: je zou je overigens bijna afvragen hoe de jij en de andere medici ooit hebben kunnen denken dat het niét slecht is om zomaar de handrem aan te trekken op iemands groei/ontwikkeling… Maar goed.)
Dit nieuws van een jaar geleden, is afgelopen jaar mijn kast geweest. Mijn kast en mijn onzekerheid. Maar ik heb vandaag besloten dat ik niets heb om me voor te schamen en dat het niet raar is dat ik in onzekerheid leef. Hiernaast is het ook wel eens lekker om je onzekerheden de wereld in te gooien en er voor uit te komen dat je ze hebt. En misschien helpt het uit mijn kast komen dat mensen in mijn omgeving meer rekening houden met het “jullie zijn de volgende, toch!?” tegen mij en mijn lief zeggen. We wonen samen, zijn getrouwd, hebben allebei een (goede) baan en men verwacht nu eenmaal dat een gezinnetje starten de volgende stap is. Maar men houdt geen rekening met het feit dat het misschien niet lukt of kan. Dus ik lach het altijd maar weg met een “sja, we zullen zien hè!”, want direct uit de school klappen over de situatie maakt het dan ook weer zo ongemakkelijk. Niet dat ik vies ben van mensen voor het blok zetten, maar ik ga er maar even vanuit dat velen het vanzelfsprekend vinden dat je als vrouw zwanger kunt raken en het niet vervelend bedoelen.
Laat me dit stuk afsluiten met het volgende: nee, ik ben niet zielig en ik hoef geen medelijden. Ik heb hoop en blijf het houden. Manlief en ik zullen ons gezinnetje krijgen, linksom of rechtsom. En de kinderkast zal er komen, maar mij zul je er niet ín vinden.