Tien jaar

Wekelijkse nieuwscolumn

10.000 uur oefenen — dan ben je een meester. Sinds Malcolm Gladwell zijn boek Outliers schreef is die 10.000 uur de richtlijn geworden voor eenieder die een vaardigheid goed wil beheersen. Tienduizend uur volhouden en dan ben je een virtuose boekhouder/gitarist/houtbewerker.

10.000 uur — dat is 1250 werkdagen van 8 uur. Min weekenden en vrije dagen komt dat neer op 5 jaar, als je elke werkdag 8 uur lang bezig bent met je taak.

Maar zelfs dat zijn eigenlijk nog teveel uren op een dag. Volgens een artikel in wetenschapsblad Nautilus van deze week werkten de echte meesters van vroeger, zoals Charles Darwin en Thomas Mann, maar 4 uur per dag, omdat langer geconcentreerd werken niet meer productief was. De rest van de dag gingen ze een beetje wandelen, dat soort dingen. Met maar 4 uur per dag werk schreef Darwin zijn hele oeuvre, inclusief het belangrijkste boek uit de geschiedenis van de wetenschap: The Origin of Species.

Als het goed genoeg is voor Charles Darwin is het goed genoeg voor mij. Als we er dan vanuit gaan dat we vier uur per dag concreet en geconcentreerd bezig kunnen zijn, duurt het dus 10 jaar voordat je een taak echt goed onder de knie hebt en een meester bent.

Ik moet zeggen dat ik, als ik dit zo bedenk, mijn jaren tot nu toe absoluut niet optimaal heb besteed. Ik heb maar een beetje aangemodderd zonder dat ik ergens al die 10.000 uur in heb behaald. Als nieuwbakken dertiger is het tijd om spijkers met koppen te slaan: op naar meesterschap.

Ik zit nog niet aan mijn 10.000 uur schrijven, dus dat is nummer 1. In de 10 jaar daarna ik zou kunnen gaan programmeren, want dat vind ik iets magisch; virtuele werelden scheppen door middel van unieke combinaties van zwart witte tekens, wat een machtig gevoel moet dat geven. Piano spelen heb ik ook altijd gewild, en glasblazen, want dat is gewoon een wonder op zich. En een vechtsport zoals Jiu Jitsu — dat laatste nog het meest om de verbaasde koppen van mensen te zien die niet verwachten dat zo’n blonde Hollander ze opeens vanuit de kraanvogel-positie de benen in de nek draait.

Het kost tijd, en geduld, en ik zou niet weten waar ik de benodigde apparatuur zou moeten vinden, maar toch: over tien jaar zou ik een meester glasblazer kunnen zijn.

Of ik echt ooit ga glasblazen is de vraag, maar je kan één conclusie trekken: zolang je tien jaar leven voor je hebt is alles mogelijk.