Waar is De Dissident?
Het conservatisme en conformisme van De Correspondent
‘For what is a prat, what has he got, when he wears hats and he cannot, say the things he truly feels, but only the words, of one who kneels’
Sid Vicious (1978)
Laat ik met het goede nieuws beginnen; de dominante Nederlandse nieuwsmedia van de twintigste eeuw zijn langzaam aan het afsterven.[1]
Misschien is ‘t ook hun betoeg. Wie wil er nu in deze tijd nu nog betalen voor nieuws, als je het gratis via het internet kunt krijgen? Tuurlijk begrijp ik de cruciale rol van nieuwstoevoer in een samenleving. Maar het werd ook wel eens tijd dat de media zich gingen aanpassen aan veranderende omstandigheden. En het loont ook om dat te doen. Kijk maar naar De Correspondent.
De entree van deze piepjonge organisatie tot de gevestigde Nederlandse nieuwsmedia is niet minder dan spectaculair geweest. Na in 2013 in het leven te zijn geroepen via een wereldrecord in crowdfunding, is dit online journalistieke platform de afgelopen jaren zowel in de ledenaantallen als in organisatorische omvang alleen maar gegroeid en men bereidt zich nu zelfs voor om de Verenigde Staten gaan veroveren.[2]
De Correspondent bewijst dat mensen wel degelijk voor kwaliteitsjournalistiek willen betalen, zolang ze maar weten dat de bedrijfswereld niet een dikke vinger in de pap heeft. Als een van de weinige nieuwsmedia in de wereld, bestaat De Correspondent namelijk niet op basis van inkomsten uit advertenties, maar leeft zij volledig op lidmaatschapsgelden.[3] Hiermee is eventuele invloed van andere bedrijven op haar nieuws nagenoeg nihil. Ook intern heeft zij zich goed beschermd. In de statuten is een winstplafond van vijf procent vastgelegd. Alles daarboven mag niet in de zakken van de eigenaars verdwijnen, maar dient te worden geherinvesteerd in de verdere uitbreiding van het platform.[4] Door deze opzet is De Correspondent in de unieke positie binnen de Nederlandse nieuwsmedia om, naar eigen zeggen, ‘volledig onafhankelijke journalistiek’ aan te bieden.[5]
De kloeke kameleon
Het succes van De Correspondent is grotendeels te danken aan een dappere zelfreflectie, dat genesteld is in haar algehele progressieve filosofie. Journalistieke heilige huisjes worden daarin niet gespaard.
Zo verwerpt zij brutaal het teerbeminde objectiviteitsideaal van de journalistiek. Een neutrale weergave van de werkelijkheid is sowieso onmogelijk, zo lezen we in haar manifest, dat geheel is ontsproten uit het brein van geestelijk vader van De Correspondent, Rob Wijnberg. Dè waarheid bestaat nu eenmaal niet; we hebben allen onze eigen waarheden, zo redeneert een van Nederlands bekendste filosofen. Het beste wat journalisten daarom kunnen doen, is voortdurend proberen hun opvattingen over de wereld te herzien zodra feiten veranderen. Of zoals Wijnberg het zelf samenvat: ‘journalistiek als het constant bijstellen van aannames’.[6]
Het is echter geenszins de bedoeling dat deze ogenschijnlijk oneindige zelfreflectie de journalist verleidt tot apathie. Integendeel, journalisten moeten dan wel geen waarheid opdringen, maar niets staat ze in de weg om een duidelijke houding aan te nemen tot wat zij beschrijven, zo oppert Wijnberg.[7] En in tegenstelling tot de geijkte nieuwsmedia, moedigt De Correspondent haar journalisten juist aan om maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen en hun idealisme in het werk naar voren te laten komen.[8]
Daar blijft het niet bij. De Correspondent is ongeëvenaard in haar overtuiging dat ook het nieuwsmedium zelf een maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft. Door haar invloedrijke positie in de samenleving dient zij als organisatie een voorbeeld te stellen in het realiseren van idealen.[9] Of zoals men het zelf bij De Correspondent verwoordt; je moet ‘niet alleen lullen, maar ook poetsen’. [10]
Zo werd er bijvoorbeeld een campagne opgestart om de redactie ‘diverser’ te maken, door o.a. journalisten aan te nemen met een andere etnische en sociale achtergrond.[11] Daarna besloot De Correspondent, in navolging van de publicatie van het boek Je hebt wèl iets te verbergen van haar journalisten Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis, meer te gaan doen om de persoonsgegevens van de bezoekers van de website te beschermen.[12] En onlangs is er een actie aangekondigd door Rob Wijnberg en klimaatcorrespondent Jelmer Mommers om de organisatie zo duurzaam mogelijk maken. De reden is dat De Correspondent niet langer alleen maar wil schrijven over klimaatverandering, maar eveneens actief wil bijdragen aan het beperken ervan.[13]
Dit zijn slechts een paar van de voorbeelden die laten zien hoe De Correspondent zelfreflectie en zelfverbetering gebruikt om de organisatie als model te laten dienen op de weg naar een betere maatschappij. Het maakt haar een van de meest progressieve nieuwsmedia, en zelfs organisaties, van Nederland. Als beloning hiervoor ontving De Correspondent daarom in 2016 de prijs voor de meest sociale onderneming van het jaar.[14]
Nu ben ik de laatste die deze fleurige feeststemming zou willen bederven.
Het is alleen dat we al geruime tijd wachten op een verzoeknummer uit de nobele zelfverbeteringscollectie van De Correspondent. En ditmaal heeft het met politiek te maken.
Progressief van buiten, conservatief van binnen
Rob Wijnberg wijst erop dat, ‘wat journalisten zouden moeten doen is media benaderen als een machtsstructuur’.[15] Maar als voormalig werknemer van De Correspondent weet ik inmiddels ook: het is precies daar waar haar karakteristieke zelfreflectie onverwacht ophoudt. Achter haar mierzoete vooruitgangsgeloof schuilt namelijk ook een opvallend hardnekkig conservatisme: geen van de progressieve initiatieven van De Correspondent tasten namelijk ooit de politieke verhoudingen binnen de organisatie aan. Wie dan ook de machtsstructuur van De Correspondent gaat onderzoeken, zal er al snel achter komen dat zij sinds de oprichting volkomen onveranderd is gebleven.
Jawel, het klopt dat De Correspondent flink wat moeite doet om zich te presenteren als de officieel nog niet erkende rechtsvorm van de ‘social enterprise’, zo’n private instelling die zegt zich primair te richten op maatschappelijk verantwoord ondernemen, in plaats van het streven naar maximale winst voor de investeerders.[16] Maar daarom is het ook zo vreemd dat ze in werkelijkheid heeft gekozen voor de politieke structuur van de B.V., een rechtsvorm die zich vooral kenmerkt door een totaal gebrek aan innovativiteit. Ik bedoel; seriously? De übersaaie ‘Besloten Vennootschap met gewone structuur’? [17]
Ja, het is ‘m echt. Die hopeloos verouderde constructie waarbij het eigendom van een bedrijf rechtmatig in handen is van een of meerdere aandeelhouders.[18]
Nou, wie zullen dat zijn bij De Correspondent?
Ten eerste is daar natuurlijk de voormalig journalist van het jaar en hoofdredacteur / correspondent ‘Mediamythen en Mechanismen’, Rob Wijnberg. Weinig verrassing hier, Wijnberg is immers de firestarter van De Correspondent. Naast hem vinden we zijn compagnon Ernst-Jan Pfauth, die fungeert als uitgever / correspondent ‘Zelfverbetering’, en wie nog niet zo heel lang geleden door zakenblad Forbes werd uitgeroepen tot een van de meest invloedrijke jonge media-ondernemers van Europa.[19]
De rest van de aandelen zijn voornamelijk in het bezit van Momkai Media B.V., het digitale ontwerpbureau dat de website van De Correspondent ontwikkelt en onderhoudt. Ik zeg Momkai, maar daarmee bedoel ik eigenlijk haar twee eigenaren, Harald Dunnink en Sebastian Kersten, zij vormen samen met Wijnberg en Pfauth de vier oorspronkelijke oprichters.[20]
Oh ja, er is ook nog een aparte deal met de Stichting Democratie en Media (SDM), een vermogensfonds dat zich richt op het financieel ondersteunen van journalistieke initiatieven die de democratische rechtsstaat bevorderen. In ruil voor financiële hulp heeft SDM een zogenaamd ‘prioriteitsaandeel’ in De Correspondent gekregen, waarmee zij een veto kan uitspreken in het geval dat het medium bijvoorbeeld dreigt te worden overgenomen door een ander bedrijf.[21] SDM bemoeit zich echter verder niet met het management van De Correspondent. In de dagelijkse gang van zaken ligt de politieke macht daarom bij de vier oprichters, want zij hebben zichzelf op basis van hun eigendomsrecht aansluitend tot algemeen directeuren benoemd. Zij hebben dus het laatste woord in alle besluitvorming omtrent zaken van eigendom en bestuur.[22]
Zodoende heeft De Correspondent niet echt een politieke structuur waar de originaliteit, noch de vooruitstrevendheid, vanaf spat. Dit is immers al eeuwenlang een van de meest dominante organisatievormen binnen de bedrijfswereld.
Okay, De Correspondent blijkt dus politiek minder progressief georganiseerd te zijn dan je zou verwachten. Ach ja, zul je misschien denken. Dat is gewoon pientere marketing, toch?
Misschien wel, maar een politiek verschil tussen imago en werkelijkheid is dan ook nog tot daar aan toe. Echt zorgwekkend is het feit dat de politieke organisatie van De Correspondent helemaal niet correspondeert met haar vermeende politieke idealen.
Voorbij de waan van democratie
Politicologen hebben een naam voor de bedrijfsstructuur van De Correspondent. Het gaat hier om de zogenaamde oligarchie, een regeringsvorm waarbij een kliekje mensen, in dit geval ondernemers, officieel alle politieke touwtjes in handen hebben hebben.[23] De ironie wil nu dat deze wijze van politieke organisatie lijnrecht tegenover de favoriete regeringsvorm van De Correspondent staat.
Wat is dan die favoriete regeringsvorm van De Correspondent? Om dat na te gaan hoef je bepaald geen onderzoeksjournalist te zijn. Eenieder die even de tijd neemt om het woordje ‘democratie’ in te tikken bij de zoekfunctie op de website, zal bedolven worden onder de liefdesverklaringen.[24]
Iedereen bij De Correspondent wil meer democratie. En niet van die lousy shit, nee, de journalisten eisen verregaande democratische burgerparticipatie in alle gebieden van de samenleving. Van parlement tot gemeente, en van de buurt tot de werkvloer. [25]
Kleine correctie: behalve de eigen werkvloer natuurlijk.
Want zoals we hierboven al hebben kunnen lezen is De Correspondent is zelf dus niet democratisch georganiseerd.
Daar komt bij dat de oligarchie zo’n beetje de aartsvijand van democratie is. Alle werknemers zijn immers juridisch uitgesloten van deelname aan eigendom en bestuur.
Hiermee zeg ik overigens niet dat het personeel helemaal niks te vertellen heeft. Een social enterprise belooft per slot van rekening sociaal te zijn, ook voor haar werknemers. Tegenwoordig mag dat ook de gunst van enige vorm van inspraak behelzen. Zo kan bij De Correspondent elke werknemer bijvoorbeeld de algemene redactievergadering bijwonen, alsook een wekelijkse vergadering waarin de bedrijfsleiders, zogezegd, alles gevraagd mag worden.
Maar dan hebben we het over een bestuursstijl, geen bestuursvorm.[26] Een wezenlijk verschil, want in het geval van De Correspondent bepaalt het management uiteindelijk gewoon wat voor de werknemer belangrijk genoeg is om te weten en wat niet. Daarnaast heeft zij het alleenrecht om de grenzen van democratische participatie te bepalen, vanwege haar monopolie op de eindbeslissingen.[27]
Dit is overigens allemaal wel wat te negatief bekeken, als we Rob Wijnberg moeten geloven. De keuze voor de bedrijfsstructuur zou namelijk niet op politieke, maar puur praktische gronden zijn gebaseerd. Volgens Wijnberg had De Correspondent nu net zo goed een coöperatie of vereniging kunnen zijn. Helaas kwamen de oprichters er achter dat ‘de haken en ogen die daaraan zitten, niet opwogen tegen de voordelen’.[28] Was geschreven: de huidige directie.
Maar wacht even, ging journalistiek niet volgens Wijnberg om het ‘constant bijstellen van aannames’? Nu stuiten we dus plotseling op een zeldzame aanname die voor Wijnberg & Co. blijkbaar nooit hoeft te worden bijgesteld.
Toch blijft het een heel begrijpelijke houding, vanuit de top van De Correspondent bekeken. Het is, historisch gezien, ook ietwat naïef om te verwachten, dat mensen op machtige posities hun bevoorrechte positie doodleuk uit zichzelf gaan opgeven.
Hee, geen nood! We hebben het hier wel over De Correspondent; dè plek waar journalistiek wèl onafhankelijk is.
Een happy family
De Correspondent doet haar best om een imago te creëren waaruit blijkt dat zij het ruimste en meest diverse aanbod van progressieve onderzoeksjournalisten heeft, allen ongekend kritisch gekant tegen bestaande machtsstructuren en zwaar verknocht aan verregaande democratisering.
Daarom was het zo verrassend dat ik in mijn tijd bij De Correspondent nooit ook maar één journalist ben tegengekomen die het lef had om het contrast tussen de door hun beschreven democratische idealen en de ondemocratische werkcontext aan te kaarten. Dat is inclusief de meest uitgesproken democraten onder hen ja. En god, wat waren er veel schitterende momenten om je erover uit te spreken.
Je zou verwachten dat deze situatie veel cognitieve dissonantie bij de journalisten zou moeten veroorzaken. Maar helaas. Men had totaal geen moeite om over de kloof tussen democratische retoriek en praktijk heen te stappen.
Een mogelijke verklaring voor deze lakse houding komt van niemand minder dan het internationale boegbeeld van De Correspondent, Rutger Bregman. De firma’s top boy ziet geen noodzaak voor democratisering, want zijn organisatie zou immers al een oase van zelfbestuur zijn. Hij noemt De Correspondent daarom een ‘anarchistische club’. [29]
Nu is het al vrij verrassend te noemen dat een een correspondent ‘Vooruitgang’ blijkbaar zo makkelijk genoegen kan nemen met een status quo, maar dat ‘een van Europa’s meest prominente jonge denkers’ zo kan pronken met een ingebeelde afwezigheid van hiërarchie, moet menig wenkbrauw toch doen laten fronsen.[30] @rcbregman: #Paviljoen3.
Helaas is het gedrag van Bregman geen uitzondering, maar is het representatief voor een collectieve houding van de journalisten, die zich kenmerkt door een complete onverschilligheid ten opzichte van democratische idealen.
Ik zeg specifiek ‘journalisten’, want er waren wel degelijk een aantal medewerkers die eveneens weinig democratie terug zagen in de bestaande machtsverhoudingen bij De Correspondent. Ook zij hekelden de gemakzuchtige manier waarop het bedrijfsregime, en vooral de, *auw*, journalisten, hun politieke idealen verkwanselden.
Zo gaven meerdere collega’s aan dat zij de wens hadden om minder te werken. Dit naar aanleiding van een van de stokpaardjes van, daar is hij weer, Correspondent-coryfee Rutger Bregman. Die verkondigt immers al een aantal jaar dat wij allen minder zouden kunnen werken. Dat je in de praktijk vrijwel altijd te maken hebt met de goedkeuring van een werkgever, laat Bregman doorgaans liever achterwege.[31] Vandaar dat de positiviteitsgoeroe ook geen sjoege geeft wanneer zijn eigen management gewoon werknemers keihard weigert om minder te werken. Sommigen ‘utopieën’ zijn schijnbaar wat te ‘realistisch’ voor Bregman.[32]
Nu is de houding van de journalisten wel begrijpelijk. Rob Wijnberg heeft zijn protegés immers de rol van de geëngageerde journalist goed ingeprent. Nu hij ze heeft bevrijd van het najagen van waarheden hoeven ze alleen nog maar een kritische houding aan te nemen ten aanzien van de wereld en ‘eerlijk te zijn over aannames, blinde vlekken en vooringenomenheid’.[33]
Jammer genoeg is enige houding die collectief aanhangen wordt door de journalisten van De Correspondent een braaf, maar onnodig conservatisme ten aanzien van een foeilelijk contrast tussen hun politieke idealen en de politieke realiteit.
En dat is zorgwekkend ja, want met deze ouderwetse mafferpraktijken geven journalisten een stilzwijgende goedkeuring aan bestaande, ondemocratische, machtsverhoudingen. Daarbovenop gooit men ook nog eens schaamteloos de eigen geloofwaardigheid te grabbel.
Als het gaat om democratie, zien we bij De Correspondent de klassieke ‘NIMBY’-houding terug, in een eensgezinde vorm. Je weet wel, ‘Not In My Back Yard’, onsterfelijk gemaakt door wijlen George Carlin. De Amerikaanse cabaretier geselde hiermee van die hypocriete lui die vurig maatschappelijke veranderingen toejuichen, zolang ze maar niet bij hen in de buurt worden gerealiseerd.[34]
Voor de conservatieve directie en conformistische journalisten van De Correspondent kan democratie niet gek genoeg zijn, zolang het maar wel elders wordt uitgeprobeerd.
De onzin van onafhankelijke journalistiek
Met zo’n contrast tussen politieke organisatie en politieke idealen kun je je natuurlijk afvragen hoe het zit met de, toch al wankele, bewering dat De Correspondent onafhankelijke journalistiek zou aanbieden.[35]
Wankel, want geef toe: het klinkt nogal vreemd als je eerst zegt dat journalistiek nooit objectief kan zijn, maar dat je vervolgens beweert dat zij wel ‘volledig onafhankelijk’ kan zijn. Yo check dit: je kunt niet aan de ene kant de invloed van sociale factoren erkennen, om ze aan de andere kant weer te ontkennen.
De Correspondent weet ook wel dat journalistiek mensenwerk is en dus altijd wordt geproduceerd onder invloed of druk van buitenaf. Denk alleen al aan zoiets onschuldigs als feedback van naasten of collega’s.
Betrekkelijk minder onschuldig is echter de kwestie dat er bij een mediabedrijf ook altijd sprake is van invloed van bovenaf. Ik heb het natuurlijk over de politieke verhouding tussen werkgever en werknemer.
Want vergeet niet dat de journalisten van De Correspondent ook gewoon maar werknemers zijn, en derhalve zijn zij dus wettelijk ondergeschikt aan een werkgever die hen kan aannemen, belonen, berispen, en ontslaan.[36]
Yep, daarmee wil ik inderdaad zeggen dat het management van De Correspondent in een uitgelezen positie is om de politieke koers van de organisatie te kunnen blijven bepalen.[37] Dat is geen aanklacht, en ook geen complottheorie. Dat is een nuchtere diagnose van alledaagse werkverhoudingen. Ik zou het liever willen noemen:
Business, as usual.
Niemand zegt hier ook dat het in stand houden van een harmonieuze verstandhouding tussen werknemer en werkgever persé een initiatief van de laatste zou moeten zijn. Hee, ik weet inmiddels ook wel dat er van die werknemers zijn die zich identificeren met hun baas en diens behoeften. Tja, het is wat het is.
Shit trekt nu eenmaal vliegen aan.
Altijd al zo geweest.
Kijk, ik wil best geloven dat de mate van journalistieke vrijheid kan verschillen per context, maar kom op man, geen mediabedrijf kan met droge ogen beweren dat zij volledig onafhankelijke journalistiek voorschotelt. [38]
Als klap op de vuurpijl is De Correspondent is ook nog eens helemaal niet verlost van de invloed van andere bedrijven. Laten we even niet vergeten dat de helft van haar management wordt immers gevormd door de eigenaars van Momkai, een bedrijf zonder winstplafond, dat ‘honderdduizenden euro’s’ heeft geïnvesteerd in De Correspondent.[39]
Ja, ik weet zeker dat haar bazen staan te popelen om hun geld en macht door de plee te spoelen door even democratisering van de werkvloer toe te laten.
En de directie geeft nota bene zelf aan dat De Correspondent en Momkai in de praktijk als één bedrijf functioneren.[40] Of moet ik zeggen: als drie bedrijven in één, want er is ook nog Include B.V. bijgekomen, wederom een onderneming waarbij eigendom en bestuur is verdeeld over, je raadt het vast al; Wijnberg, Pfauth, Dunnink en Kersten. Dit bedrijf richt zich op het ontwikkelen van het redactieprogramma Respondens, waarvoor De Correspondent de afgelopen jaren als oefenruimte heeft gediend. Ter verduidelijking; het gaat hier om de creatie van een softwarecode, die gepatenteerd en verkocht gaat worden, wederom zonder winstplafond.[41]
Natuurlijk weet niemand exact in hoeverre al deze politieke betrekkingen de onafhankelijkheid van De Correspondent beïnvloeden. Wel weet ik dat De Correspondenten zat correspondenten kent, maar alarmerend weinig dissidenten.[42] En als je dat weet, is het niet zo verwonderlijk dat democratie bij De Correspondent in zo’n armoedige staat verkeert. Want wat doe je als journalist, of überhaupt als werknemer, wanneer je het niet eens bent met dit democratisch tekort?
‘When there is no dissent, there is no change’, zei de befaamde historicus en politiek activist Howard Zinn ooit.[43] Politieke veranderingen vereisen politieke dissidentie.
Lady of De Vagebond?
De Correspondent blijft zich intussen gewoon presenteren als de onafhankelijke ‘waakhond’ van de democratie. Ook andere traditionele verantwoordelijkheden van de journalist worden weer door het medium uit de mottenballen gevist. De journalist als vertegenwoordiger van een deel van het volk. En de journalist als ‘controleur van de macht’.[44] The show must go on. En De Correspondent speelt haar rol met verve, want een steeds groter aantal toeschouwers komt naar de voorstelling.
Deze mensen geloven in het progressieve imago van De Correspondent, als de post-ideologische avant-garde van de geëngageerde journalistiek. Als hervolutionair van de media. Als het nieuwsmedium van de toekomst.
Sommigen van deze mensen zullen nu misschien denken, okay, dus De Correspondent blijkt wat minder democratisch dan je zou verwachten, ze is alsnog het beste wat we hebben op het gebied van nieuwsvoorziening. En ze hebben helemaal gelijk. De Correspondent is zeker die onmisbare aanwinst voor het Nederlandse, en misschien wel het internationale, medialandschap.
Maar ik vind dat we meer mogen verwachten.
De Correspondent is ook een organisatie die de politieke taal spreekt van de toekomst, maar nog steeds denkt in het verleden. Een nieuwsmedium dat rebelse retoriek combineert met orthodoxe uitvoering. Dus als De Correspondent de toekomst van nieuws vertegenwoordigt, bewaar ik mijn dansmoves liever tot de afterparty van een mediarevolutie.
Want even serieus: een werkelijk progressieve organisatie had inmiddels al flink wat verschillende soorten democratie uitgeprobeerd en haar lezers op de hoogte gehouden over de stand van zaken. Zo moeilijk was het niet.[45]
Wat het echter moeilijk maakt is dat De Correspondent alleen voor politieke vooruitgang staat, zolang het maar niet de macht van vier welgestelde, witte, mannelijke ondernemers in gevaar brengt.
Daarmee is zij niet de waakhond van de nieuwe democratie, maar de schoothond van een gerecyclede oligarchie. De heldhaftige keffer die buitenshuis iedereen op een blafsalvo trakteert, maar voor de baas altijd *AF* gaat. Ik zou bijna zeggen: de Fikkie van het Nederlandse mediakennel.[46]
En dat is zonde, want een platform als De Correspondent is wel een megafoon. Bij uitstek de plek waar je andere manieren van politieke organisatie kunt verspreiden. Maar als het De Correspondent zelf al niet lukt om te democratiseren, hoe moeten we haar journalisten dan nog serieus nemen?
Als het medium dus werkelijk recht wil doen aan haar ‘missie’ van het uitgroeien tot een ‘beweging’, is het van vitaal belang dat zij haar organisatie een reflectie laat zijn van haar politieke idealen.[47] De Amerikaanse filosoof John Dewey zei het al: democratie moet thuis beginnen.[48] Nou, geachte Correspondent: werk is zo’n thuis.(Vraag maar aan Rutger Bregman).
Voor democratisch gezinde werknemers van nieuwsmedia is het dan echter noodzakelijk dat zij als collectief een houding aannemen, die wat meer ruggengraat vertoont. Dat mogen we als burgers toch zeker van avant-garde journalistiek wel verwachten? Helemaal omdat journalisten sowieso altijd bevoorrecht zijn ten opzichte van andere werknemers. Niet omdat zij een intellectuele voorhoede zijn, maar omdat ze toegang hebben tot een groot publiek.[49] Maar wat men zal moeten beseffen, is dat zij die toegang te leen hebben. Op ieder moment kan hen de entree van bovenaf worden ontzegd.
Nu ben ik geen journalist, maar het lijkt mij dat Wijnberg’s credo van alleen maar ‘eerlijk zijn over aannames, blinde vlekken en vooringenomenheid’, dus niet genoeg is. Ook deze houding blijkt nog prima een politieke status quo te kunnen bevestigen.[50] Journalisten kunnen ook voor een andere houding kiezen. Een die beter past bij de politiek van de eenentwintigste eeuw. Een van de onbevreesde journalist die er niet voor terugdeinst om machtsstructuren binnen en buiten de comfortzone te belagen. De militante journalist die niet alleen maar blaft, maar ook doorbijt in de hand die voedt. De journalist als dissident.
Voor alle verheven journalisten zal ik het dan toch nog even een keer in zo’n, *zucht*, ‘achterhaalde’ Shakespeariaanse tegenstelling gieten[51]:
Conformeren of confronteren, dat is de kwestie.

Voetnoten
[1] De abonnementen en oplagen van kranten lopen al jaren terug. Zie bijvoorbeeld: http://www.managementimpact.nl/verander-management/artikel/2016/9/de-correspondent-zet-traditionele-krantenwereld-op-zn-kop-1017639 , en Huub Wijfjes, Journalistiek in Nederland 1850–2000. Beroep, cultuur en organisatie (Boom Amsterdam 2004), p. 558–559.
[2] De teller van De Correspondent staat nu op ca. 56.000 leden en 36 journalisten. Zie o.a. https://thecorrespondent.com/. Voor de internationale ambities van De Correspondent zie bijvoorbeeld Jay Rosen, ‘Waarom ik De Correspondent ga helpen de wereld te veroveren’, De Correspondent 29 maart 2017, https://decorrespondent.nl/6480/waarom-ik-de-correspondent-ga-helpen-de-wereld-te-veroveren/863479005840-5929e736 .
[3] Zie het manifest van De Correspondent: https://decorrespondent.nl/over , en Rob Wijnberg, ‘Waarom zou je betalen voor journalistiek’, De Correspondent, 20 mei 2015. http://blog.decorrespondent.nl/post/119451759973/waarom-zou-je-betalen-voor-journalistiek. De meeste nieuwsmedia leven tegenwoordig vrijwel uitsluitend op basis van advertentie-inkomsten. Feitelijk verhandelen ze hiermee de aandacht van een publiek aan andere bedrijven die hun producten willen slijten. Zo concludeert Rob Wijnberg in De nieuwsfabriek. Rob Wijnberg, De nieuwsfabriek. Hoe media ons wereldbeeld vervormen (De Bezige Bij 2013), p. 39–59. Dit idee is echter al veel langer bekend binnen de mediawetenschap. Zie bijvoorbeeld het werk van Dallas Smythe over de ‘audience commodity’, Dallas Smythe, ‘Communications: Blindspot of Western Marxism’, Canadian Journal of Political and Society Theory, 1 (3): 1–28 (1977), en het ‘propaganda model’ in: Edward S. Herman en Noam Chomsky, Manufacturing Consent. The Political Economy of the Mass Media (Vintage Books 1988).
[4] Zie bijvoorbeeld het manifest van De Correspondent: https://decorrespondent.nl/over . De Correspondent neemt geen leningen of investeringen aan waarop rendement wordt gevraagd. Donaties en subsidies vormen wel een deel van de inkomsten van De Correspondent, maar worden alleen geaccepteerd als er is voldaan aan haar eisen van onafhankelijkheid.
[5] ‘Door jouw bijdrage maak je volledig onafhankelijke journalistiek mogelijk en draag je bij een de bouw van een uniek en innovatief platform.’ Wijnberg, ‘Waarom zou je betalen voor journalistiek’.
[6] De filosofie achter De Correspondent is dan ook vooral de filosofie van Rob Wijnberg. Het manifest van De Correspondent is vrijwel identiek aan zijn ‘ideale krant’ zoals beschreven in De nieuwsfabriek. Zie: Wijnberg, De nieuwsfabriek, p. 55–58, 146–155. Vergelijk dit met het manifest: https://decorrespondent.nl/over . Voor een verdere uiteenzetting van de journalistieke filosofie van De Correspondent, zie: Rob Wijnberg, ‘Waarom u mij nog minder vertrouwt dan politici en bankiers’, De Correspondent, 16 oktober 2015, https://decorrespondent.nl/3498/waarom-u-mij-nog-minder-vertrouwt-dan-politici-en-bankiers/466118759634-00de320b, en ibidem, ‘Waarom feiten niet het antwoord zijn op nepnieuws’, De Correspondent, 3 mei 2017, https://decorrespondent.nl/6622/waarom-feiten-niet-het-antwoord-zijn-op-nepnieuws/882400922326-bbfcc16a .
[7] Wijnberg, De nieuwsfabriek, p. 55–58. Wijnberg is in zijn gedachtegoed vooral beïnvloed door het neo-pragmatisme van de Amerikaanse filosoof Richard Rorty (1931–2007). Rorty heeft getracht het werk van Friedrich Nietszche te updaten naar een postmoderne, maar tegelijk meer praktisch gerichte filosofie. Centraal staat wel nog steeds Nietszche’s radicale ondervraging van dogma’s. Dit zien we ook terug in de filosofie van Wijnberg, waarin geen feiten of waarheden lijken te bestaan, alleen maar interpretaties. We hebben de neiging om te geloven dat onze interpretaties van de wereld breed worden gedeeld, maar dat is een illusie, een zogenaamde sociale constructie, zo vertelt Wijnberg ons met enige regelmaat. Het beste wat we kunnen doen is kritisch naar onszelf te blijven door onze eigen denkpatronen voortdurend te betwijfelen. Dat neemt niet weg dat je geen politiek standpunt kunt innemen. Het pragmatisme van Rorty draait om het adagium: ‘waar is wat werkt’. Oftewel; alles is waar, maar het gaat er om met welke waarheid je iets kunt. De filosofie biedt dus de mogelijkheid voor politiek activisme, zolang ideeën maar in hun isolement (losgekoppeld van eventueel ideologische of anderszins dogmatische herkomst) worden beoordeeld op hun realisatievermogen,. Zie o.a. Richard Rorty, Contingency, Irony and Solidarity (Cambridge University Press 1989). Voor de filosofie van Wijnberg, zie o.a. Rob Wijnberg, In dubio. Vrijheid van meningsuiting als het recht om te twijfelen (Promotheus/NRC Handelsblad 2010), p. 116–138, ibidem, ‘Waarom feiten niet het antwoord zijn op nepnieuws’ en het manifest van De Correspondent: https://decorrespondent.nl/over .
[8] Wijnberg zegt namens de gehele Correspondent te spreken als hij zich achter een activistische vorm van journalistiek schaart: ‘journalisten mogen de wereld veranderen…Bij zulke journalistiek voelen wij ons thuis. Niet in de laatste plaats omdat journalistiek bedrijven sowieso een vorm van politiek bedrijven is. De onderwerpen die je als journalist belangrijk vindt, de insteek die je kiest, de woorden die je gebruikt, de experts die je aan het woord laat: journalistiek is nooit neutraal. En dat is maar goed ook. Je wilt als medium niet zomaar verhalen vertellen. Je wilt de aandacht vestigen op zaken die je maatschappelijk relevant vindt’, Rob Wijnberg, ‘De wereld proberen te veranderen met journalistiek, mag dat? (Ja, dat mag!)’, De Correspondent 20 april 2015, https://decorrespondent.nl/2736/de-wereld-proberen-te-veranderen-met-journalistiek-mag-dat-ja-dat-mag/364580024688-6fc5fa69 , en zie ook het manifest: https://decorrespondent.nl/over .
[9] Zie het manifest: https://decorrespondent.nl/over .
[10] Karel Smouter, ‘Wij willen onze redactie diverser maken. Hoe staat dat ervoor?’, De Correspondent, 28 juni 2016, https://decorrespondent.nl/3949/wij-willen-onze-redactie-diverser-maken-hoe-staat-dat-ervoor/526215832417-356e93b9 .
[11] Ibidem, ‘Wij willen De Correspondent diverser maken. Helpen jullie mee?’, De Correspondent, 21 oktober 2015, https://decorrespondent.nl/3516/we-willen-de-correspondent-diverser-maken-helpen-jullie-mee/468517312428-a4b5179d , Ibidem, ‘Wij willen onze redactie diverser maken. Hoe staat dat ervoor?’, ibidem, ‘De Correspondent wil diverser worden. Wat is daar tot nu toe van terechtgekomen’, De Correspondent, 12 augustus 2016, https://decorrespondent.nl/5079/de-correspondent-wil-diverser-worden-wat-is-daar-tot-nu-toe-van-terechtgekomen/676791646707-2f5d9722 .
[12] Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis, Je hebt wèl iets te verbergen (De Correspondent 2016), Sebastian Kersten, ‘Zo willen we De Correspondent nog privacyvriendelijker maken’, De Correspondent, 19 september 2016, https://decorrespondent.nl/5272/zo-willen-we-de-correspondent-nog-privacyvriendelijker-maken/702509462776-6e50432c , ‘Hoe jullie privacy is verbeterd op De Correspondent’, De Correspondent, 13 januari 2017, https://decorrespondent.nl/5958/hoe-jullie-privacy-is-verbeterd-op-de-correspondent/793920974814-3f9579ce .
[13] Jelmer Mommers en Rob Wijnberg, ‘We willen De Correspondent 100 procent duurzaam maken. Maar waar zit onze milieu-impact eigenlijk?’, De Correspondent, 7 juni 2017, https://decorrespondent.nl/6854/we-willen-de-correspondent-100-procent-duurzaam-maken-maar-waar-zit-onze-milieu-impact-eigenlijk/913315602782-3807a7c8 .
[14] http://www.consultancy.nl/nieuws/12491/unilever-en-de-correspondent-winnen-social-enterprise-awards-2016. Helaas kent de prijs wel wat controversiële winnaars. Zo moest De Correspondent de titel van 2016 delen met Unilever, wiens werknemers in dat jaar met acties dreigden omdat ze zich ‘afgedankt’ voelden. Zie http://www.nu.nl/economie/4285982/vakbond-fnv-dreigt-met-acties-bij-unilever.html . Tesla Motors, een van de winnaars van de prijs in 2015, heeft wellicht een nog slechtere reputatie wat de behandeling van werknemers betreft. Zie: https://arstechnica.com/cars/2017/02/tesla-employee-writes-of-low-wages-poor-morale-company-denies-claims/, http://www.businessinsider.com/tesla-factory-workers-detail-grueling-conditions-fremont-2017-5?international=true&r=US&IR=T en http://fortune.com/2017/03/28/tesla-lawsuit-harassment-discrimination/ .
[15] Wijnberg, De nieuwsfabriek. Hoe media ons wereldbeeld vervormen, p. 57.
[16] Rob Wijnberg, ‘Help De Correspondent in 2015 nog socialer te ondernemen’, De Correspondent, 5 januari 2015, https://decorrespondent.nl/2273/help-de-correspondent-in-2015-nog-socialer-te-ondernemen/302883916709-664785ba Voor verdere informatie over de ‘social enterprise’, zie bijvoorbeeld Willemijn Verloop & Mark Hillen, Verbeter de wereld, begin een bedrijf. Hoe social enterprises winst voor iedereen creëren (Uitgeverij Business Contact 2013).
[17] Zie KvK uittreksel nr. 57208646, sectie ‘Juridische gegevens’.
[18] Bij de oprichting van de vennootschap, zoals een Besloten Vennootschap (B.V.) of Naamloze Vennootschap (N.V.), moet het kapitaal juridisch worden verdeeld in aandelen. Door een notaris wordt een nieuwe rechtspersoon gecreëerd, namelijk de organisatie. Hierdoor kunnen eventuele schulden niet worden verhaald op het privévermogen van de kapitaalverschaffers. De B.V. heeft een winstoogmerk en verschilt van de N.V. met name in het feit dat de aandelen niet vrij overdraagbaar zijn. B.V.’s zijn de meest voorkomende rechtsvorm van bedrijven in Nederland. Zie: Koninklijke Notariele Beroepsorganisatie, Ondernemingsrecht (Offset 2006).
[19] Zie KvK uittreksel nr. 57208646, sectie ‘Concernrelaties’. Zowel Wijnberg als Pfauth zijn aandeelhouder van De Corresponent via hun persoonlijke holdings, Rob Wijnberg Media Holding (zie KvK uittreksel nr. 57208427) en Pfauth.com B.V. (zie KvK uittreksel nr. 55866883). Voor de uitverkiezing van Pfauth door Forbes, zie: https://www.forbes.com/sites/michelatindera/2016/01/18/meet-the-first-30-under-30-europe-media-class-of-2016/#b42cf101572c, en http://nos.nl/artikel/2081562-oprichters-de-correspondent-blendle-op-lijst-invloedrijke-mediamensen.html .
[20] Momkai Media B.V is op haar beurt weer eigendom van Harald Dunnink en Sebastian Kersten via hun persoonlijke holdings, respectievelijk Rébel B.V. en Silent Partner Ventures B.V. Zie ook Kvk uittreksel nr. 61030449, sectie ‘Concernrelaties’ en dan uittreksel nr. 61247367 en nr. 61247375.
[21] SDM, een private stichting voortkomend uit voormalige verzetskrant Het Parool, heeft De Correspondent gesteund voor 450.000 euro, deels een gift en deels een lening waar geen rendement over hoeft te worden betaald. Het prioriteitsaandeel van SDM is in het algemeen om de principes van De Correspondent te kunnen bewaken, zoals ‘het waarborgen van de redactionele onafhankelijkheid, het behouden van het advertentievrije karakter van het platform en de bescherming tegen winstmaximalisatie.’ Rob Wijnberg, ‘Stichting Democratie en Media steunt De Correspondent’, De Correspondent 29 november 2013, https://decorrespondent.nl/398/stichting-democratie-en-media-steunt-de-correspondent/53034667334-d34c89a6, en Wijbrand Schaap, ‘Waarom de leden van De Correspondent juridisch gezien geen leden zijn’, Nieuwe Journalistiek, 23 maart 2015, https://nieuwejournalistiek.nl/lezerscooperaties/waarom-de-leden-van-de-correspondent-juridisch-gezien-geen-leden-zijn/ . Voor meer informatie over SDM, zie haar website: https://www.stdem.org .
[22] Zie KvK uittreksel 57208646, sectie ‘Bestuurders’.
[23] Volgens de Amerikaanse filosoof Noam Chomsky is deze dominante bedrijfstructuur niet alleen een oligarchie, maar ook een tirannie, een regeringsvorm die zich kenmerkt doordat zij niet legitiem is verkregen en die vaak een absolute vorm van overheersing inhoudt. Zie bijvoorbeeld: https://www.youtube.com/watch?v=FVt7U2YIgZs .
[24] Of klik op deze link: https://decorrespondent.nl/zoek?search_query=democratie .
[25] De journalisten van De Correspondent scharen zich vooral achter een uitbreiding van democratie in haar letterlijke betekenis, namelijk ‘regeren door het volk’. Men heeft over het algemeen een aversie jegens de oubollig geachte representatieve vorm van democratie en zoekt haar heil in directe en deliberatieve vormen. Naast de eenmalige en tijdelijke gastcorrespondenten, zijn er verschillende vaste correspondenten die consistent het belang van dit soort vormen van democratie aanstippen. Uiteraard is een ervan David van Reybrouck, misschien wel een van de belangrijkste deskundigen op het gebied van democratie in Europa: https://decorrespondent.nl/davidvanreybrouck . Maar ook andere vooraanstaande journalisten benadrukken geregeld het belang van verdere democratisering in hun werk. Zie bijvoorbeeld de stukken van Rutger Bregman: https://decorrespondent.nl/rutgerbregman , Marc Chavannes: https://decorrespondent.nl/marcchavannes , Rob Wijnberg: https://decorrespondent.nl/robwijnberg en Jesse Frederik: https://decorrespondent.nl/jessefrederik .
[26] Wijnberg, ‘Help De Correspondent in 2015 nog socialer te ondernemen’. Buiten de prehistorische bestuursvorm is De Correspondent overigens ook weinig vernieuwend in haar bestuursstijl. Het idee om werknemers gemotiveerd te houden door een teamspirit te kweken, is immers al populair sinds de Hawthorne Studies van de organisatiepsycholoog Elton Mayo en de daaruit voortvloeiende de Human Relations-beweging. Mayo en zijn team kwamen in de jaren ’30 van de vorige eeuw tot de ontdekking dat sommige machines gewoon werknemers van vlees en bloed waren, met oprechte gevoelens en behoeften. Tijdens de opkomst van het neoliberalisme in de jaren ’70 komt er steeds meer een nog verlichtere vorm van management opzetten. Nu wordt de werknemers steeds meer inspraak en andere vormen van participatie gegund, zij het symbolisch. Zo kan men een daadwerkelijke hiërarchische politieke structuur blijven handhaven, achter een rookgordijn van horizontaal zelfbestuur. Markus Pausch, ‘Workplace Democracy. From A Democratic Ideal To a Managerial Tool and Back’, The Innovation Journal: The Public Sector Innovation Journal, Vol. 19 (1), 2013. Zie p. 9–11. Voor de Hawthorne Studies van Mayo, zie hier een introductie: https://www.library.hbs.edu/hc/hawthorne/intro.html .
[27] Voor de werknemers van De Correspondent is de optie van medeëigenaarschap afwezig en is medezeggenschap vooral symbolisch. Directievergaderingen zijn namelijk nog steeds gewoon verboden terrein voor werknemers. Overigens hebben niet alleen de werknemers geen democratische controle over eigendom en bestuur. Ook de leden hebben alleen een ‘symbolisch aandeelhouderschap’ en hun medezeggenschap is beperkt tot het eens in de zoveel tijd geven van suggesties na een oproep op de website. Zie het manifest: https://decorrespondent.nl/over, en Schaap, ‘Waarom de leden van De Correspondent juridisch gezien geen leden zijn’.
[28] Schaap, ‘Waarom de leden van De Correspondent juridisch gezien geen leden zijn’. Opvallend is dat Wijnberg hier wel uitlegt waarom werkelijk democratische controle door leden afwezig is bij De Correspondent, maar de mogelijkheid van eventuele democratische controle door werknemers volledig negeert.
[29] Jesse Frederik en Rutger Bregman, ‘Podcast: Waarom het anarchisme zo gek nog niet is’, De Correspondent, 2 september 2016, https://decorrespondent.nl/5162/podcast-waarom-het-anarchisme-zo-gek-nog-niet-is/687851640146-36d8df34 . Zowel Bregman als zijn boezemcollega en ‘Correspondent Economie’ Jesse Frederik, beiden niet de minste figuren binnen De Correspondent, zijn het er hier met elkaar eens dat hun organisatie weinig tot geen hiërarchie kent.
[30] Rutger Bregman, Utopia for realists. The case for a universal basic income, open borders and a 15-hour workweek (The Correspondent 2016). Bregman shopt er sowieso lustig op los bij het anarchisme, al is het interessanter wat afwijst, dan wat hij overneemt. Afgekeurd is bijvoorbeeld de anarchistische verwerping van een politieke hiërarchie op basis van eigendom en bestuur. Zie bijvoorbeeld: Rutger Bregman, ‘Zet je schrap voor het gevaarlijkste idee ooit: de meeste mensen deugen’, De Correspondent, 1 oktober 2015, https://decorrespondent.nl/3430/zet-je-schrap-voor-het-gevaarlijkste-idee-ooit-de-meeste-mensen-deugen/457057560190-f2e035ac, ibidem, ‘Stiekem zijn we allemaal communisten. Al eeuwen. De hele dag door’, De Correspondent 25 maart 2016, https://decorrespondent.nl/4212/stiekem-zijn-we-allemaal-communisten-al-eeuwen-de-hele-dag-door/561261353796-d3b94ff4 . Deze verwerping van een hiërarchie op basis van eigendom en bestuur is echter een van de kernpunten van het anarchisme. Dat is dus niet te missen in het werk van bekende anarchisten zoals bijvoorbeeld Peter Kropotkin en David Graeber, beiden vermeende inspiratiebronnen van Bregman. Tenzij je dat wilt missen, want Bregman kan met zijn afgezwakte interpretatie van het anarchisme natuurlijk nog de politieke organisatie bij De Correspondent rechtvaardigen. Voor de mening van Kropotkin en Graeber over eigendom en bestuur, zie bijvoorbeeld: Peter Kropotkin, Words of a Rebel, vertaling door George Woodcock (Black Rose Books 1992) p. 6, en David Graeber & Andrej Grubacic, Anarchism, or the Revolutionary Movement of the Twenty-First Century (ZNet 2004).
[31] Voor Bregman over het belang van minder werken zie o.a.: Bregman, Utopia for realists, ibidem, ‘Stel jezelf de vraag: heeft mijn werk eigenlijk wel zin?’, De Correspondent 11 februari 2015, https://decorrespondent.nl/2436/stel-jezelf-de-vraag-heeft-mijn-werk-eigenlijk-wel-zin/324604144788-bbeeb49b , ibidem, ‘Long live intrinsic motivation. Or why it’s time to ditch the carrots and the sticks’, The Correspondent 22 december 2016, https://thecorrespondent.com/5889/long-live-intrinsic-motivation-or-why-its-time-to-ditch-the-carrots-and-the-sticks/784726522437-ebe1e68 .
[32] Bregman, Utopia for realists. Voor wie vindt dat realisme meer inhoudt dan slechts optimisme en voor wie één toekomstperspectief wat te weinig is, kan ik het werk van socioloog Peter Frase aanraden: Peter Frase, Four futures: life after capitalism (Verso 2016).
[33] Wijnberg, ‘Waarom feiten niet het antwoord zijn op nepnieuws’, ibidem, ‘Waarom u mij nog minder vertrouwt dan politici en bankiers’.
[34] Voor Carlin’s ‘NIMBY’ zie bijvoorbeeld: https://www.youtube.com/watch?v=YjONsL4thQQ .
[35] De Correspondent verkoopt zichzelf als ‘onafhankelijke journalistiek’ om leden te werven, zie bijvoorbeeld https://decorrespondent.nl/verleng#juni&pk_kwd=likerswordlidlief#juni .
[36] De gezagsverhouding tussen werkgever en werknemer is juridisch verankerd in het Burgerlijk Wetboek. Het gaat hier om het zogenaamde directierecht van de werkgever, die de ondergeschiktheid van de werknemer bij wet bekrachtigt. Zie Burgerlijk Wetboek 2.2, art. 7:660. Het directierecht vloeit uiteraard voort uit een eigendomsrecht. Binnen de wereld van de nieuwsmedia zijn er natuurlijk ook genoeg journalisten die freelance werken, maar ook zij zullen zich regelmatig moeten schikken aan een werkgever, om geen inkomsten te verliezen.
[37] Helemaal indrukwekkend is de rol van Rob Wijnberg. Als eigenaar, algemeen directeur, journalist èn hoofdredacteur heeft hij de mogelijkheid om zijn politieke stempel op zowel de gehele organisatie als het product te drukken. Hij overziet immers het aannemen van geschikte mensen en de verspreiding van geschikte ideeën en idealen.
[38] Een interessante vraag is in hoeverre we in onze samenleving eigenlijk überhaupt kunnen spreken van de aanwezigheid van de zogenaamd typisch Westerse vrijheden als persvrijheid of de vrijheid van meningsuiting, wanneer ons werk, de plek waar we het grootste deel van ons bewuste leven doorbrengen, wordt gekenmerkt door een machtsongelijkheid tussen werkgever en werknemer. Een baas heeft de macht om jouw primaire inkomen te ontnemen, dus als werknemer zul je niet bepaald gemotiveerd zijn om je tegen hem of haar te gaan verzetten, verbaal of anderzijds.
[39] Ebele Wybenga, ‘Perfectie is een utopie’, Adformatie, 28 november 2015, http://www.adformatie.nl/achtergrond/perfectie-een-utopie . (Interview met Harald Dunnink van Momkai) Volgens Wijnberg doet Momkai al haar werk voor De Correspondent tegen kostprijs en hebben ze hun winst ingewisseld voor het medeëigenaarschap. Schaap, ‘Waarom de leden van De Correspondent juridisch gezien geen leden zijn’.
[40] Zo zegt eigenaar Ernst-Jan Pfauth in een interview: “Het is eigenlijk gek om in termen van Momkai en De Correspondent te denken. We zijn gewoon hetzelfde bedrijf.”, Leendert van der Valk, ‘De achterkant van De Correspondent is (nog) niet te koop’, Nieuwe Journalistiek, 25 juni 2015, http://nieuwejournalistiek.nl/startup-decorrespondent/2015/06/25/de-achterkant-van-de-correspondent-is-nog-niet-te-koop/ .
[41] Zie KvK uittreksel nr. 58080686. Respondens is een zogenaamd Content Management System (CMS). Met deze technologie kunnen journalisten en redactie artikelen opmaken en persklaar maken. Zie ook: http://respondens.com/ , en Van der Valk, ‘De achterkant van De Correspondent is (nog) niet te koop’.
[42] Hoewel de journalisten onafhankelijker zouden zijn dan hun collegae bij andere media, zal iedereen die De Correspondent regelmatig volgt het niet ontgaan zijn, dat haar journalisten er opvallend zelden voor kiezen om het politiek echt met elkaar oneens zijn. Je kunt daarom gerust zeggen dat de ‘missie om zo een divers mogelijke organisatie te worden’ nogal beroerd heeft uitgepakt als het gaat om politieke oriëntatie gaat. Karel Smouter, ‘Geef je op voor ons trainingsprogramma voor ‘divers talent’: het Correspondent College’, De Correspondent, 21 oktober 2016, https://decorrespondent.nl/5423/geef-je-op-voor-ons-trainingsprogramma-voor-divers-talent-het-correspondent-college/722630655659-dc5f2ce0 . Het gebrek aan politieke diversiteit is overigens een deel van het eigen publiek ook geregeld opgevallen. Nochtans wordt die kritiek steevast weggewuifd door Wijnberg in zijn karakteristieke sociaal constructivistische repliek, door aan te geven dat dat buitenstaanders nu eenmaal patronen kunnen zien die er in werkelijkheid niet zijn. Zie bijvoorbeeld Rob Wijnberg, Vragensessie met Rob Wijnberg op Reddit.com, (13 december 2016) https://www.reddit.com/r/thenetherlands/comments/5i36wi/ik_ben_rob_wijnberg_hoofdredacteur_van_de/, ibidem, ‘De wereld proberen te veranderen met journalistiek, mag dat? (Ja, dat mag!)’, en ibidem, ‘Waarom zitten jullie niet in Blendle? (en nog vier vragen die jullie stelden over De Correspondent)’, De Correspondent, 16 februari 2016. https://decorrespondent.nl/4025/waarom-zitten-jullie-niet-in-blendle-en-nog-vier-vragen-die-jullie-stelden-over-de-correspondent/536343055325-09a09ce0 . Echter, als er zoveel politieke diversiteit zou zijn bij De Correspondent, waar zijn dan bijvoorbeeld de radicale, neoliberale, conservatieve, reactionaire stukken op de website, om maar eens wat te noemen? En waar zijn sowieso alle politiek andersdenkenden?
[43] Wajahat Ali, ‘Zinn Speaks’, Counterpunch, 19 april 2008, https://www.counterpunch.org/2008/04/19/zinn-speaks/.
[44] Vragensessie met Wijnberg op Reddit.com, ibidem, De nieuwsfabriek, p. 49, Smouter, ‘Wij willen De Correspondent diverser maken. Helpen jullie mee’, en Rutger Bregman, ‘President Trump, premier Wilders — het wordt tijd om te wennen aan die woorden’, De Correspondent, 26 juli 2016, https://decorrespondent.nl/4989/president-trump-premier-wilders-het-wordt-tijd-om-te-wennen-aan-die-woorden/664798882737-e87df994 .
[45] David Graeber geeft bijvoorbeeld verschillende voorbeelden hoe democratie toegepast kan worden. Zie: David Graeber, The Democracy Project. A History. A Crisis. A Movement, (Penguin Books 2013), p. 196–207. Maar je kunt je afvragen of waarom De Correspondent zich niet gewoon door haar eigen artikelen laat inspireren. Neem de democratische opties die David van Reybrouck geeft. (Al heeft hij het zelf vreemd genoeg nooit over diens implementatie op de werkvloer). Zie o.a.: David van Reybrouck, ‘Het kan: een totaal andere inrichting van onze democratie’, De Correspondent 21 februari 2014, https://decorrespondent.nl/538/het-kan-een-totaal-andere-inrichting-van-onze-democratie/71690077954-df4c5a59 .
[46] Daarmee bedoel ik geenszins dat De Correspondent zich niet kritisch over machtsstructuren uitlaat. De journalisten pakken zowel links als rechts aan, en ook de zware jongens uit het bedrijfsleven en bureaucratische overheidsinstanties worden niet gespaard. Het is alleen zo jammer dat het altijd gaat om partijen die op zich op een veilige afstand bevinden van de journalisten.
[47] Wijnberg, ‘Waarom zou je betalen voor journalistiek’. Volgens mediaprofessor John Downing moet ‘practice what you preach’ het credo zijn van media die grootschalige sociale en politieke veranderingen nastreven. Zie J.D.H. Downing, T.V. Ford, G. Gil en L. Stein, Radical media: Rebellious communication and social movements (Thousand Oaks 2001) p. 71.
[48] Met ‘thuis’ bedoelde Dewey dat verdere democratisering moest beginnen in onze collectieve houding en de sociale instituten waar we ons dagelijks in bewegen. John Dewey, Freedom and Culture (Capricorn Books 1963), p. 175.
[49] Voor de al eerder genoemde Richard Rorty, filosofisch hofleverancier voor Wijnberg en De Correspondent, zijn sociale en politieke veranderingen het monopolie van een intellectuele voorhoede, en wel zij die de taal van een samenleving het meest kunnen beïnvloeden. Deze ‘culturele helden’, zoals Rorty ze noemt, zullen ons allen de weg wijzen naar walhalla. Hij vermeldt een aantal beroepen die voor deze heldenstatus in aanmerking komen, zoals de etnograaf, de stripboektekenaar, de romanschrijver, de dichter, en niet onbelangrijk in het geval van De Correspondent: de journalist. Het is een beetje het oude verhaal van een culturele elite die tot de voorhoede van politieke vooruitgang wordt gebombardeerd door een van haar eigen leden. Voor de progressief liberale filosofie van Rorty, zie: Rorty, Contingency, Irony and Solidarity.
[50] Wijnberg, ‘Waarom u mij nog minder vertrouwt dan politici en bankiers’. De vervanging van het objectiviteitsideaal mag dan misschien heel hip klinken voor een hogeropgeleid publiek, maar we weten nu dat een kluit subjectieve idealen dus net zo hard een politieke status quo kan bevestigen.
[51] Rutger Bregman, ‘De terreur van links versus rechts (en 7 andere achterhaalde tegenstellingen’, De Correspondent 7 september 2016, https://decorrespondent.nl/5214/de-terreur-van-links-versus-rechts-en-7-andere-achterhaalde-tegenstellingen/694780792662-a440eb03 .
