Het Follow-up Verhaal

Altijd moeilijk. Na een denderende start (toch mooi 20 lezers op dag één, waarvoor dank) is het nu vooral zaak om niet in te gaan kakken. Dat zal niet aan m’n motivatie liggen, maar des te meer aan structuur. Schrijven is voor mij als lopen. Ik kan het, als ik er mee bezig ben, in een gestaag tempo onafgebroken blijven doen, zonder dat ik een plan hoef te maken wat (letterlijk, figuurlijk, I don’t care) m’n volgende stap zal zijn.

Dat klinkt alsof ik een soort Dagobert Duck van de letters ben. Arrogant en alles zichzelf toe-eigenend. Geen zorgen, it’s not like that. Iedereen kan schrijven. Jij ook. Typen is denk ik ook geen probleem, dus vanaf nu ben jij officieel mijn concurrentie. Daar gaan we dan.

Ik liep gisteravond de Albert Heijn in op het Amsterdamse Centraal Station. De Albert Heijn XL welteverstaan, befaamd en berucht vanwege zijn duurder-zijn dan de normale Albert Heijn (het rijmen gaat ook alweer lekker, ja). Ik had namelijk nog even snel brood nodig, anders was uw favoriete auteur bij het schrijven van dit stukje al overleden aan de hongerdood. En toen ontstond er een, in mijn ogen, prachtig tafereeltje. Het ging als volgt.

Al bellend met een goede vriend van mij (niet die vriend uit het vorige stukje trouwens) had ik het brood gepakt, en was ik naar de kassa gelopen. Daar waren op miraculeuze wijze twee verschillende rijen gevormd, die allebei niet erg opschoten. Ik had geen echte haast, dus ging tactisch in het midden staan, want iedereen weet dat mensen die telefoneren terwijl ze aan het afrekenen bij het kassameisje eigenlijk asociale klootzakken zijn. Zo kon ik dus mooi even afwachten. Althans, dat dacht ik.

Want ik had buiten dat ene meisje gerekend (of noem je dat al vrouw?) van ongeveer 22-jarige leeftijd, die schuin achter mij in de rij stond. Toen ik namelijk semi- aan de beurt was liep ik bewust naar achteren, om haar voor te laten gaan, omdat ik pas net m’n telefoongesprek beëindigd had en toch nog even moest wachten op de aankomst van die goede vriend. 
“U stond ook in de rij, toch?”, vroeg ze. Ik merkte dat ik vervuld werd met niets anders dan positieve energie, hoe fout dat ook klinkt. Ze gaf er niets om dat ik daarvoor stond te telefoneren terwijl ik in de rij wachtte, ik was er eerder volgens haar en mocht dan ook voor. Gewoon onzelfzuchtige eerlijkheid, in de Albert Heijn XL op het Amsterdamse Centraal Station. Vriendelijk bedankte ik, en zei dat ik toch nog even op ‘iemand’ moest wachten (sorry voor deze degradatie, Stephan), en liet haar alsnog voorgaan.

Well, there you have it. Een follow-up verhaaltje na mijn debuut, over iets compleet randoms uit één van mijn dagelijkse maatschappelijke beslommeringen. De wat grovere grappen, de struggles van mijn liefdesleven, voetbalverhalen, nostalgische avonturen uit mijn jeugd en wie-weet-wat-nog-meer over het Amsterdamse studentenleven: het komt allemaal nog aan bod. Maar tot die tijd: lekker allemaal zo doen als die meid/mevrouw/dame in de Albert Heijn XL, op het Amsterdamse Centraal Station.

PS: ik heb nog een soort vaste afsluiter nodig. Zo’n vast dingetje, uitsmijter, standaard onderaan elke tekst. Althans, daar twijfel ik over. Is dat supergay en niet okee, of juist lekker herkenbaar en goed inzetbaar als stijlmiddel? Let me know.

Niels