Een nacht op een boot met een luchtgitaar

Pieter Van Leuven
Nov 3 · 4 min read

Er zijn berichten waar je jaren op wacht en nooit ontvangt. En dan zijn er berichten die je onderuit halen als je ze krijgt, omdat het poortjes waren die je had gesloten, bestemd om nooit meer terug open te waaien. Zo eentje kreeg ik afgelopen woensdag.

‘Coucou Pieter, j’espère que tu vas bien. Je suis à Bruxelles jusque demain et je prends mon train pour Paris à 15h. Ca te dirait qu’on mange ensemble à midi?’

Ja ja ja. Zo hard ja.

4 jaar geleden liepen L. en ik elkaar tegen het lijf. Het zomerde in Brussel, er lag een feestboot voor anker aan het Kaaitheater, we gingen met een groep vrienden tot in Vilvoorde varen, drinken en dansen. L. was de zus van een stagiaire op mijn eerste job, ze kende er niemand en stapte mee aan boord. Er werd héél veel gedronken. Zo veel dat ik plots de minst sexy dansmove uit de geschiedenis van het universum bovenhaalde: hallo luchtgitaar, mijn oude vriend.

L. stond naar mij te gapen, lachte onbestemd en ongecontroleerd, alsof ze nooit iets grappigers had gezien. Hoe meer ze lachte, hoe wilder ik bewoog. Geen man die mij daar van dat schip haalde.

Drie uur later meerden we terug aan. Dronken van plezier kwam iemand op het idee om koers te zetten naar de louche karaokebar aan de Zavel.
De eerste scheve stappen waren al gezet, toen iemand zachtjes aan mijn mouw trok.

Ca te derange si je viens avec toi?

Ik was niet in een toestand om nog veel te begrijpen. Er zat hier iemand al een hele avond om mijn mopjes te lachen, en ik ben niet eens grappig. L. gaf me een arm, liet haar zus achter aan de kaaien, we stapten waggelend met onze bende door Brussel.

Van de karaokebar herinner ik me weinig. Om zes uur ‘s ochtends, toen de zon erdoor kwam, kon ik het niet over mijn lippen krijgen om L. te vragen of ze met me meekwam. Het zelfvertrouwen vanop de boot was gaan vliegen.
En L., die keerde terug naar Parijs.

Vier jaar lang hielden we contact. Hoorde ik een mooi nummer, dan stuurde ik haar dat door. Stond zij in Parijse galerij naar een kunstwerk te staren, dan stak ze een exposé af en konden we daar uren over discussiëren. We stuurden elkaar handgeschreven briefjes en kaartjes met 1001 verschillende boodschappen die allemaal hetzelfde wilden zeggen:
“Ik ben hier. Ik besta. En ik denk aan jou.”

Soms had zij een vriend, dan had ik een lief, en hoorden we elkaar maanden niet. Dan kreeg ik plots een bericht out of nowhere, of zij, en waren we weer vertrokken voor dagen en nachten die losjes in elkaar doorliepen. L. lachte non-stop om mijn mopjes. Ik ben niet eens grappig. Echt waar.

En toen had zij een relatie. Een lange. Een serieuze. Ergens, tussen twee aktes door, was ik verliefd geworden en dacht ik: shit. Waarom heb ik het nooit gezegd? Waarom nooit wij, waarom nooit dit op dat moment en dan zo daar een beetje van dat en wij twee dan gewoon samen? Twee jaar lang, het grote Niets.

Tot afgelopen woensdag.

Ik had drie kwartier lunchpauze. We spraken af in een café aan de Anderlechtse Industrielaan, zowat de minst romantische plek op de planeet. Ik zag L. de straat oversteken. De wereld was één grote mogelijkheid geworden. Ze was klein en frêle en prachtig.

Het weerzien was een knuffel, handen waarvan we niet wisten wat we ermee moesten, waar ben je geweest, waar gaan we naartoe. Haar studies doventolk gingen goed. Tweede master. Ze leerde mij hoe ik ‘ik hou van jou’ moest zeggen in gebarentaal. Iets met een hart dat je dan op je hand legt en dan aan de persoon geeft die voor jou staat. Ik weet niet meer wat de aanleiding was, maar ik stak een een verhaal af over pinguïns, over hoe de mannetjes voor hun liefjes een nest bouwden, een nest dat groot moest zijn en samengesteld uit zo veel mogelijk verschillende stenen. Dat er dan luie pinguïns zijn die stenen stelen uit de nesten van anderen. Dat ik van ze hield, omdat ze net als mensen waren. L., die lachte. L. stopte nooit met lachen.

Plots vroeg ze me vlakaf: ‘En, zie je iemand?’
‘Ik kom net uit een relatie, maar dat heeft niet zo lang geduurd. Jij?’

‘Nu 5 maanden single sinds het gedaan is met C.’

We keken allebei weg, naar buiten, naar de wagens die non-stop voorbijreden.

‘Ben blij dat ik je terugzie.’

‘Ik ook.’

‘Kom je nog eens naar Parijs?’

‘Heel graag.’

Ik moest niet naar Parijs. Een paar dagen later kreeg ik een berichtje.

‘Doe je iets dit weekend?’

‘Niets dat niet kan afgezegd worden.’

‘Ok. Mijn treintickets naar Brussel zijn geboekt. Slapen bij jou OK?’

‘Yep.’

Ik stond L. op te wachten in Brussel-Zuid, naast de gigantische zebra aan de Pret A Manger. Ze kwam op me afgestapt en ik kuste haar los op de mond.

‘Sorry. Zat ik gewoon al even op te wachten.’

L. zette haar tasje neer, legde haar handen in mijn hals.

‘Ik ook.’

Plots was ik een dolle jongen met een romance.

_______

Geschreven in september 2019, afgewerkt op 3 november 2019.
Deel 1 van ongetwijfeld heel veel delen.

Still from ‘Sans sang’ — Alessandro Baricco

    Pieter Van Leuven

    Written by

    Welcome to a place where words matter. On Medium, smart voices and original ideas take center stage - with no ads in sight. Watch
    Follow all the topics you care about, and we’ll deliver the best stories for you to your homepage and inbox. Explore
    Get unlimited access to the best stories on Medium — and support writers while you’re at it. Just $5/month. Upgrade