Aja 40 jaar later: introductie

Dit jaar, 2017, is het precies 40 jaar geleden dat het album Aja van Steely Dan uitkwam. Nu stam ik zelf uit 1968 en was ik in 1977 nog met hele andere dingen bezig. Met witte bessen door een pvc-buis schieten bijvoorbeeld. Maar goeds een paar jaar later kwam ik dan toch echt in aanraking met de heren Steely Dan. Een muzikaal bewustzijn dat ontstond dankzij het nummer Hey Nineteen van Steely Dan dat ik op de radio hoorde. Voor ik het wist zat ik bij al mijn vrienden als muziekdominee op de hoek van het bed mijn nieuwe geloof te prediken.

40 jaar later is dat missionariswerk er nog altijd. Daarom moet ik dit opschrijven. Want wie Steely Dan niet kent die mist iets. En Aja in het bijzonder. Het is een album dat even belangrijk is als Revolver van The Beatles. Als Pet Sounds van The Beach Boys. Als Whats’s Going On van Marvin Gaye. Als Kind of Blue van Miles Davis. Et cetera.

Punk

Aja kwam uit in het jaar dat de punk hoogtij vierde. Dat boeide Steely Dan helemaal niet. De band trok zich trouwens helemaal nooit iets van de tijdgeest aan. Maar hoewel het mijlenver van punk lijkt af te staan staken de heren van Steely Dan, Donald Fagen en Walter Becker met Aja minstens een even grote middelvinger op richting de muziekwereld als de punkers. Maar daar waar de anarchie van de punk ook in de houding zit, zit het bij Steely Dan allemaal in de muziek. Steely Dan gaf (en geeft want de band bestaat gelukkig vandaag de dag nog steeds) geen reet om imago. Het draait om muziek en niets anders.

One thing we did right on “Deacon Blues” and all of our records: we never tried to accommodate the mass market. We worked for ourselves and still do.
Donald Fagen in The Wall Street Journal

De platen van Steely Dan klinken zo prachtig HIFI, je kunt er moderne geluidsapparatuur mee testen. Hun geluidsopvatting is zwaar beïnvloed door Rudy Van Gelder, de geluidstechnicus van veel beroemde jazzplaten die een intiem geluid wist te creëren door de microfoons heel dicht bij de instrumenten te plaatsen. Droog, met weinig galm.

Zwarte humor

De teksten zijn cryptisch en vrijwel altijd voorzien van een dosis bijtende humor. Zanger Donald Fagen schrijft samen met zijn medecomponist Walter Becker de muziek en teksten als één geheel. Ze groeiden beiden op in de voorsteden van New York. En in 1967, 1 jaar voor mijn geboortejaar zijn ze elkaar op het Bard College tegen het lijf gelopen. Ze studeerden er Engelse literatuur. Niet zo gek dus dat ze hun bandnaam Steely Dan aan het bekende boek Naked Lunch van William Burroughs ontleenden.

Prachtig spel

Steely Dan is een van de weinige bands die elke keer een geslaagde mix tussen jazz en popmuziek weet neer te zetten. Het zijn liedjes met catchy poprefreinen die in tegenstelling tot de meeste popmuziek veel verder gaan dan het spelen van een stel cowboyakkoordjes met een eenvoudige zanglijn.

De muziek van Steely Dan is uitermate geavanceerd. Mark Knopfler van de Dire Straits kan dat navertellen. Op de track Time Out Of Mind van het album Caucho uit 1980 speelt hij een solo van slechts een paar seconden. Die sessie kostte hem bijna een dag werk. Nu staan Fagen en Becker te boek als enorme perfectionisten maar de uitvoering van hun muziek vraagt dan ook echt om een enorme muzikale bagage en discipline van muzikanten. De harmonische verfijndheid die Fagen en Becker in hun muziek stoppen kent zijn weerga niet. Het is zondermeer vergelijkbaar met complexe bebop jazz.

Voor de opnames van Aja moet een heel peloton aan sessiemuzikanten komen opdraven. Soms komen er zelfs meerdere sessiegitaristen aan te pas voordat een geslaagde solo wordt gevonden. En ik geef ze gelijk. Luister maar naar een paar van de alternatieven voordat ze tot de beslissende solo (nummer 7!) van Jay Graydon komen voor het nummer Peg:

De mannen werken net zolang door totdat het allemaal samenvalt: de geraffineerde akkoordstructuur, de melodieën en het samenspel tussen de musici. Hierdoor klinkt het album Aja na 40 jaar nog altijd even fris en tijdloos als toen het album uitkwam.

Tot zover. Volgende keer ga ik verder met mijn verhaal over Aja: het openingsnummer Black Cow.


Originally published at Marco Raaphorst.