Kees en zijn obsessie voor zwemmen

Die arme Kees. Kees hield veel te veel van zwemmen. Uren lag hij in bad, en als zijn vader hem eruit stuurde bleef hij nog een flinke tijd debatteren. Zijn moeder probeerde het niet eens, die wist precies wat voor vlees ze in de kuip had. Afgetobd werden ze ervan. Van jongs af aan wilde hij een goudvis als huisdier, een waterbed met een vliesdeken, een televissie op zijn kamer en er ging geen dag voorbij zonder dat hij voor het slapen voor zijn zwem bad.

Ook op school ging het niet goed met Kees, zijn cijfers zonken diep. Provisorisch werd hij bestraft met een rugslag en uiteindelijk zelfs een schoolslag, maar ze konden hem onder geen bedding laten slagen. Kees vond zijn docenten maar overdrijven. “Liever nog dat ik het Wieringa, in een viskom, of in een meerval, dan dat ik ze een diploma moet aftroggen. Hadden ze mij maar, voor ik me in een school vissen verschool, van school moeten vissen. ” Met die woorden ging hij in zee.

Afbeelding: Bad-hoc dispuut ‘Omdat ik van Aquadrome’

Kees voelde zich buitengewoon thuis tussen de vissen: de bot met zijn scherpe opmerkingen; de blije gup; de paling die hij zo graag inpakt; de eindbaars met zijn eindeloze activisme en de scharlaken die hem warm hield als hij sliep. Dat laatste klinkt misschien nog steeds koud maar in het domein van de vissen meten ze de temperatuur in visgraden, voor mensen is dat vaak lastig te visualiseren. Kees hield van alles dat te maken had met viscositeit, zo organiseerde hij wel eens een strooptocht. Ook was hij goed in snoekeren. Zijn droom was om te emigreren naar Finland, helaas kreeg hij geen visum.

Vissen in de zee leiden een roerig bestaan. Zo lijden er zalmen aan salmonella, maar ook de visserij vormt een bedreiging. Zeehonderden vissen worden door vissers uit het water gehaald om op te eten onder het mom “karper diem”. Een enkele keer wist Kees de vissen te redden door de kettingen, waar het visnet aan opgehesen werd, op te roken. Kees was namelijk een kettingroker — nog zo’n slechte gewoonte van hem. De schipper was woedend. Hij schreeuwde: “Wat deert die kabeljauw? Atavistische blobvis die je bent!” Maar Kees stak zijn tong uit en schol terug.

Zou het ooit nog goedkomen met Kees? Voor veel geobsedeerde psychiatrieklanten is er nog hoop maar Kees is zonder meer een moeilijke zaak. We noemen hem ook wel: difficult Kees.


Dit artikel was een inzending voor de grote Kleintje-taalkunstcontest, is geschreven door T. de Haan en verscheen eerder in het Kleintje VGST (33.3)

Lees ook Politie, traditie en vegetatie!

Like what you read? Give Redactie der VGST a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.