Schaakkarakter
“Schaken is niet zwart-wit of ongenuanceerd; schaken is karakter, diversiteit, veelzijdigheid, en allermeest: kleurrijk.” ~ G. Leeftink
In dit artikel wordt de essentie van het schaken blootgelegd. Dit zal ik doen door kort met u de geschiedenis van het schaken bij langs te gaan door drie wereldkampioenen te introduceren. Natuurlijk zult u hierbij in de praktijk ook nog wat van het mooie spelletje opsteken.
Max Euwe
“Strategy requires thought, tactics require observation”
Max Euwe was onze eerste wereldkampioen, en misschien ook wel de enige. In 1935 nam hij het op tegen de toentertijd topfavoriet Alexander Alekhine, die acht jaar lang voor én na Max Euwe wereldkampioen is geweest. Euwe was de underdog; als wiskundeleraar kon hij niet fulltime schaken. Ook was hij redelijk pessimistisch over de wedstrijd tegen Alekhine. Toch heeft hij deze 30-partijen-lang durende race weten te winnen. Na de eerste negen wedstrijden stond hij 3–6 achter, maar heeft dit om kunnen zetten in een 15½–14½ winst, op het nippertje gewonnen dus! Jammer genoeg verloor hij in 1937 de rematch en kon Alekhine zijn knipperlicht-hegemonie weer voortzetten.
Euwe was een sterke speler omdat hij zeer logisch kon nadenken. Hij was ontzettend goed op alle fronten van het spel (met uitzondering van het eindspel, maar weinig spelers waren daar in die tijd écht goed in). Een goed gespeeld partijtje schaak ziet er dan ook als volgt uit:
- Opening
- Middenspel
- Eindspel
In de Opening wordt meestal door wit (maar in sommige gevallen ook door zwart) bepaald wat voor soort spel het wordt: een tactische partij of een strategische (positionele) partij.
Een tactische partij wordt getypeerd door zijn gestoorde stellingen, trucjes, offers en ga zo maar door. Het houdt in dat u heel veel moet rekenen, omdat u met een gemiste tegenzet uw spullen kunt pakken. Magnus Carlsen (de huidige wereldkampioen) staat erom bekend een machine te zijn: hij is de sterkste tacticus aller tijden.
Een strategische partij kenmerkt zich door zijn rustige voortgang. Stapje voor stapje worden er plannen uitgevoerd om net iets beter te staan dan daarvoor. Strategisch betekent dus niet ‘slap’ of ‘zwak’, want het kan best wel agressief schaken zijn. Alleen moet het agressieve wel op het juiste moment komen, namelijk als alle voorbereidingen zijn getroffen. Dat kan lang duren, vooral als de snode plannen van de tegenstander eerst afgeweerd moeten worden.
Wanneer een strateeg het opneemt tegen een tactische speler, bepaalt de opening veelal het spel: wanneer de opening een tactische vorm aanneemt, dan zal de tactische speler snel toeslaan, of de strateeg door de tijd jagen. Maar als de opening strategisch is, wacht de tacticus een langzame en pijnlijke dood, omdat zijn inzicht niet groot genoeg is voor een duurzaam plan. Meestal leert men in het allereerste begin de tactieken in het schaken, omdat het de makkelijkste manier is om stukken van de tegenstander te winnen en om mat te zetten. Maar naarmate men beter wordt, is het belangrijk om plannen te maken op basis van openingen, omdat de tegenstanders op hoger niveau voor elke opening grofweg wel een plan hebben. Omdat beide vormen van spelen veel logica bevatten, was Max Euwe goed in beide. Dat heeft er wellicht voor gezorgd dat hij lang geleden wereldkampioen werd.
Bobby Fischer
“I like the moment when I break a man’s ego.”
Robert James Fischer, ook wel Bobby Fischer genoemd, kan met twee woorden worden getypeerd: Legendarisch en gestoord. Hij mocht dan wel geniaal zijn, maar als hij niet exorbitante eisen stelde aan de wedstrijden voor de wereldtitel, was hij niet 3, maar wel 15 jaar wereldkampioen geweest. Op veertienjarige leeftijd pakte hij de Amerikaanse titel, en heeft deze vanaf toen 8 keer op rij gewonnen, waarvan één keer met een 100% score, wat extreem goed is voor toernooien in de top, en in Amerika verder nooit gebeurd is.

De sterkte van Fischer zat hem in het feit dat hij vrijwel geen zwakheden had, en ongelooflijk creatief was in het verzinnen van nieuwe strategieën en openingen. Wanneer hij speelde, deden zijn tegenstanders nooit verkeerde zetten, maar ze konden hem niet pakken: hij deed altijd een betere of een briljante zet. Wanneer een zet slecht leek, dan was dat vaak schijn: zoiets heette een Fischer-zet. Als hij zo’n zet deed, dan wist zijn tegenstander niet of hij op het verzoek van die zogenaamd ‘slechte zet’ in moest gaan, of dat hij gewoon door moest gaan met het huidige plan die hij of zij al had. Zó bang waren zijn tegenstanders destijds. Zijn bekendste Fischer-zet was tegen Donald Byrne. In deze partij, waar hij overigens nog maar 13 jaar was en Donald Byrne een internationaal meester, offerde hij zijn dame op, zonder zijn tegenstander daarna direct schaakmat te zetten. Ook leek het alsof hij met dit offer niet veel goede tegenzetten zou hebben: niemand behalve Fischer zou dit dame-offer proberen. Maar door zijn positionele en tactische spel wist hij 15 zetten later zijn tegenstander in een matnet te vangen en kon hij het punt binnenslepen. En dat als broekie van 13 jaar…
Het levende voorbeeld van iemand die complottheorieën bedacht was tevens Bobby Fischer. Het kan zijn dat hij zo nu en dan wel gelijk had, maar vaak beweerde hij dat bepaalde partijen of personen samen zouden zweren om hem het leven moeilijk te maken. Een voorbeeld hiervan is dat hij de Russen ervan verdacht dat ze tijdens het wereldkampioenschap alle zetten van hun onderlinge wedstrijden al afgesproken hadden (fraude dus), waardoor ze meer energie hadden om tegen Fischer te spelen. Nu is dit nog niet zo’n gekke bewering, maar er zijn nog veel meer uitspraken of beschuldigingen van Fischer die nóg frappanter waren dan dit.
De les die men kan leren van Bobby Fischer: wees creatief, wees kritisch, maar zorg dat je niet paranoïde wordt. Psychologen meenden dat Fischer een stoornis als schizofrenie of een paranoïde persoonlijkheidsstoornis had. Toch was er ook een psycholoog en tevens een goede vriend van Fischer die dacht dat Fischer misschien wel jeugdtrauma’s of iets dergelijks had, en zich daarom niet begrepen voelde. Het uiteindelijke probleem was dan ook dat hij vaak niet realistisch was. Nu was dit voor schaken geen probleem, maar in zijn leven botste hij vaak met mensen of groepen. Dit leidde uiteindelijk tot zijn persoonlijke ondergang.
Garry Kimovich Kasparov

“Chess helps you to concentrate, improve your logic. It teaches you to play by the rules and take responsibility for your actions, how to problem solve in an uncertain environment.”
Garry Kasparov: misschien hebt u ooit wel van de naam gehoord. Kasparov wordt door velen gezien als de beste schaker aller tijden (de overigen vinden Fischer de beste), en wordt vaak toegejuicht door zijn uitgesproken mening over politiek. Nadat hij op zijn 41ste vroeg stopte met zijn schaakcarrière, besloot hij de politiek in te gaan. Daar heeft hij geprobeerd het regime van Putin te verbreken, maar door ‘het politieke klimaat in Rusland was het moeilijk voor een oppositionerende partij om een programma te organiseren’ (zo stond dat mooi op wikipedia).
Kasparov stond bekend om zijn dynamisch-strategische spel, zijn agressieve spel en om zijn veelvuldig voorbereide openingen. In dit opzicht leek zijn speelstijl veel op die van de eerder genoemde Alekhine en Fischer. Kasparov kon extreem probleemoplossend denken, en dat is ook wat zijn spel typeert.
Toch heeft Kasparov ook zijn zwarte bladzijden gehad. Zo heeft hij in de vroege negentiger jaren gebroken met de algemeen geaccepteerde internationale schaakbond FIDE, en heeft zijn eigen bond en ranking-systeem opgezet. Dit heeft zo’n tien jaar lang geduurd, en beide bonden hebben in die tien jaar tijd aparte wereldkampioenschappen georganiseerd. Uiteindelijk is de bond van Kasparov opgeheven door gebrek aan sponsoring. Later heeft hij er toch spijt van gehad te breken met FIDE omdat het volgens hem op lange termijn een negatieve invloed had op de schaaksport.
Na zijn schaakcarrière ging Kasparov de politiek in. Hij probeert het probleemoplossend vermogen dat hij heeft om te zetten in de praktijk, in het echte leven. Hij probeert hetcommunisme wat volgens hem in Rusland heerst, te bestrijden. Met zijn oneliner “Putin must go” begon Kasparov in 2010 steeds meer tegen Putin op te treden. Hij heeft Putin zelfs al gelinkt aan Hitler, een fascisme-regime, een dictator, en zo ongeveer alles wat met deze typeringen te maken heeft. Ook heeft hij zijn ontevredenheid uitgesproken over het feit dat Trump de banden met Putin wil aanhalen. Best wel een moraalridder eigenlijk. Dit alles heeft er toch maar voor gezorgd dat hij in 2014 een Kroatisch paspoort heeft aangevraagd, omdat hij het ‘ongelooflijk moeilijk vond wonen in Rusland.’
Kasparov laat niet alleen in zijn speelstijl, maar ook in zijn meningen en overtuiging zijn karakter zien: probleemoplossend en verstandig, maar toch ook agressief. En dat is ook wat schaken zo mooi maakt: spelers kunnen hun karakter laten zien in hun schaakspel, en op die manier zichzelf identificeren met de rest van de wereld. Schaken is te vertalen tot de persoonlijkheid van de speler zelf, en Kasparov is hierin het voorbeeld en inspiratie voor alle schakers. Maar uiteindelijk blijft de eerste vraag die men voor een potje schaak zich afvraagt: Wie is Zwart, en wie is Wit?
Dit artikel is geschreven door G. Leeftink en verscheen eerder in het Kleintje VGST (34.6)

