Afbraak van het medisch beroepsgeheim - wat staat er nu écht in wetsvoorstel 33 980?

Disclaimer: ik heb geen rechten gestudeerd. Wat volgt is een uitleg van hoe ik het wetsvoorstel begrijp, in zo simpel mogelijke taal. Mocht ik ergens de fout in gaan, laat het me dan alsjeblieft weten zodat ik het kan aanpassen.

Wetsvoorstel 33 980 leek even onder de radar te vliegen, gezien het op dezelfde dag werd aangenomen als voorstel 33 506 over de Actieve Donor Registratie. Toch verschenen al snel bezorgde artikelen op Facebook over de aantasting van het medisch beroepsgeheim door dit wetsvoorstel. De artikelen die ik het meest zag langskomen stonden ofwel vol scheldwoorden (Vice), ofwel vol ontoegankelijk moeilijke taal (Medisch Contact). De artikelen richten zich respectievelijk op de eerlijkheid, en achtergrond van het wetsvoorstel. In dit artikel zal ik me richten op de inhoud, en proberen de belangrijkste wijzigingen van de wet in normaal Nederlands te vertalen.

Hoe groot zijn de wijzigingen in 33 980?

Eigenlijk heel klein. En wel omdat het medisch beroepsgeheim in de huidige wetgeving al niet meer bestaat. Als dat je verbaast, of je daar zelfs van schrikt, dan is dat denk ik terecht.

Oké, even technisch: de NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) houdt toezicht over aanbieders van zorgverzekeringen, en aanbieders van zorg. De NZa zorgt er dus voor dat je als patiënt niet wordt opgelicht door je arts of je zorgverzekering, maar ook dat jij je zorgverzekering niet oplicht, of samen met je zorgverekering de overheid oplicht. Dat is op zich dus een goede zaak.

De combinatie van de wet en de regeling hebben bepaald dat de NZa nu al in veel gevallen allerlei persoonlijke informatie van je kan opvragen.

Om dit toezicht te kunnen houden mag de NZa gegevens opvragen bij je zorgverzekering en je arts of ziekenhuis. Dat de NZa dit mag is vastgelegd in de Wet marktordening gezondheidszorg. In welke mate de NZa dit mag is vastgelegd in een zogenaamde Ministeriële Regeling. Deze regeling wordt opgesteld door de minister, en bepaalt tot in detail welke informatie bij welke omstandigheden opgevraagd mag worden. Een ministeriële regeling hoeft niet door de Tweede en Eerste Kamer aanvaard te worden.

De combinatie van de wet en de regeling hebben bepaald dat de NZa nu al in veel gevallen allerlei persoonlijke informatie van je kan opvragen. Inclusief diagnoses en strafrechtelijke informatie. Vanwege de vele details in de ministeriële regeling is het afhankelijk van de situatie hoe veel van je informatie opgevraagd kan worden. Afgaande op Henk van Gerven ben je op dit moment nog redelijk beschermd als je een (duurdere) restitutie-polis hebt afgesloten.

Wat verandert er dan wél in 33 980?

Wetsvoorstel 33 980 zorgt er voor dat bepaalde dingen die nu in de ministeriële regeling staan, in de wet worden gezet. Maar nu met nóg meer vrijheid voor de NZa. De belangrijkste is de toevoeging aan Artikel 65:

2 De zorgautoriteit verwerkt de voor de uitvoering van deze wet noodzakelijke persoonsgegevens, waaronder medische en strafrechtelijke gegevens, met in achtneming van het krachtens het eerste lid bepaalde.

Na deze toevoeging is het niet meer de vraag in welke mate persoonlijke gegevens gebruikt mogen worden. Want hier staat dat persoonsgegevens, inclusief medische en strafrechtelijke gegevens, allemaal gebruikt mogen worden. De ministeriële regeling bepaalt nu alleen nog hoe deze gegevens gebruikt mogen worden. Maar dat ze gebruikt mogen worden staat nu vast.

De NZa krijgt sowieso meer te zeggen over hoe ze met deze gegevens omgaan.

Ook op andere plekken in de wet wordt meerdere keren specifiek toegevoegd dat het is toegestaan om diagnose-informatie, en andere informatie die tot een diagnose kan leiden, op te vragen. (Ter referentie: Artikel 68a, lid 4.)

De NZa krijgt sowieso meer te zeggen over hoe ze met deze gegevens omgaan. Lees bijvoorbeeld dit artikel:

Artikel 38. 
De zorgautoriteit kan nadere regels stellen betreffende het door zorgaanbieders:
a bekendmaken van tarieven
b specificeren van op verrichte prestaties betrekking hebbende rekeningen.

Wat in wetsvoorstel 33 980 wordt aangevuld met:

c vermelden van medische persoonsgegevens, waaronder mede begrepen diagnose-informatie van de consument, en andere persoonsgegevens op rekeningen als bedoeld in onderdeel b.

Naast het maken van beslissingen over wat zorgverzekeringen bekend moeten maken over hun tarieven en administratie (dat waar de NZa voor is aangesteld), mag de NZa nu dus ook nieuwe regels maken over welke persoonsinformatie zij moeten vrijgeven. Inclusief medische diagnoses.

Als laatste voorbeeld een alinea die wordt verwijderd uit de wet:

Artikel 66. 2 Zorgaanbieders en ziektekostenverzekeraars zijn niet verplicht op verzoek medische persoonsgegevens te verstrekken ten behoeve van de uitvoering van een verplichting die het eerste lid oplegt aan anderen.

Deze alinea zorgde ervoor dat gevoelige persoonsgegevens niet aan andere instanties dan het NZa hoefden worden vrijgegeven. Nu kunnen andere instanties dus ook persoonsgegevens opvragen.

Het wetsvoorstel staat vol met dit soort ogenschijnlijk kleine wijzigingen, die steeds meer instanties het recht geven je informatie op te vragen.

Op verschillende plaatsen wordt “FIOD-ECD” vervangen door “de bijzondere opsporingsdiensten”. (Ter referentie: Artikel 66, lid 1.) Dat betekent dat nu alle bijzondere opsporingsdiensten de vrijheid krijgen informatie op te vragen die eerder alleen voor het FIOD-ECD bestemd was.

Het wetsvoorstel staat vol met dit soort ogenschijnlijk kleine wijzigingen, die steeds meer instanties het recht geven je informatie op te vragen.

En wat staat er nog meer in deze wet?

Eén artikel sprong er voor mij uit. (En let op: dit is een artikel in de bestaande wet. Dit geldt dus nu al.)

In Artikel 70 staat met welke instanties de NZa gegevens mag uitwisselen wanneer dat nodig is voor het uitoefenen van wettelijke taken en — je leest het goed — het beperken van administratieve lasten. (Betekent dit dat het makkelijker maken van de administratie van een instantie een gegronde reden is om gevoelige persoonsgegevens uit te wisselen? Ik weet het niet.)

De instanties waarmee de NZa gegevens mag uitwisselen, ben je er klaar voor? Het Zorginstituut, het College sanering, het Staatstoezicht op de volksgezondheid, de Autoriteit Consument en Markt, de Nederlandsche Bank, de Stichting Autoriteit Financiële Markten, het College bescherming persoonsgegevens, de FIOD-ECD, de Gezondheidsraad, het Rijksinstituut voor de volksgezondheid en milieu, de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, de Raad voor gezondheidsonderzoek, het Centraal Planbureau, het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Sociaal Cultureel Planbureau.

De eerlijkheid gebiedt hier bij te vermelden dat ook meerdere keren in de wet staat vermeld dat alleen de gegevens die nodig zijn voor een controle opgevraagd mogen worden, en dat ze niet langer bewaard mogen worden dan nodig voor de controle. En ook dat voor iedereen die informatie opvraagt geheimhoudingsplicht geldt. Maar dat klinkt voor mij wel erg als: “Iedereen mag het weten, zolang niemand het maar doorvertelt.”

Is het dan niet eigenlijk al te laat?

Naar mijn mening: Ja en Nee.

Ja, blijkbaar is het medisch beroepsgeheim al lang niet meer zo’n waterdicht concept als wij denken en verwachten. En wetgeving hiervoor is doorgevoerd zonder dat daar veel ophef over gemaakt is.

Dit wetsvoorstel kan nog tegen gehouden worden in de Eerste Kamer.

Maar toch is er reden om alsnog actie te ondernemen naar aanleiding van het aannemen van dit wetsvoorstel. Het beroepsgeheim is geen zwart/wit kwestie. Het absolute beroepsgeheim bestond toch al niet (onder bepaalde omstandigheden mocht bijvoorbeeld altijd al de politie ingeschakeld worden). Maar we glijden langzaam af van een bijna-wit lichtgrijs, naar een steeds donkerder versie.

Dit wetsvoorstel kan nog tegen gehouden worden in de Eerste Kamer. En willen we zorgen dat het afbrokkelen van het medisch beroepsgeheim op lange termijn gestopt wordt, dan zal er een duidelijk signaal gegeven moeten worden vanuit de samenleving.

De eerste stap is het tekenen van een petitie tegen het aannemen van dit wetsvoorstel door de Eerste Kamer. Bijvoorbeeld deze.