Het economisch model loopt in zijn blootje!

Waar de betekeniseconomie de waarheid spreekt.

Laten we het eerst nog even over het begrip purpose hebben, of betekenis zoals we het nu ook wel noemen en dan specifieker nog: betekeniseconomie. Purpose vertaal je over het algemeen in bedoeling. Met het woord betekenis maak je het dan helemaal af — ‘het is de betekenis van.’ Als je het begrip los laat op bedrijven en organisaties dan kun je het hebben over de bedoeling of de betekenis. ‘Wat is de bedoeling van wat we doen?’, en: ‘Wat is de betekenis van wat we hier beogen?’ Eigenlijk twee heel normale vragen. Ware het niet dat normale vragen over de bedoeling of de betekenis een beetje ondergesneeuwd raken in een cultuur of omgeving die het zo druk heeft met zichzelf dat er geen tijd is voor normale vragen. Of zelfs liever, om uiteenlopende redenen, die eerlijke vraag niet wil horen.

Ik moet denken aan het sprookje ‘De nieuwe kleren van de keizer.’ Ik denk dat iedereen dat sprookje wel kent — het is niet voor niets geschreven door Hans Christiaan Andersen. Opgroeiend in een verstikkende Deense cultuur waar ook de filosoof Søren Kierkegaard over schrijft in zijn meer filosofische werk. In die cultuur waar men liever elkaar de maat niet nam, schreef Andersen over de nieuwe kleren van de keizer die eigenlijk geheel naakt rondliep. Iedereen is verheugd over deze nieuwe outfit — niemand durft dus te zeggen dat de keizer letterlijk voor lul loopt — behalve een kleine jongen. En meestal als het eerste schaap over de dam is, volgen er meer. Op het laatst kraait iedereen het uit van plezier: ‘De keizer loopt in zijn blootje!’

Zo is het ook een beetje met Kaj Morel die als sociaal psycholoog zich waagt in het land van de economen. Verbaasd merkt hij op in zijn boek ‘Tijd voor de betekeniseconomie’: ‘Terwijl het volstrekt duidelijk is dat het huidige neoliberale economisch model, dat gericht is op maximale individuele vrijheid en groei, niet houdbaar is, volharden we om onze oplossingen binnen dit model te zoeken. Een doodlopende weg.’ Het is een beetje alsof we aan de nieuwe kleren van de keizer nog wat willen vermaken, even een zoom uitleggen, nog een klein naadje bij de broek verstikken, terwijl we al die tijd naar een naakte keizer aan het kijken zijn. Kaj Morel is dan het jongetje dat na een les bij een groep jonge economie studenten die allemaal vertellen dat het nu eenmaal zo is, uitroept: ‘Toen ik met eigen oren hoorde dat een groep toekomstige economen zich expliciet neerlegde bij een economische benadering die ik als een doodlopende weg beschouw, voelde ik dat ik daar iets aan moest doen.’

‘Ach, de deur van het geluk gaat niet open door er maar even met de schouder tegen aan te drukken als je er op afstormt. Zo loop je er op te pletter. Want je moet haar opentrekken.’ — Søren Kierkegaard

Zo ontstond een boeiend boek waarin hij als niet-econoom (en gelukkig maar) tegen ‘nieuwe economische kleren’ aankijkt. Via vragen over de rol van de economie in de samenleving en of de mens eigenlijk wel egoïstisch is en alle oude denkbeelden over de vrije markt, komt Kaj Morel uit bij de betekeniseconomie. ‘We kunnen nu besluiten om te kiezen voor een economische benadering die gestoeld is op de sociale, solidaire kant van de mens. Het feit dat we het lastig vinden om ons voor te stellen hoe zo’n benadering eruit ziet, hoeft ons niet tegen te houden.’ In de betekeniseconomie gaat het niet om winstmaximalisatie, niet om nog meer zinloze producten, niet om productieprocessen die alleen maar schadelijk zijn voor de planeet en niet om mensonterende arbeid. Elke dag komen we nu deze verhalen tegen en we zijn er klaar mee. Kaj Morel beschrijft 10 uitgangspunten voor een betekeniseconomie, die ik hier kort citeer:

  1. Mensen willen zich graag altruïstisch gedragen (in plaats van egoïstisch)
  2. De gemeenschap is het hoogste goed (in plaats van individuele vrijheid)
  3. Gemeenschappelijke hebzucht is het fundament waarop de economie gebouwd wordt (in plaats van individuele hebzucht)
  4. Betekenismaximalisatie is de drijvende kracht achter de economie (in plaats van individuele nutsmaximalisatie)
  5. Betekenis is schaars (in plaats van geld)
  6. Economie draait om de lange termijn (in plaats van de korte termijn)
  7. Economie draait om het dienen van belangen (in plaats van het vervullen van behoeften)
  8. Economie draait om betekenisvolle groei (in plaats van groeien om te groeien)
  9. Alleen het scheppen van dikke waarde is economisch verantwoord (in plaats van dunne waarde)
  10. De rechtvaardige prijs weegt het zwaarst (in plaats van de marktprijs)

Daarom is het woord ‘purpose’ of ‘betekenis’ zo’n woord dat andere mensen— in navolging van dat jongetje — nu mee gaan roepen als de keizer zonder kleren langskomt. ‘Het economisch model loopt in zijn blootje!’ Aan het eind van zijn boek schrijft Kaj Morel: ‘Hoe mooi zou het zijn als we aan de hand van dit verhaal de aanhangers van de vrijemarkteconomie kunnen confronteren met hun eigen denkbeelden. Als we hen daarover kritische, inhoudelijke vragen kunnen stellen, mythes kunnen ontmaskeren en deze door feiten kunnen vervangen. Als we hen een alternatief kunnen aanreiken. Zodat we een inhoudelijke dialoog met hen kunnen voeren in plaats van een oppervlakkige discussie die steevast eindigt met: ‘Het is goed voor de economie, sufferd.’

Ron van Es — Work and Purpose