Niet-weten

Jan Oegema schrijft in zijn prachtige boek ‘De stille stem van niet-weten als levenshouding’: ‘Het niet-weten heeft een aantal kenmerken die in wisselende combinaties telkens terugkeren. De belangrijkste zijn: verwondering over veelvormigheid en complexiteit van het bestaan; nieuwsgierigheid naar wat zich afspeelt aan de randen van het weten (bijvoorbeeld in het zwijgen, de stilte); het aandurven van onzekerheid; het durven toelaten van twijfel; behoedzaamheid bij het uitdragen van een levensovertuiging; voorzichtigheid bij het articuleren van een levensbeschouwelijke identiteit; bevreemding over de automatismen van het bewustzijn (teveel ‘ik’ aan het woord laten).’

Als je een lijn tekent vanaf je geboorte tot waar je nu bent en op die lijn belangrijke momenten neerzet, zoals scholing, ontmoetingen, werk, relaties dan ben ik wel benieuwd of je op die levenslijn ook de momenten kunt ‘merken’ dat je wist wat je moest gaan doen. Dat je daar wist welke kant je op wilde gaan, dat je wist van je eigen ‘purpose’. En dat weten dan diep van binnen voelde en soms nog helemaal niet uitgesproken had. En als je dat terug kunt vinden op je levenslijn, die momenten van dieper weten, weet je dan ook nog wanneer je er mee voor de dag kon komen? Durfde je daar ook te vertrouwen dat het goed was? Of heb je de moed gehad om het eerst nog bij je te houden en was je er lang alleen mee? Had je voldoende mededogen met jezelf om in het niet-weten eerst naar jezelf te kijken?

Niet-weten over je eigen betekenis, over het gaan van je eigen weg, betekent ook de moed hebben om te wachten. En te luisteren. Je toe te eigenen wat van jou is. Dat is in dat niet-weten misschien nog wel het moeilijkst. Je eigen stem, je eigen verhaal te horen. Te weten. Te leren weten in dat niet-weten.

(uit: ‘Ertoe doen — de Cirkel van Betekenisvol Leven’)

Ron van Es