11 adviezen voor de uitrol van slimme meters van VREG

Source: Unslash, by: Sebastien Gabriel

Recent maakt maakte de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (hierna ‘VREG’) haar advies met betrekking tot de conceptnota digitale meters van 6 april 2017 publiek.

In deze nota oppert de VREG dat …

1. … het wel degelijk ‘een slimme meter’ betreft, en geen ‘digitale meter’.

‘Elke elektronische meter, ook de meest eenvoudige meter met enkel een kWh meterstand op een rollentelwerk, is een digitale meter. De aanwezigheid van een communicatiemiddel dat toelaat de meter op afstand uit te lezen en informatie naar de meter te sturen, en de brede range van informatie die beschikbaar is, maakt van een digitale meter een slimme meter.’ (p3) doch ‘Het is dus belangrijk om te benadrukken dat het niet de slimme meter zelf is die communiceert, maar de Smart Metering Gateway communicatie-module.’ (p6)

2. … de huidige vooropgestelde vereisten voor de ‘P1’ gebruikspoort niet volstaan.

‘De VREG beveelt aan om een bijkomende poort te voorzien in de specificaties van de slimme meter, die toelaat om de ruwe meetdata naar buiten te brengen’ want ‘de huidige gebruikerspoort waar 1 seconde data wordt verstrekt is niet afdoende voor de meeste CEMS applicaties.’ (p8)

‘In de slimme meter is normaal gezien al een chip set aanwezig die met een veel 4 tot 8 kHz meetwaarden beschikbaar kan stellen dan het signaal dat standaard via P1 naar buiten gebracht wordt. Het zou volstaan om een extra poort te voorzien en de chip set hiermee te verbinden om het ‘ruwe’ signaal naar buiten te brengen. Dit kan aan een bijzonder lage kost geïntegreerd worden, maar biedt wel een veel groter potentieel aan nuttige toepassingen.’ (p8)

3. … submetering van gereguleerde activiteiten best via de ‘P2' poort kan gebeuren.

‘De VREG stelt voor in het Energiedecreet een onderscheid te maken tussen private submeters die volledig aan de commerciële markt worden overgelaten en submeters waarvan de submeetgegevens worden gebruikt voor gereguleerde processen zoals voor de twee processen hierboven vermeld.’ (p14)

‘De VREG is van mening dat bepaalde categorieën van submeters ook op de P2-poort aangesloten kunnen worden als de databeheerder de taak heeft om die meters uit te lezen. De VREG denkt hierbij aan submeters op wiens meetgegevens gereguleerde, economische transacties gebaseerd worden zoals voor de berekening van de GSC en WKC bij de productie van groene stroom of voor het meten van flexibiliteit in de elektrische binneninstallaties van de netgebruiker in het kader van de energieoverdracht problematiek.’ (p9) Hierbij stelt de VREG eveneens dat ‘submeters waarbij er enerzijds geen energieoverdracht problematiek is en de dienstverlener van flexibiliteit ook de evenwichtsverantwoordelijke en/of leverancier van de distributienetgebruiker is, maar waarbij er anderzijds wel sprake is van een activatie van flexibiliteit op basis van een extern signaal, niet te laten vallen onder de gereguleerde processen.’ (p14)

4. … de slimme meter in budgetmeter-modus het betaalkrediet moet weergeven.

‘De VREG beveelt aan om de slimme meter in budgetmetermodus het betaalkrediet te laten weergeven op het display van de slimme meter’ want ‘het beperken van de weergave van de informatie over het openstaand krediet tot weergave op het CEMS impliceert dat de gebruiker van de budgetmeterfunctionaliteit een CEMS moet aanschaffen of er een aangeboden krijgt van de netbeheerder.’ ‘Het lijkt de VREG essentieel dat een klant die beleverd wordt door de distributienetbeheerder op de meter kan controleren of hij na betaling kan verbruiken.’ (p11)

5. … de slimme meter de kwaliteit van de levering van elektriciteit moet registreren.

‘Men gaat aan de functionaliteit om de kwaliteit van de levering van elektriciteit te registreren en door te sturen naar een IHD voorbij in de conceptnota. Deze functionaliteit werd geadviseerd door de VREG omdat verbruikers op die manier overspanningen op het net als gevolg van onwettige programmering van PV-omvormers kunnen detecteren.’ (p12)

6. … alle submeters moeten voldoen aan het ‘Technisch reglement distributie elektriciteit’.

‘Omdat er in vele gevallen sprake is van een economische transactie bij flexibiliteit, is de VREG van mening dat alle submeters (zowel privé, als andere) die voor flexibiliteit gebruikt worden, moeten voldoen aan de technische meetvereisten omtrent nauwkeurigheid en spanning uit de bijlage II van het TRDE. De netgebruiker moet er zich in zijn contract met een dienstverlener van flexibiliteit van kunnen verzekeren dat de meetwaarden op basis waarvan hij een vergoeding ontvangt voor de flexibiliteit voldoen aan een bepaalde technische standaard.’ (p13)

7. … de technische compensatie van prosumenten moet worden stopgezet.

‘De VREG heeft fundamentele vragen bij het in de conceptnota voorgestelde zogenaamde ‘verworven recht op technische compensatie’ ook na de invoering van de slimme meters kunnen blijven bestaan, evenals bij het geopperde uitstel tot 2021 om nieuwe prosumenten het voordeel van de technische compensatie te ontzeggen.’ (p16)

‘De VREG is van mening dat er alleen een slimme meter moet worden geplaatst als de voordelen van die meter binnen een redelijke termijn kunnen worden benut. Hiertoe zou voor prosumenten die beschikken over een slimme meter het principe van technische compensatie moeten stopgezet worden om op die manier de integratie in de markt en de overgang naar een slim net te bewerkstelligen.’ (p17) Doch onderschrijft de VREG als overgangsmaatregel ‘de nood aan maatregelen die het financieel nadelige effect van het wegvallen van het recht op compensatie voor prosumenten geheel of gedeeltelijk wegwerken. Dat wil niet zeggen dat het behoud van de compensatieregeling zoals we die nu kennen behouden kan blijven, integendeel zelfs.’ Anders gesteld, ‘na de invoering van de slimme meter moet er uitgegaan worden van een “financiële compensatie” van prosumenten met een slimme meter, en niet meer van een “technische compensatie” van de afgenomen en geïnjecteerde energie bij prosumenten met een terugdraaiende teller.’ (p16)

8. … kostenefficiëntie van metering en databeheer moet kunnen worden afgedwongen, en dit aan de regulator toebehoort.

‘De VREG stelt vast dat de conceptnota aandringt op een standaardisering en samenwerking tussen de distributienetbeheerders en hun werkmaatschappijen op het vlak van de slimme meter en de bijhorende meetsystemen. De VREG merkt op dat een verregaande samenwerking op lange termijn ook een maatschappelijke risico in zich draagt. Door samen af te spreken om dezelfde kosten te maken, schakelen de netbeheerders de onderlinge competitie uit die in de huidige tariefmethodologie was voorzien. Het wordt dan een grotere uitdaging voor de VREG om er voor te zorgen dat zij samen, a.h.w. optredend als enige monopolist in Vlaanderen, kostenefficiënt blijven werken.’ (p20)

‘De conceptnota gaat enkele malen in op de vraag welke distributienetgebruiker welke kosten zou moeten dragen bij de plaatsing van een slimme meter. De VREG vraagt om deze bepalingen, die behoren tot de tariefmethodologie, achterwege te laten.’ (p21)

9. … het concept van ‘dynamische capaciteitstarieven’ zijn grenzen kent.

‘De conceptnota stelt dat dynamische capaciteitstarieven zullen kunnen geïmplementeerd worden omdat via de slimme meter het aansluitvermogen op afstand kan ingesteld worden. De VREG oordeelt dat het aanpassen van het aansluitvermogen louter op aanvraag van de klant zou moeten beperkt worden tot maximaal 1 x per kalenderjaar, wegens een belangenconflict tussen distributienetgebruiker en distributienetbeheerder.’ (p21)

10. … het scherper gesteld moet worden aan welke partij databeheer toebehoort, en hoe deze gereguleerd zal worden.

Het doel dat volgens de VREG voor ogen gehouden moet worden is dat ‘het regelgevend kader voldoende transparantie biedt en één centraal beleid creëert inzake gegevensbescherming, dataveiligheid, toegangsmodaliteiten,… .’

‘De conceptnota stelt dat aan de distributienetbeheerders de taak zal worden opgelegd om een databeheerder op te richten en dat die databeheerder een neutrale gereguleerde partij met rechtspersoonlijkheid moet zijn die moet optreden als trusted third party.’ ‘De conceptnota lijkt hierbij te suggereren dat de databeheerder geen taken in naam en voor rekening van de distributienetbeheerders zal vervullen maar een eigen takenpakket zal hebben. Het zou met andere woorden gaan om een nieuwe speler op de energiemarkt. Dit betekent dat deze speler ook apart zou moeten worden gereguleerd.’

‘De VREG is niet overtuigd dat deze constructie de meest optimale manier is om het beoogde doel te bereiken: een efficiënt, transparant en non-discriminatoir datamanagementmodel, met garanties voor privacy van gegevens.’

Eveneens zou ‘de databeheerder verantwoordelijk moeten zijn voor de hele ketting, van het uitlezen/aflezen tot het beheren en het uiteindelijk verstrekken van data. De VREG is dan ook van mening dat de databeheerder zou moeten worden aangeduid als verantwoordelijke van de verwerking. Hij moet verantwoordelijk zijn voor het beheren, verwerken, valideren, bewaren van de gegevens, moet de data integriteit en privacy garanderen en instaan voor de waarachtigheid en nauwkeurigheid van die gegevens.’

‘Zoals hoger reeds aangehaald zou het regelgevend kader duidelijk moeten bepalen welke overige taken de databeheerder mag en moet uitvoeren. Het lijkt de VREG noodzakelijk dat de databeheerder geen activiteiten mag ondernemen inzake het aanbieden van commerciële energie- of andere diensten of mag optreden als ‘dienstverlener van flexibiliteit’. Daarnaast zou het verbod ook ruimer moeten gaan dan commerciële energiediensten. Ten slotte, stelt de VREG zich de vraag of de keuze voor het oprichten van een aparte neutrale entiteit als databeheerder impliceert dat deze vennootschap enkel taken in het kader van databeheer zou mogen uitoefenen en dus geen andere diensten mag uitoefenen.’

11. (…) de taken die de distributienetbeheerder mag uitvoeren specifieker bepaalt moeten worden.

‘De netbeheerder mag conform de conceptnota de door databeheerder gecollecteerde data niet gebruiken voor commerciële doeleinden in het kader van energie-efficiëntie of andere energiediensten. Daar wordt aan toegevoegd: “In dat kader zou onder art. 4.1.8 van het Energiedecreet een limitatieve lijst moet worden opgenomen van activiteiten die de netbeheerder en zijn werkmaatschappij wel nog kunnen ondernemen.”.’

‘De VREG deed zelf al eerder een voorzet hiertoe, en verwijst naar het voorstel tot aanpassing van art. 4.1.8 en 4.1.8/1 van het Energiedecreet in het advies m.b.t. flexibiliteit meer bepaald:

  • de netbeheerder of zijn werkmaatschappij zou geen commerciële diensten mogen aanbieden, ook niet t.a.v. zijn aandeelhouders/vennoten.
  • de netbeheerder of zijn werkmaatschappij zou geen activiteiten mogen ondernemen inzake het aanbieden van commerciële energiediensten of het optreden als dienstverlener van flexibiliteit of het optreden als aggregator van commerciële flexibiliteit.
  • een algemeen verbod moeten worden ingevoerd tot het ontplooien van activiteiten die een belemmering kunnen vormen voor de vraag naar en de levering van energiediensten of andere maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie, of die de ontwikkeling van de markt voor dergelijke diensten of maatregelen in de weg staan, waaronder marktafscherming of misbruik van machtspositie.

Het invoeren van het algemeen verbod op ontplooien van activiteiten zoals hiervoor beschreven houdt eigenlijk een omzetting in van artikel 18/3 van de Richtlijn Energie-efficiëntie 2012/27. Teneinde één en ander concreter te maken zou ervoor kunnen geopteerd worden om specifieker de taken te bepalen die de distributienetbeheerder mag uitvoeren (limitatieve opsomming) dan wel het verbod op activiteiten zoals beschreven in art. 18/3 van de Richtlijn Energie-efficiëntie wat te concretiseren.’

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.