(Over-)subsidiering

https://unsplash.com/search/wind?photo=E9hVNb7wOY8

Subsidies bepalen de subsidiëring, de LCOE bepaalt de oversubsidiëring. Het verschil tussen beide maken zou het politieke en publieke debat hierrond zijn geloofwaardigheid kunnen teruggeven.

Donderdag 12 Januari: een gunstige wind lekt het rapport van de CREG, de federale energieregulator, met betrekking tot de analyse tot ondersteuning van offshore wind energie, en de bal gaat aan het rollen.

De twee nieuwe Belgische windmolenparken op zee , i.e. Rentel en Norther, kosten de consument 2 miljard meer dan gelijkaardige parken in het Nederlands deel van de Noordzee. Dat berekende VRT Nieuws na enige correcties op basis van de vertrouwelijke studie van de CREG. Zonder deze correcties stopt de teller tussen 2.2 en 2.5 miljard gegeven de geduide onzekerheid in het rapport. (Na verdiscontering wordt dit zo’n 1.5 à 2.2 miljard afhankelijk van de gekozen discontovoet.)

De saga blijft niet zonder gevolg. Eerder berichte de bevoegde staatssecretaris reeds dat de volgende offshore parken het met veel minder zouden moeten doen. Vandaag dreigt hij ermee de windconcessies op te blazen:

Dong Energy

De basis van het gelekte rapport van de regulator is de recente toekenning van de Nederlandse windmolenparken Borsele I & II: het Deense Dong Energy kreeg deze zomer de concessie toegewezen met een bod van 72.7 EUR per MWh gedurende 15 of 16 jaar. Dit bod staat in schril contrast met de Belgische cijfers: Norther en Rentel zijn zeker van resp. 124 en 129 EUR per MWh de komende 19 jaar. Ondertussen zijn, na publicatie van de analyse, Borssele III & IV toegewezen aan een Shell-consortium voor amper 54.5 EUR per MWh. Een bod dat in de nabije toekomst mogelijks resulteert in een subsidieloos park door stijgende energieprijzen.

Tabel 1. Tabel 2 in het vertrouwelijke CREG rapport: “Aanpassing bod DONG aan Belgische kenmerken.”

Het is het Deense bod van 72.7 EUR per MWh dat de CREG corrigeert naar de Belgische context (zie tabel) op basis van een aantal verschillen, e.g. het parkontwerp, de vennootschapsbelasting, vergoeding bij uren met negatieve prijzen, 19 jaar subsidies in plaats van 16 jaar, etcetera. Deze laatste correctie moet echter een belletje doen rinkelen: alle voorgestelde correcties zijn correcties die impact hebben op de LCOE, i.e. de levelised cost of electricity, van het windmolenpark. De looptijd echter niet: deze is enkel van belang om een LCOE te vertalen naar een subsidieplafond wat doet vermoeden dat het onderscheid tussen beide niet of nauwelijks is gemaakt. Verder vinden we ook geen spoor terug van de aansluitingskosten die in Nederland door TenneT gedragen worden, of het verschil dat Belgische concessies voor 22 jaar worden toegewezen en Nederlandse voor 30 jaar.

CREG

Je zou, mits de nodige terughoudendheid, de rekenoefening van de regulator o.b.v. regeltjes van 3 opnieuw kunnen doen met bovenstaande opmerkingen:

Borssele I & II hebben een subsidieplafond van 72.7 EUR per MWh gedurende een periode van 15 (of 16 jaar) voor een concessie van 30 jaar. Gegeven een elektriciteitsprijs van 35 EUR per MWh na de subsidieperiode en uitgaande van een levensduur van 25 jaar door decommissioning betekent dit een LCOE van 64 à 67 EUR per MWh. Het eerstvernoemde bedrag is ook de LCOE die Bloomberg berichtte over Borssele I & II, en het is deze die gecorrigeert dient te worden op basis van de door de regulator voorgestelde verschillen. That is, inclusief de kost voor de aansluiting die in Nederland door TenneT gedragen wordt en de kortere concessieduur, maar exclusief de correctie voor de duurtijd van de subsidieperiode want deze heeft geen invloed op de LCOE.

Pas je de correcties van de CREG hierop toe en reken je de aansluitingskosten mee die 10 à 14 EUR per MWh bedragen krijg je een LCOE van 83 à 91 EUR per MWh gegeven de ingerekende onzekerheid. Het is dit bedrag dat je vertaalt van een concessie voor 30 jaar naar een concessie van slechts 22 jaar. Als we er gemakkelijkheidshalve van uitgaan dat de volledige LCOE door Capex bepaalt wordt geeft dit 97 à 116 EUR per MWh. De aanzienlijke Opex van offshore wind betekent dat de realiteit zich waarschijnlijk eerder aan de lagere kant in deze vork bevindt. Het is op dit punt dat je de LCOE terug kan omrekenen naar een subsidieplafond: gegeven de eerder vermelde elektriciteitsprijs van 35 EUR per MWh na de subsidieperiode en uitgaande van een concessie van 22 jaar vertaalt deze LCOE zich in een subsidieplafond van 100 à 120 EUR per MWh.

Als we met deze cijfers ze zgn. oversubsidiering herberekenen in vergelijking met Nederland kom je uit op 0.3 à 1.3 miljard euro. (Na verdiscontering 0.2 à 1.1 miljard.)

So what ?

De centrale vraag is nu wat we wel en niet mogen concluderen met deze cijfers of met het rapport van de regulator.

Kosten Rentel en Norther de consument 2 miljard meer dan gelijkaardige parken in het Nederlands deel van de Noordzee ? Ja. In absolute waarde is het verschil in subsidies gedurende de subsidieperiode voor deze parken van deze grootteorde, en dus eveneens de impact op de elektriciteitsfactuur van de consument. Mits de vaststelling dat ook de kosten die TenneT maakt voor de aansluiting vertaald worden in de stroomfactuur, en dus meegerekend dienen te worden.

Zijn Rentel en Norther 2 miljard overgesubsidieerd ? Neen. De studie van CREG vergeet twee belangrijke aspecten in de correctie van de LCOE voor bovenstaande parken, zijnde dat deze parken zelf hun grid-connectie moeten financieren en ze slechts een concessie krijgen van 22 jaar, waardoor ze kapitaalkosten veel sneller moeten afschrijven. Beide parameters doen de LCOE en dus de nood aan directe subsidies merkbaar stijgen. Beide parameters zijn eveneens beleidsparameters waar de Federale overheid de touwtjes voor in handen had.

Nog belangrijker is dat we in het publieke debat eindelijk eens het onderscheid gaan duiden tussen de twee bovenstaande vragen. Subsidies bepalen de subsidiering, de LCOE bepaalt de oversubsidiering. Het zou fijn zijn als ook de regulator dit duidelijk duidde in zijn aanbevelingen. Het zou het politieke en publieke debat hierrond zijn geloofwaardigheid kunnen teruggeven.