Mon voyage avec Céline

Het geschreven woord heeft mij vanaf mijn kindertijd al kunnen bekoren. Vanzelfsprekend hebben bepaalde geschriften mij meer aangesproken dan andere. In 2011 ging ik op reis naar Bulgarije en Turkije. Van tevoren had ik in een antiquariaat in Amsterdam een exemplaar op de kop getikt van een roman die ik al geruime tijd wilde lezen. Het betrof Reis naar het einde van de nacht (Voyage au bout de la nuit) (1932), de debuutroman van Louis-Ferdinand Céline (1894 — 1961). In dit geval kwamen alle hooggespannen verwachtingen helemaal uit.

Sinds de verschijning heeft dit boek een hoop stof doen opwaaien. En tijdens het lezen begreep ik dat wel. Zelfs nu (zo’n tachtig jaar na dat het voor het eerst ter perse was gegaan) is dit een boek dat qua stijl, vorm en ideeën afwijkt van alles wat ik daarvoor én daarna gelezen heb.

Reis naar het einde van de nacht is geschreven in een stijl die daarvoor nog nooit gebruikt was en daarna vaak is gekopieerd, al was het resultaat van deze kopieën nooit volop bevredigend. Céline wisselt het dialect van de Parijse achterbuurten (het ‘argot’) af met schitterend geformuleerde, gevoelige volzinnen over de mensheid en dan bovenal wat er mis is met de mensheid. Het boek beschrijft de levenswandel van Ferdinand Bardamu en het speelt zich af ten tijde van ‘la Grande Guerre’. De ervaringen die Bardamu opdoet tijdens de gevechten bepalen zijn nihilistische visie op de wereld in de rest van de roman. Bardamu reist na de oorlog van Frankrijk naar Afrika, van Afrika naar Amerika en keert uiteindelijk weer terug in Frankrijk. In een afwisselende, bijna hypnotiserende stijl van scheldkanonnades die hun weerga niet kennen en vlot geformuleerde, gevoelige zinnen die worden afgesloten met de beroemde drie puntjes, beschrijft Bardamu zichzelf en de mensen die hij tegenkomt. Dit alles geeft een zeer geestig effect, waardoor ik tijdens het lezen van dit boek meermaals heb zitten schaterlachen. Je kan van cynici een hoop zeggen, maar over het algemeen zijn ze gezegend met een groot gevoel voor humor:

‘Onze kolonel wist misschien waarom die twee mensen schoten, de Duitsers wisten het misschien ook, maar ik, echt, ik wist het niet. Voor zover ik me kon herinneren, had ik de Duitsers nooit iets misdaan. Ik kende de Duitsers wel een beetje […] Ik vond het toen een stelletje kleine lawaaierige imbecielen, met de lichte, ontwijkende ogen van wolven’

Maar meer nog dan de humor is het werk bekend geworden door het gitzwarte wereldbeeld wat eruit gedestilleerd kan worden. Overal waar Bardamu komt vermoorden mensen elkaar, belazeren ze elkaar en kiest iedereen uiteindelijk voor zijn eigen hachje:

‘Het egoïsme van de mensen met wie je te maken hebt gehad in je leven, blijkt, als je — eenmaal ouder — aan ze terugdenkt, steevast te zijn wat ‘t in feite altijd geweest is, zo hard als staal, als platina, en nog heel wat taaier dan de tijd zelf.’

Dit zwartgallige karakter van de roman wordt door een hoop lezers als aanstootgevend ervaren. Sommigen kiezen ervoor om het werk weg te leggen en anderen beginnen er helemaal niet aan. Het is inderdaad een boek waar je melancholisch van kan worden en wat een droevige en naargeestige kant van het bestaan laat zien. Desalniettemin is dit geen reden om het niet te lezen. De eerlijkheid waarmee Céline schrijft en de conclusies die Bardamu trekt zijn zeer interessant, ontroerend en vooruitstrevend. De alom tegenwoordige mening dat Reis naar het einde van de nacht een uiterst cynisch boek is, deel ik ook niet. Er zijn inderdaad talrijke cynische passages te vinden, maar Bardamu lijkt bovenal wanhopig. Wanhopig om de ellende die hij om zich heen ziet, om het kwaad wat hij in zichzelf vindt en wanhopig om het kwaad wat anderen elkaar aandoen.

Wanhoop en cynisme liggen wat mij betreft een eind uit elkaar. Een cynicus heeft alle hoop op een betere toekomst verloren. Iemand die wanhoopt heeft nog hoop, misschien wel meer hoop dan de meeste mensen, maar is uiterst teleurgesteld in de omstandigheden die het leven hem of haar biedt. In de roman zijn een aantal passages en verhaallijnen te vinden waarin Bardamu blijk geeft van een groot erbarmen voor de mensen om hem heen. Zo is zijn afscheidsrede aan Molly, het hoertje waar hij een tijdje mee liep, een zeer ontroerende passage:

‘Lieve, bewonderenswaardige Molly, als ze nog leeft en dit ooit onder ogen krijgt op een plek die ik niet ken, dan wil ik dat ze heel goed weet dat ik wat haar betreft niet veranderd ben, dat ik altijd en eeuwig van haar houd, op mijn manier, dat ze hier kan komen, wanneer ze maar wil, om m’n brood en onzeker lot te delen. Als ze niet meer mooi is, ach, wat doet ‘t er toe! We zullen ons wel redden! Ik heb binnen in me nog zoveel moois van haar overgehouden, dat zo levendig, zo hartverwarmend is, dat ‘t wel genoeg is voor ons beiden, voor nog minstens twintig jaar, genoeg tot aan ‘t einde.’

Ik lees Reis naar het einde de nacht dan ook graag als een werk van iemand die wanhoopt. Die wanhoop uit zich in een relaas van Bardamu, die de wereld bovenal wil laten horen dat het niet goed is zoals het nu gaat, dat er verschrikkelijke misstanden zijn en hij houdt dit relaas omdat hij smacht naar een betere toekomst. Céline kiest voor de taal van de straat, omdat het de mensen van de straat zijn die het hardst ontferming verdienen.

Controverse

Er is een laatste punt waar ik niet om heen kan en ook niet om heen wil, maar waar ik niet te lang bij wil stilstaan omdat de kwestie door de jaren heen al meer dan voldoende aandacht heeft gehad.

Na het verschijnen van Reis naar het einde van de nacht, publiceert Céline in 1936 de roman Dood op krediet, wat ook een controversieel werk is. In de volgende jaren wordt Céline (pseudoniem van L.F. Destouches) alleen maar controversiëler. In de jaren 1938–42 publiceert hij een aantal fel antisemitische pamfletten en in de oorlog vlucht hij naar Denemarken. In 1951 verleent de Franse staat hem amnestie, maar hij heeft nooit publiekelijk excuses gemaakt voor zijn antisemitisme.

Voor sommige mensen zijn deze pamfletten en zijn antisemitisme een reden om Céline niet te lezen. Natuurlijk is elke uiting van antisemitisme ‘infaam en abject’. Om daarom Reis naar het einde van de nacht niet te lezen, is wat mij betreft het kind met het badwater weggooien. Ik heb het boek meerdere malen gelezen en kan er geen spoor van antisemitisme in ontdekken. Daarnaast vind ik dat men toch moet proberen om het werk en het leven van een auteur te scheiden. Hiermee bedoel ik dat de levenswandel van Céline niets toevoegt, maar ook niets afdoet aan de inhoud van zijn (fictieve) werken.

Ik wil iedereen die van lezen houdt, die geïnteresseerd is het Interbellum en de wereldoorlogen, die van Frankrijk houdt of die gewoon nieuwsgierig is adviseren om Reis naar het einde van de nacht eens te lezen. Het is een werk wat geheel op zichzelf staat, wat leest als een trein en wat je tijdens en na de lezing nooit meer helemaal loslaat. Het is mijns inziens nuttig om ook eens de minder heroïsche kant van een oorlog te zien en daar is de roman uitermate geschikt voor. Daarnaast is het een goed voorbeeld van hoe stijl invloed heeft op een roman. Maar tot slot is het vooral vermakelijk:

‘Reizen is heel nuttig, het prikkelt je verbeelding. […] Onze reis hier is volkomen denkbeeldig. Dat is zijn kracht.’

Deze roman is een schitterende reis. Zelfs naar het einde van de nacht.

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Ruben Wiering’s story.