“Als ik niet zo lang met mijn geheim had rondgelopen was ik nu niet zo ziek geweest.”

Hope komt bijna niet vooruit op haar roze slippers. Haar benen doen pijn, waarschijnlijk van de tuberculose. Ze ziet er sowieso ongelukkig uit met haar zwarte mutsje en schichtige blik. Hope gebruikt pas een week hiv medicatie. Daarvoor was ze aan het ontkennen — en heel erg ziek.


Het ging zo: ze werd geboren in de sloppenwijk Lunga Lunga en woonde bij haar moeder. Een vader is er nooit geweest. Aangezien er ook geen geld was, besloot Hope op haar vijftiende streetgirl te worden. Ze ging bedelen in de straten van Nairobi en verkocht de lijm die andere kinderen snoven.

Ze vond al snel een ‘husband’; een streetboy die voor haar zorgde en haar beschermde. Ze kregen drie kinderen samen.

Tijdens de zwangerschap van haar derde kind begon Hope zich beroerd te voelen.

Ze stortte in elkaar op straat en werd naar een kliniek gebracht. Hiv en tuberculose was de uitslag. Het was geen vriendelijke kliniek, zegt Hope. Ze werd niet gecounseld, gewoon weggestuurd.

Hope

Voor de tuberculose slikte ze even medicijnen, dat ze hiv had kon Hope niet geloven. Hiv bestaat ook helemaal niet, bezwoeren haar straatvrienden haar en dus zette Hope haar leven voort. Ze viel zo snel af dat ze voortdurend duizelig was en binnen de kortste keren weer omviel. Dit keer ging ze terug naar haar moeder omdat ze niet meer voor haar kinderen kon zorgen. Haar straatechtgenoot ging mee. Hope gebruikte traditionele medicijnen van een medicijndokter, maar die hielpen niet. Tijdens een outreach van het Youth Friendly Centre zagen mobilizer Alex en counsellor Juliette haar als een klein vogeltje bij haar hutje zitten. Juliette: ‘Ze zat zo’n beetje om het hoekje te loeren.’

De testen die Juliette uitvoerde wezen uit wat Hope eigenlijk al wist: ze had hiv en tuberculose. Dit keer geloofde Hope het wel en vertelde het aan haar man en haar moeder. Haar man werd heel stil en zei niks. Hope vertrok naar de kliniek om medicijnen en counseling te krijgen. Toen ze terug kwam was het huis op haar drie kinderen na leeg: haar echtgenoot en haar moeder waren er vandoor gegaan. Hope was alleen achtergelaten. Ziek en zonder geld.

Nu stuurt ze haar vijfjarige zoon elke dag de stad in om voor zijn familie te bedelen. Als Juliette bij Hope op bezoek komt neemt ze wat te eten mee. Vla, of suiker, anders is het innemen van de medicijnen ook bijna onmogelijk.

Maar het is nooit genoeg.

Omdat Hope geen geld heeft, kon ze ook niet in het huis van haar moeder blijven. Gelukkig is er nu een buurvrouw die de huur van het goedkopere hokje dat ze heeft gevonden voor haar wil betalen.

Ook krijgt ze dankzij de hiv medicijnen elke dag weer wat nieuwe energie. ‘Ik voel me echt beter,’ zegt Hope. Ze probeert op te staan, wat niet lukt. ‘Zodra ik weer sterk ben ga ik werken om mijn kinderen naar school te sturen. Ik wil weg van Lunga Lunga, hier is het stigma te groot. Ik pas af en toe op de groentestal van een buurvrouw, maar de mensen weten dat ik hiv heb en als ik er zit komt er niemand iets kopen.’

Hope gaat haar best doen. Opdat haar kinderen een beter leven krijgen. Wat voor een leven? Ze weet het niet precies. Iets met geld en een baan. ‘In ieder geval niet mijn leven.’

Wat zou er gebeurd zou zijn als gezondheidswerkers Alex en Juliette de doodzieke Hope niet hadden gevonden? In de aidsbestrijding zijn lokale gezondheidswerkers onmisbaar. Zij kennen de mensen die hiv hebben of een risico lopen. In plaats van weg te lopen, zoeken ze de patiënten op. Ze hebben een luisterend oor, geven voorlichting, verwijzen door naar de kliniek en achterhalen wat er is als iemand daar niet op komt dagen. En weet je? Zo’n bezoek kost inclusief een voedselpakket € 4,50. Help mee om deze bezoeken mogelijk te maken: https://stopaidsnow.nl/steun

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.